Denis Diderot
Denis Diderot was filosoof, schrijver en drijvende kracht achter de Encyclopédie, een sleutelwerk van de Verlichting
Wie was Denis Diderot?
Denis Diderot, geboren op 5 oktober 1713 in Langres en overleden op 31 juli 1784 in Parijs, was een Franse filosoof, schrijver, kunstcriticus en een van de belangrijkste figuren van de Verlichting. Hij is vooral bekend als medeoprichter, hoofdredacteur en belangrijke medewerker van de Encyclopédie, samen met Jean le Rond d’Alembert.
Diderot was een uitzonderlijk veelzijdige denker. Hij schreef over filosofie, religie, wetenschap, kunst, literatuur, toneel, politiek en moraal. Zijn werk was vernieuwend, vaak gewaagd en soms gevaarlijk in een tijd waarin kerk en staat streng toezicht hielden op afwijkende ideeën.
Tijdens zijn leven kreeg hij minder officiële erkenning dan hij verdiende. Veel van zijn beroemdste werken verschenen pas na zijn dood. Toch groeide hij uit tot een van de meest invloedrijke schrijvers en denkers van de achttiende eeuw.
Jeugd en opleiding in Langres en Parijs
Denis Diderot werd geboren in Langres, in de Champagne. Zijn vader, Didier Diderot, was messenmaker. Zijn moeder heette Angélique Vigneron. Van de vijf kinderen in het gezin bereikten er drie de volwassen leeftijd: Denis, zijn zus Denise, zijn broer Pierre-Didier en zijn zus Angélique.
Diderot bewonderde vooral zijn zus Denise. Hij noemde haar soms “een vrouwelijke Socrates”, wat veel zegt over zijn waardering voor haar verstand en karakter.
Zijn eerste opleiding kreeg hij aan een jezuïetencollege in Langres. In 1732 behaalde hij de graad van meester in de kunsten aan de Universiteit van Parijs. Aanvankelijk overwoog hij een kerkelijke loopbaan, maar in 1735 liet hij dat plan varen. Daarna begon hij korte tijd rechten te studeren aan de Parijse rechtenfaculteit.
Ook de rechtenstudie hield hem niet vast. In de vroege jaren 1740 koos Diderot definitief voor het bestaan van schrijver en vertaler. Zijn vader keurde deze keuze af en onterfde hem. Daardoor leefde Diderot jarenlang in armoede en onzekerheid, als een jonge intellectueel zonder vaste maatschappelijke positie.
Huwelijk, relaties en persoonlijk leven
In 1742 raakte Diderot bevriend met Jean-Jacques Rousseau. Zij ontmoetten elkaar in het beroemde Café de la Régence in Parijs, waar men schaakte, koffie dronk en discussieerde.
In oktober 1743 trouwde Diderot met Antoinette Champion. Zijn vader vond dit huwelijk ongepast. Antoinette had een bescheiden sociale achtergrond, weinig opleiding, geen vader en geen bruidsschat. Zij was bovendien ongeveer drie jaar ouder dan Diderot.
Uit het huwelijk werd één dochter geboren die volwassen werd: Angélique. Zij kreeg haar naam naar Diderots moeder en zus.
De dood van zijn zus Angélique, die non was, maakte diepe indruk op Diderot. Mogelijk beïnvloedde deze gebeurtenis zijn latere roman La Religieuse, waarin een jonge vrouw tegen haar wil in een klooster wordt opgesloten.
Diderot was zijn vrouw niet trouw. Hij had relaties met onder anderen Anne-Gabrielle Babuty, Madeleine de Puisieux, Sophie Volland en Jeanne-Catherine de Maux. Vooral zijn brieven aan Sophie Volland zijn beroemd. Ze worden geroemd om hun openhartigheid, levendigheid en literaire kracht.
