Op sommige plekken is het verleden zo diep in de grond gezakt dat niemand nog precies weet wat er is gebeurd. Waar ooit geweld heerste, groeien bomen. Waar mensen vochten, klinkt gelach. De wereld lijkt verder te zijn gegaan. Maar betekent dat ook dat de strijd voorbij is?
Met die intrigerende tegenstelling opent Charles Dickens zijn novelle De strijd om het bestaan, oorspronkelijk verschenen als The Battle of Life: A Love Story. Het is een verhaal waarin het grote gebaar plaatsmaakt voor het alledaagse, en waarin een ogenschijnlijk vredige omgeving vragen oproept over vertrouwen, liefde en de prijs van onze overtuigingen.
Wie vooral de Dickens kent van mistige Londense straten, schrijnende armoede en onvergetelijke zonderlingen, ontdekt hier een andere kant van de schrijver. Intiemer, landelijker en bedachtzamer. Maar onder die zachte buitenkant klopt hetzelfde hart: zijn ontembare belangstelling voor wat mensen elkaar aandoen — en voor wat zij voor elkaar kunnen betekenen.
Een landschap dat meer onthoudt dan mensen
Dickens kiest een opmerkelijk begin. Hij voert de lezer naar een Engels landschap waar lang geleden een bloedige veldslag plaatsvond. Inmiddels heeft het dagelijks leven de sporen bijna uitgewist. De seizoenen keren terug, het land wordt bewerkt en de natuur trekt zich weinig aan van de menselijke behoefte om overwinningen en nederlagen eeuwig te herinneren.
Die openingsbladzijden zijn veel meer dan sfeerschildering. Ze verschuiven de betekenis van het woord ‘strijd’. Een veldslag is zichtbaar, luidruchtig en uiteindelijk historisch. Maar de conflicten die zich in huizen, families en gewetens afspelen, komen zelden in de geschiedenisboeken terecht. Ze hebben geen trompetgeschal nodig om ingrijpend te zijn.
Het is een typisch Dickensiaanse gedachte: de waarde van een mensenleven laat zich niet afmeten aan roem of maatschappelijke positie. Juist de kleine, onopgemerkte daden verdienen aandacht. Vanaf de eerste pagina nodigt De strijd om het bestaan ons uit om op een andere manier naar heldendom te kijken.
Een minder bekend verhaal uit Dickens’ kerstboeken
De novelle verscheen in 1846, drie jaar na het wereldberoemde A Christmas Carol. Dickens publiceerde in de jaren veertig van de negentiende eeuw vijf afzonderlijke ‘Christmas Books’: compacte verhalen die rond de feestdagen in de boekhandel verschenen en waarin mededogen, verbondenheid en morele keuzes centraal stonden. De strijd om het bestaan was het vierde deel in die reeks.
Toch is het geen kerstvertelling zoals veel lezers die verwachten. Er verschijnt geen geest om een geweten wakker te schudden; er is geen bovennatuurlijke ingreep die de menselijke wereld plotseling begrijpelijk maakt. Dickens vertrouwt ditmaal op gewone mensen, hun gesprekken en hun tegenstrijdigheden. De warmte die met zijn kerstboeken wordt geassocieerd, komt hier niet van magie, maar van menselijk handelen.
Dat maakt deze minder bekende Dickens interessant. Hij heeft geen spectaculaire omstandigheden nodig om een morele vraag urgent te laten voelen. De vraag is eenvoudig en ongemakkelijk tegelijk: hoe blijven we goed voor elkaar wanneer het leven niet verloopt zoals gehoopt?
Tussen cynisme en vertrouwen
Een van de fascinerende stemmen in het verhaal is die van dokter Jeddler. Zijn kijk op de wereld is doortrokken van scepsis. Menselijke ambities, grote beginselen, verheven woorden: voor hem zit er in het leven iets ongerijmds, bijna lachwekkends. Wie overal de betrekkelijkheid van inziet, lijkt zich bovendien tegen teleurstellingen te kunnen beschermen.
