Met Fabriekskinderen. Een bede, doch niet om geld schreef Jacob Jan Cremer een van de indrukwekkendste sociale aanklachten uit de negentiende-eeuwse Nederlandse literatuur. Geïnspireerd door een bezoek aan een Leidse textielfabriek bracht hij de schrijnende werkelijkheid van kinderarbeid tot leven.
Op een ijskoude winterochtend worden Evert, Sander en Saartje gewekt om lange dagen in de fabriek te werken. Hun armoede, uitputting en uitzichtloze bestaan tonen de keerzijde van de industrialisatie. Met levendige beschrijvingen, directe aanspreking van de lezer en een bewogen verteltrant roept Cremer op tot maatschappelijke verandering.
Oorspronkelijk geschreven als voordracht, veroorzaakte het werk grote beroering. Het droeg bij aan de groeiende weerstand tegen kinderarbeid, die uiteindelijk leidde tot het Kinderwetje van Van Houten in 1874.
Fabriekskinderen is meer dan een aangrijpende novelle: het is een mijlpaal in de geëngageerde Nederlandse literatuur, waarin de kracht van het geschreven woord wordt ingezet voor sociale rechtvaardigheid.