De eerste werken van Denis Diderot
Diderots vroegste werk bestond vooral uit vertalingen. In 1743 vertaalde hij een geschiedenis van Griekenland van Temple Stanyan. In 1745 publiceerde hij een Franse vertaling en bewerking van Shaftesbury’s werk over deugd en verdienste, waaraan hij eigen beschouwingen toevoegde.
Samen met François-Vincent Toussaint en Marc-Antoine Eidous werkte hij ook aan een Franse vertaling van het medische woordenboek van Robert James. Dit project verscheen tussen 1746 en 1748.
Deze vroege vertalingen waren belangrijk voor Diderots ontwikkeling. Ze brachten hem in contact met Engelse filosofie, wetenschap en vrijdenkerij. Tegelijk ontwikkelde hij zijn eigen stijl: helder, scherp, levendig en intellectueel moedig.
Pensées philosophiques: rede, gevoel en godsdienstkritiek
In 1746 schreef Diderot zijn eerste oorspronkelijke werk: Pensées philosophiques. In het Nederlands kan deze titel worden weergegeven als Filosofische gedachten.
In dit boek zoekt Diderot naar een evenwicht tussen rede en gevoel. Volgens hem kan de mens zonder gevoel geen echte deugd ontwikkelen en geen verheven kunst maken. Maar gevoel zonder leiding kan ook gevaarlijk zijn. Daarom moet de rede het gevoel ordenen en beheersen.
In deze periode was Diderot nog een deïst. Hij geloofde dus niet in een persoonlijke God die voortdurend ingrijpt in de wereld, maar wel in een goddelijke oorsprong of orde. In Pensées philosophiques verdedigde hij het deïsme, bekritiseerde hij het atheïsme en uitte hij tegelijk scherpe kritiek op het traditionele christendom.
Promenade du sceptique: gesprek tussen deïst, atheïst en pantheïst
In 1747 schreef Diderot Promenade du sceptique, in het Nederlands Wandeling van een scepticus.
In dit werk laat hij een deïst, een atheïst en een pantheïst met elkaar spreken over de aard van het goddelijke. De deïst verdedigt het idee dat de wereld wijst op een ontwerp. De atheïst stelt dat het universum beter verklaard kan worden door natuurkunde, scheikunde, materie en beweging. De pantheïst ziet God als de kosmische eenheid van geest en materie.
Het werk verscheen niet tijdens Diderots leven. Volgens sommige bronnen nam de politie het manuscript in beslag nadat geestelijken hadden gewaarschuwd voor een nieuwe aanval op het christendom. Volgens andere lezingen werd Diderot door de autoriteiten gedwongen te beloven dat hij de tekst niet zou publiceren.
Les Bijoux indiscrets: satire, erotiek en filosofie
In 1748 had Diderot dringend geld nodig. Zijn vrouw had een kind gekregen en zijn minnares Madeleine de Puisieux vroeg hem om financiële steun. Volgens latere herinneringen zei Diderot dat het schrijven van een roman een eenvoudige taak was. Daarop daagde zij hem uit er zelf een te schrijven.
Het resultaat was Les Bijoux indiscrets, in het Nederlands meestal vertaald als De indiscrete juwelen.
Het boek draait om een sultan met een magische ring. Die ring laat de verborgen “juwelen” van vrouwen spreken over hun seksuele ervaringen. De roman is pikant, satirisch en speels, maar bevat tegelijk filosofische, muzikale en literaire uitweidingen.
In een beroemde droom ziet de sultan een kind met de naam “Experiment”. Dat kind groeit en wordt steeds sterker, totdat het een oude tempel met de naam “Hypothese” omverwerpt. Daarmee verbeeldt Diderot zijn vertrouwen in waarneming en onderzoek boven abstracte aannames.
Hoewel het boek alleen clandestien verkocht kon worden, bracht het Diderot geld op. Het werd een van zijn meest verspreide werken.
Diderot als wetenschappelijk denker
Diderot bleef zijn hele leven belangstelling houden voor wetenschap. In 1748 publiceerde hij Mémoires sur différents sujets de mathématique, een werk met ideeën over akoestiek, spanning, luchtweerstand en een nieuw soort orgel dat door iedereen bespeeld zou kunnen worden.