Daartegenover plaatst Dickens het idee dat juist het gewone bestaan ruimte biedt aan moed en oprechtheid. Het leven kan hard, verwarrend en onrechtvaardig zijn, zonder dat liefde en loyaliteit daardoor betekenisloos worden. De spanning tussen die twee opvattingen geeft het verhaal een filosofische onderstroom, zonder dat het een droge ideeënroman wordt.
Die tegenstelling voelt verrassend modern. Ook nu kan ironie dienen als een veilig pantser. Het is vaak gemakkelijker om te zeggen dat mensen nu eenmaal egoïstisch zijn dan om te vertrouwen op iets wat je kwetsbaar maakt. Dickens laat ons voelen waarom dat pantser aantrekkelijk is — en waarom het misschien niet voldoende bescherming biedt.
Liefde is bij Dickens nooit alleen romantiek
De Engelse ondertitel, A Love Story, lijkt op het eerste gezicht duidelijk. Toch is ‘liefdesverhaal’ bij Dickens een ruimer begrip dan verliefdheid alleen. Het gaat ook om genegenheid binnen een gezin, om verantwoordelijkheid, om trouw en om de soms botsende wensen van mensen die elkaar oprecht dierbaar zijn.
De zussen Grace en Marion behoren tot het menselijke middelpunt van deze wereld. Meer hoeft een nieuwe lezer over hun lot niet te weten. Belangrijker is de manier waarop Dickens de onderlinge nabijheid van zijn personages onderzoekt: hoeveel van jezelf geef je aan een ander, en wanneer wordt goedbedoelde zorg een ingewikkelde keuze?
Opvallend is dat Dickens veel aandacht heeft voor stille vormen van moed. Niet de persoon die het hardst spreekt, hoeft het meeste te riskeren. In een tijd waarin heldendom gemakkelijk met grote gebaren wordt verward, is dat een aantrekkelijk tegenbeeld. Tegelijkertijd blijft de vraag knagen of zelfopoffering altijd even edel is als zij klinkt. Juist daar krijgt dit ogenschijnlijk eenvoudige verhaal een interessante spanning.
Warmte, eigenaardigheden en Dickensiaanse humor
Wie bang is dat zo veel ernst zwaar op de hand wordt, hoeft Dickens niet te onderschatten. Hij bezit een bijna onuitputtelijk talent om mensen in enkele gebaren herkenbaar te maken. Een houding, een eigenaardige manier van spreken of een overdreven overtuiging kan bij hem uitgroeien tot een volledig personage.
Dat geldt bijvoorbeeld voor de levendige Clemency Newcome, die met haar nuchtere aanwezigheid iets ontwapenends heeft. Ook de juristen die in het verhaal opduiken, bieden ruimte aan Dickens’ milde spot met plechtigheid en zelfbelang. De humor is geen bijzaak: ze voorkomt dat het verhaal uitsluitend uit grote gevoelens en morele uitspraken bestaat.
Dickens begrijpt dat menselijke waardigheid vaak het duidelijkst zichtbaar wordt wanneer iemand verre van volmaakt is. Zijn personages zijn niet alleen dragers van een boodschap. Ze kunnen lastig, aandoenlijk, potsierlijk of tegenstrijdig zijn — en juist daardoor blijven ze leven.
De bijzondere sfeer van het Victoriaanse platteland
Waar Dickens in veel van zijn bekendste romans de drukte van de stad oproept, ademt De strijd om het bestaan de ruimte van het Engelse platteland. Boomgaarden, tuinen, huizen en veranderende seizoenen vormen een decor waarin de tijd anders lijkt te lopen. Het landschap geeft het verhaal een bijna sprookjesachtige rust.
Maar die rust is bedrieglijk. Onder het groene oppervlak ligt een geschiedenis van geweld; onder beleefde gesprekken schuilen botsende overtuigingen. De tegenstelling tussen zichtbare vrede en innerlijke onrust is misschien wel het sterkste stilistische motief van de novelle. Dickens gebruikt het landschap niet als versiering, maar als spiegel voor zijn personages.
Ook de taal draagt daaraan bij. Zijn zinnen kunnen uitwaaieren, beelden stapelen zich op en beschrijvingen krijgen alle ruimte. Voor wie gewend is aan het snelle ritme van hedendaagse romans, vraagt dat enige overgave. Maar wie bereid is rustiger te lezen, merkt hoeveel sfeer en betekenis er in die omwegen schuilen.
