De laatste van de geesten
De verschijning kwam langzaam, plechtig en zwijgend naderbij. Toen ze vlak bij hem was, knielde Scrooge neer, wantzelfs in de lucht waar de Geest zich doorheen bewoog, leek hij duisternis en geheimzinnigheid te verspreiden.
Hij was gehuld in een diepzwart gewaad dat zijn hoofd, zijn gezicht en zijn hele gestalte verborg. Alleen één uitgestrektehand was zichtbaar. Zonder die hand zou het moeilijk zijn geweest zijn gestalte van de nacht te onderscheiden en hem loste zien van de duisternis die hem omringde.
Toen de Geest naast hem stond, besefte Scrooge hoe groot en statig hij was en hoe zijn geheimzinnige aanwezigheid hemmet een plechtige huiver vervulde. Meer kwam hij niet te weten, want de Geest sprak niet en bewoog zich niet.
‘Sta ik tegenover de Geest van het Toekomstige Kerstfeest?’ vroeg Scrooge.
De Geest antwoordde niet, maar wees met zijn hand vooruit.
‘Je gaat me schaduwen laten zien van dingen die nog niet zijn gebeurd, maar die in de toekomst zullen plaatsvinden,’vervolgde Scrooge. ‘Is dat zo, Geest?’
De plooien boven aan het gewaad trokken zich een ogenblik samen, alsof de Geest zijn hoofd had gebogen. Dat was hetenige antwoord dat Scrooge kreeg.