Zijn wetenschappelijke werk werd door tijdgenoten serieus genomen. Verschillende geleerde tijdschriften prezen zijn scherpzinnigheid, stijl en oorspronkelijkheid.
Diderot dacht ook diep na over de eenheid van de natuur. Hij schreef dat filosofie zonder het idee van het geheel niets meer is. Alles verandert, alles gaat voorbij, maar het geheel blijft bestaan.
Hij verwierp de gedachte dat levende wezens volledig vooraf gevormd zouden zijn in onveranderlijke kiemen. Hij zag mineralen, planten, dieren en mensen als onderdelen van een grote natuurlijke samenhang. Zijn denken over veranderlijkheid, ontwikkeling en natuurprocessen liep vooruit op latere evolutionaire ideeën, al was het nog geen darwinisme in strikte zin.
Lettre sur les aveugles: zintuigen, kennis en vervolging
In 1749 publiceerde Diderot Lettre sur les aveugles à l’usage de ceux qui voient, in het Nederlands Brief over de blinden ten behoeve van hen die zien.
Dit werk onderzoekt de verhouding tussen redeneren en kennis die via de zintuigen wordt verkregen. De titel bevat een ironische vraag: wie zijn eigenlijk de blinden?
Een centrale figuur is de blinde Engelse wiskundige Nicholas Saunderson. Omdat kennis volgens Diderot voortkomt uit zintuiglijke ervaring, wordt wiskunde voorgesteld als een vorm van kennis waarover blinden en zienden het eens kunnen zijn.
Het werk bevat ook een indrukwekkend sterfbedtafereel. Daarin wijst Saunderson de argumenten van een deïstische geestelijke af. Hij verwerpt het idee dat de natuur noodzakelijk op een goddelijk ontwerp wijst en verdedigt een naturalistische visie zonder schepping of bovennatuurlijk ingrijpen.
De autoriteiten reageerden fel. Diderot werd geïdentificeerd als auteur, zijn manuscripten werden in beslag genomen en hij werd gevangengezet in Vincennes.
Gevangenschap in Vincennes
Op 24 juli 1749 werd Diderot gearresteerd en opgesloten in het fort van Vincennes. Aanvankelijk zat hij in eenzame opsluiting.
Tijdens zijn gevangenschap mocht hij één boek houden: Paradise Lost van John Milton, in het Nederlands bekend als Het verloren paradijs. Hij maakte aantekeningen met een tandenstoker als pen en inkt die hij zelf maakte door leisteen van de muren te schrapen en met wijn te mengen.
Na tussenkomst van invloedrijke personen kreeg hij betere omstandigheden. Hij mocht bezoekers ontvangen, boeken lezen en wandelen in de tuinen.
Op 3 november 1749 werd Diderot vrijgelaten. Kort daarna publiceerde hij het prospectus voor het project dat zijn leven zou bepalen: de Encyclopédie.
De Encyclopédie: het grote kennisproject van de Verlichting
De boekverkoper en drukker André Le Breton benaderde Diderot met het plan om een Franse vertaling te maken van de Engelse encyclopedie van Ephraim Chambers. Diderot accepteerde het voorstel, maar veranderde het radicaal.
Hij wilde geen gewone vertaling maken. Hij wilde een nieuw, groots werk scheppen: een encyclopedie die alle menselijke kennis zou verzamelen en toegankelijk maken. Jean le Rond d’Alembert werd zijn mederedacteur.
In 1750 verscheen een uitgebreid prospectus. Het eerste deel verscheen in 1751.
De Encyclopédie was revolutionair. Zij verzamelde niet alleen academische kennis, maar beschreef ook ambachten, technieken en mechanische kunsten. Dat was vernieuwend: praktische kennis werd op hetzelfde niveau geplaatst als filosofie, wetenschap en letterkunde.