Geen onberispelijk meesterwerk — wel een boeiende Dickens
Het zou te gemakkelijk zijn om deze novelle uit te roepen tot een verborgen meesterwerk dat ten onrechte iedereen is ontgaan. De strijd om het bestaan is niet het meest geroemde werk van Dickens. Sommige lezers zullen zijn nadrukkelijke gevoeligheid ouderwets vinden; anderen kunnen moeite hebben met de manier waarop hij morele ideeën in een compact verhaal samenbrengt.
Maar die kanttekeningen maken de kennismaking juist eerlijker. Dit is Dickens op een kleinere schaal dan in zijn grote romans, zoekend naar een evenwicht tussen vertelling, symboliek en levensles. Zijn soms uitgesproken sentimentaliteit is niet alleen een eigenschap van zijn tijd, maar ook een bewuste uitnodiging om emotionele betrokkenheid serieus te nemen.
Wie het boek met die open houding leest, hoeft niet elk literair besluit te bewonderen om toch geraakt te worden door zijn centrale gedachte: dat menselijke goedheid niet vanzelfsprekend is, maar telkens opnieuw vorm krijgt in wat we doen.
Waarom ‘De strijd om het bestaan’ nog altijd raakt
Bijna twee eeuwen na de eerste publicatie is de wereld onherkenbaar veranderd. Toch lijkt de strijd waar Dickens op doelt nauwelijks verouderd. Nog steeds zoeken mensen naar een evenwicht tussen hun eigen geluk en de verwachtingen van anderen. Nog steeds beschermen we ons met cynisme tegen teleurstelling. En nog steeds kunnen gebaren die voor buitenstaanders onbeduidend lijken, voor iemand anders alles betekenen.
Misschien is dat wel de grootste verdienste van deze novelle: ze maakt het gewone leven niet kleiner, maar groter. Ze vraagt de lezer om voorbij het zichtbare succes, de grote woorden en het dramatische spektakel te kijken. Wat telt er wanneer niemand applaudisseert? Welke overtuiging houdt stand als ze ongemakkelijk wordt? En hoe herken je moed wanneer die niet op moed lijkt?
Dickens geeft die vragen een negentiende-eeuwse vorm, met zijn kenmerkende mengeling van pathos en humor. De lezer van nu mag daar kritisch tegenover staan. Maar onverschillig blijven is moeilijker dan het lijkt.
Voor wie is deze novelle een aanrader?
De strijd om het bestaan is bij uitstek geschikt voor lezers die nieuwsgierig zijn naar de minder bekende kant van Charles Dickens. Voor liefhebbers van klassieke literatuur die genieten van uitgesproken personages, landelijke sfeer en morele dilemma’s. En voor iedereen die een liefdesverhaal zoekt dat niet alleen draait om romantische verwachtingen, maar ook om de vraag wat verbondenheid van mensen vraagt.
Wie vooral vaart, actie of de sociale breedte van Oliver Twist en Bleak House verwacht, moet zijn leesverwachting bijstellen. Deze novelle beloont eerder aandacht dan haast. Laat de beschrijvingen hun werk doen, luister naar de gesprekken en gun de personages hun eigenaardigheden. Het verhaal hoeft zijn geheimen niet prijs te geven om zijn thematische rijkdom te tonen.
De belangrijkste strijd is vaak onzichtbaar
Met De strijd om het bestaan herinnert Charles Dickens ons eraan dat een vredig landschap nog geen zorgeloos leven betekent. Achter gewone dagen gaan hoop, twijfel en onuitgesproken moed schuil. De echte veldslagen spelen zich soms af op plekken waar niemand aan oorlog denkt.
Dat is de aantrekkingskracht van dit bescheiden, eigenzinnige boek. Het wil niet alleen vertellen wat mensen overkomt, maar vooral laten nadenken over wat zij elkaar verschuldigd zijn. En wie zich daarop laat inlaten, ontdekt een Dickens die zonder kerstgeesten of grootstedelijke decors toch iets wezenlijks weet te raken: het kwetsbare, koppige vermogen van mensen om voor liefde te kiezen.