Diderot geloofde dat kennis de manier waarop mensen denken kon veranderen. De Encyclopédie moest daarom meer zijn dan een naslagwerk. Zij moest een instrument van intellectuele bevrijding worden.
Censuur, verbod en controverse
Vanaf het begin lag de Encyclopédie onder vuur. Kerkelijke en politieke autoriteiten vonden het werk gevaarlijk. De toon was seculier, kritisch en soms sceptisch tegenover religieuze dogma’s.
In 1752 werd het project tijdelijk opgeschort. Diderot werd verhoord en zijn huis werd doorzocht. De politie vond geen belastende manuscripten, omdat die verborgen waren bij Chrétien de Lamoignon Malesherbes, een hoge ambtenaar die sympathie had voor het project.
In 1758 werd de Encyclopédie verboden door de katholieke kerk. In 1759 verbood ook de Franse overheid het werk, al werd dat verbod niet altijd streng gehandhaafd.
Veel medewerkers trokken zich terug. D’Alembert verliet het project in 1759. Vanaf dat moment stond Diderot er grotendeels alleen voor.
Diderots enorme bijdrage aan de Encyclopédie
Diderot schreef ongeveer 7.000 artikelen voor de Encyclopédie. Sommige waren kort, andere waren lang, technisch en diepgravend.
Hij bezocht werkplaatsen om productieprocessen te bestuderen. Overdag keek hij hoe ambachtslieden werkten; ’s nachts schreef hij op wat hij had geleerd. Hij corrigeerde drukproeven, redigeerde teksten van anderen en hield het project draaiende ondanks censuur, financiële problemen en dreiging van politie-invallen.
In 1764 ontdekte Diderot dat uitgever Le Breton heimelijk passages uit de drukproeven had geschrapt omdat hij ze te gevaarlijk vond. De oorspronkelijke manuscripten waren vernietigd, waardoor de schade niet meer hersteld kon worden. Voor Diderot was dit een diepe vernedering.
In 1765 was zijn actieve werk aan de Encyclopédie grotendeels voltooid. De laatste delen bereikten de abonnees pas jaren later. Ondanks Diderots twijfel en uitputting werd het werk later gezien als een van de intellectuele voorlopers van de Franse Revolutie.
Latere werken: romans, dialogen en filosofische vernieuwing
Hoewel de Encyclopédie Diderots bekendste project bleef, schreef hij ook veel andere belangrijke werken. Zijn oeuvre loopt uiteen van korte essays tot filosofische dialogen, romans, toneelteksten en kunstkritieken.
Tot zijn belangrijkste latere werken behoren:
Jacques le fataliste et son maître
Le Neveu de Rameau
La Religieuse
Le Rêve de d’Alembert
Paradoxe sur le comédien
Supplément au voyage de Bougainville
Veel van deze teksten verschenen pas na zijn dood. Daardoor werd Diderots volledige betekenis pas later zichtbaar.
La Religieuse: kritiek op gedwongen kloosterleven
La Religieuse, in het Nederlands De non, is een roman over Suzanne Simonin, een intelligent en gevoelig meisje van zestien dat door haar ouders tegen haar wil naar een klooster wordt gestuurd.
Aanvankelijk krijgt Suzanne te horen dat dit om financiële redenen gebeurt. Later ontdekt ze dat zij een buitenechtelijk kind is. Haar moeder denkt boete te doen voor haar zonde door haar dochter aan het klooster op te offeren.
In het klooster wordt Suzanne vernederd, geïntimideerd en mishandeld omdat zij weigert zich volledig aan het religieuze leven te onderwerpen. Een vriendelijke moeder-overste, zuster de Moni, toont medelijden met haar. Na haar dood komt een nieuwe moeder-overste, zuster Sainte-Christine, die Suzanne juist hard aanpakt.
Suzanne wordt uiteindelijk overgeplaatst naar een ander klooster, Sainte-Eutrope. Daar blijkt de moeder-overste verliefd op haar te worden. Haar pogingen om Suzanne te verleiden leiden tot psychische ontregeling en uiteindelijk tot haar dood.
Suzanne ontsnapt met hulp van een priester, maar leeft daarna in angst opnieuw gevangen te worden.
Diderot viel in deze roman niet het christendom als geloof aan, maar bekritiseerde het gedwongen kloosterleven, de macht van religieuze instellingen en de onderdrukking van jonge vrouwen. Het boek werd rond 1780 voltooid, maar verscheen pas in 1796, na Diderots dood.
Le Neveu de Rameau: satire, moraal en sociale kritiek
Le Neveu de Rameau, in het Nederlands De neef van Rameau, is een filosofische dialoog die vaak wordt beschouwd als een van Diderots grootste meesterwerken.
Het boek beschrijft een gesprek tussen de verteller en Jean-François Rameau, de neef van de beroemde componist Jean-Philippe Rameau. De neef is een mislukt musicus: cynisch, geestig, arm, lui en moreel onverschillig.
Hij gelooft niet in religie, niet in vaste moraal en ook niet in Rousseaus gedachte dat de natuur beter is dan de beschaving. Volgens hem eten alle soorten elkaar op, en hetzelfde gebeurt in de menselijke samenleving.
De dialoog onderzoekt egoïsme, hypocrisie, afhankelijkheid, sociale klassen en de verhouding tussen meester en dienaar. Het werk wordt soms gezien als een voorloper van Hegels meester-knechtverhouding.
Diderot publiceerde het boek niet tijdens zijn leven. Na zijn dood kwam een kopie bij Schiller terecht, die het aan Goethe gaf. Goethe vertaalde het in 1805 in het Duits. Pas later werd de Franse tekst opnieuw bekend.
Diderot als kunstcriticus
Diderot was ook een van de grondleggers van de moderne kunstkritiek. Zijn vriend Friedrich Melchior Grimm schreef vanaf 1753 de Correspondance littéraire, philosophique et critique, een nieuwsbrief voor Europese vorsten en hooggeplaatsten.
Vanaf 1759 vroeg Grimm aan Diderot om verslag te doen van de tweejaarlijkse kunsttentoonstellingen in het Louvre: de Salons. Diderot schreef over de Salons van 1759 tot 1771 en later opnieuw in 1775 en 1781.
Zijn kunstkritieken werden beroemd. Hij gaf schilderijen niet alleen een beschrijving, maar bracht ze tot leven met verbeelding, emotie en filosofische beschouwing.
Diderot bewonderde vooral Jean-Baptiste Greuze. Hij waardeerde diens gevoelige stijl en zijn voorstellingen van huiselijke, morele en emotionele scènes.
Diderot en het toneel: het serieuze genre en de vierde wand
Diderot schreef ook toneelstukken, waaronder Le Fils naturel uit 1757 en Le Père de famille uit 1758. Daarnaast schreef hij essays over toneeltheorie.
Hij verdedigde een nieuw soort drama: het serieuze genre, een middenweg tussen komedie en tragedie. Dit toneel moest realistischer zijn dan het klassieke Franse toneel, dat volgens Diderot te kunstmatig was geworden.
In 1758 introduceerde Diderot het idee van de vierde wand: de denkbeeldige muur tussen het toneel en het publiek. Het publiek kijkt als het ware door die onzichtbare wand naar de wereld van het stuk.
In Paradoxe sur le comédien, in het Nederlands Paradox over de toneelspeler, ontwikkelde hij een beroemde theorie over acteren. Grote acteurs, zo stelde hij, hoeven niet zelf de emoties te voelen die zij uitbeelden. Juist afstand, beheersing en techniek maken hun spel overtuigend.
In dit werk komt ook de uitdrukking l’esprit de l’escalier voor: het gevoel dat je de perfecte reactie pas bedenkt wanneer het te laat is.
Diderot en Catharina de Grote
Diderot had het grootste deel van zijn leven financiële problemen. Officiële erkenning kreeg hij nauwelijks. Hij werd zelfs gepasseerd voor lidmaatschap van de Académie française.
Zijn situatie veranderde in 1766, toen de Russische keizerin Catharina de Grote hoorde van zijn geldzorgen. Zij kocht zijn persoonlijke bibliotheek van 3.000 boeken voor 15.000 livres. Bovendien benoemde zij hem tot beheerder van die bibliotheek zolang hij leefde, met een jaarsalaris van 1.000 livres.
Zij betaalde hem zelfs vijftig jaar salaris vooruit.
In 1773 reisde Diderot naar Sint-Petersburg. Hij bleef vijf maanden aan het hof van Catharina en sprak bijna dagelijks met haar over politiek, filosofie, wetgeving en maatschappelijke hervorming.
Diderot stelde radicale hervormingen voor. Hij dacht na over hoe Rusland veranderd kon worden in een rechtvaardiger samenleving. Catharina luisterde, maar vond sommige van zijn adviezen gevaarlijk. Volgens haar zou Rusland in chaos vervallen als zij Diderots ideeën volledig opvolgde.
Later schreef Diderot commentaar op Catharina’s Nakaz, haar instructie voor een nieuw wetboek. Hij stelde dat zij, als zij werkelijk het despotisme wilde vernietigen, afstand moest doen van de troon en moest erkennen dat alleen de natie de ware soeverein is.
Deze notities stuurde hij uiteindelijk niet zelf naar Catharina. Na zijn dood kwamen ze alsnog bij haar terecht. Zij reageerde woedend en vond ze onsamenhangend en onrealistisch.
Diderots filosofie: van deïsme naar materialisme
Diderot begon zijn intellectuele leven als bewonderaar van Voltaire en als deïst. Gaandeweg bewoog hij zich echter richting materialisme en atheïsme.
Hij verwierp mystiek en occultisme, die in zijn tijd populair waren. Religieuze waarheidsclaims moesten volgens hem worden getoetst aan de rede, niet aan geheime kennis of persoonlijke openbaring.
In Pensées sur l’interprétation de la nature, in het Nederlands Gedachten over de interpretatie van de natuur, werkte hij zijn ideeën uit over natuur, ontwikkeling, materialisme, wiskunde en experimentele wetenschap.
Diderot was ook verbonden met de intellectuele kring rond baron d’Holbach. Mogelijk droeg hij bij aan diens beroemde werk Système de la nature, in het Nederlands Het systeem van de natuur. Hij prees dit werk omdat het helder, consequent en moedig was.
Belangrijke vragen in Diderots denken waren:
Waarom zouden mensen moreel handelen in een wereld zonder God?
Hoe moeten we kunst waarderen?
Wat zijn wij en waar komen wij vandaan?
Wat betekenen liefde en seksualiteit?
Hoe kan een filosoof ingrijpen in politieke zaken?
Dood en begrafenis
Denis Diderot stierf op 31 juli 1784 in Parijs aan een longtrombose. Hij werd begraven in de Église Saint-Roch.
Zijn erfgenamen stuurden zijn omvangrijke bibliotheek naar Catharina II. Zij liet de boeken opnemen in de Nationale Bibliotheek van Rusland.
Diderot werd meerdere keren voorgesteld voor bijzetting in het Panthéon, maar dat gebeurde niet. Tijdens de Franse Revolutie werden zijn resten in 1793 door grafrovers opgegraven. Zijn lichaam bleef op de vloer van de kerk achter en werd vermoedelijk later in een massagraf geplaatst.
Waardering en invloed
Tijdens zijn leven rustte Diderots literaire reputatie vooral op zijn toneelstukken en zijn werk aan de Encyclopédie. Veel van zijn belangrijkste teksten waren toen nog onbekend.
Na zijn dood groeide zijn invloed sterk. Rousseau schreef dat Diderot ooit dezelfde achting zou krijgen als Plato en Aristoteles. In Duitsland bewonderden Goethe, Schiller en Lessing zijn werk. Goethe noemde Le Neveu de Rameau een klassiek werk van een uitzonderlijk man.
In de negentiende eeuw werd Diderot bewonderd door Balzac, Delacroix, Stendhal, Zola en Schopenhauer. Karl Marx noemde hem zijn favoriete prozaschrijver.
Toch was zijn reputatie niet altijd positief. Tijdens en na de Franse Revolutie werd atheïsme verdacht, en Diderot werd door tegenstanders gezien als iemand die had bijgedragen aan de vervolging van geestelijken.
Later werd hij opnieuw erkend als een van de grote geesten van de achttiende eeuw: een denker die kunst, wetenschap, politiek, moraal en literatuur met elkaar verbond.
Moderne eerbetonen aan Denis Diderot
Ook in de moderne tijd bleef Diderot inspireren.
In 1993 publiceerde de Amerikaanse schrijfster Cathleen Schine La Nièce de Rameau, een satire op het academische leven, geïnspireerd door Diderots Le Neveu de Rameau.
De Franse schrijver Éric-Emmanuel Schmitt schreef het toneelstuk Le Libertin, waarin een dag uit Diderots leven wordt verbeeld. Het stuk ging in 1997 in première in het Théâtre Montparnasse in Parijs en werd goed ontvangen.
In 2013, driehonderd jaar na Diderots geboorte, organiseerde zijn geboortestad Langres verschillende herdenkingen. Er kwam een audiotour langs plaatsen uit zijn leven, waaronder plekken die verbonden waren met zijn zus Angélique. Ook werd het museum Maison des Lumières Denis Diderot geopend, gewijd aan Diderot en de Verlichting.
Belangrijkste werken van Denis Diderot
Tot Diderots belangrijkste werken behoren:
Essai sur le mérite et la vertu — vertaling en bewerking van Shaftesbury, 1745
Pensées philosophiques — filosofisch essay, 1746
La Promenade du sceptique — 1747
Les Bijoux indiscrets — roman, 1748
Lettre sur les aveugles à l’usage de ceux qui voient — 1749
Encyclopédie — 1750–1765
Lettre sur les sourds et muets — 1751
Pensées sur l’interprétation de la nature — 1751
Système de la nature — 1754
Le Fils naturel — toneelstuk, 1757
Entretiens sur Le Fils naturel — 1757
Le Père de famille — toneelstuk, 1758
Discours sur la poésie dramatique — 1758
Salons — kunstkritieken, 1759–1781
La Religieuse — roman, voltooid rond 1780, postuum gepubliceerd in 1796
Le Neveu de Rameau — dialoog, geschreven tussen 1761 en 1774
Lettre sur le commerce de la librairie — 1763
Jacques le fataliste et son maître — roman, geschreven tussen 1765 en 1780, postuum gepubliceerd
Mystification ou l’histoire des portraits — 1768
Entretien entre d’Alembert et Diderot — 1769
Le Rêve de d’Alembert — filosofische dialoog, 1769
Suite de l’entretien entre d’Alembert et Diderot — 1769
Paradoxe sur le comédien — geschreven tussen 1770 en 1778, postuum gepubliceerd in 1830
Apologie de l’abbé Galiani — 1770
Principes philosophiques sur la matière et le mouvement — 1770
Entretien d’un père avec ses enfants — 1771
Ceci n’est pas un conte — 1772
Madame de La Carlière — 1772
Supplément au voyage de Bougainville — 1772
Voyage en Hollande — 1773
Éléments de physiologie — 1773–1774
Réfutation d’Helvétius — 1774
Observations sur le Nakaz — 1774
Essai sur les règnes de Claude et de Néron — 1778
Est-il bon? Est-il méchant? — 1781
Lettre apologétique de l’abbé Raynal à Monsieur Grimm — 1781
Aux insurgents d’Amérique — 1782


