Diderot

Diderot

Christmas Carol - Charles Dickens: III

De tweede kerstgeest – Een blik op het heden, waar warmte en vrijgevigheid botsen met armoede en onverschilligheid

nov 08, 2026
∙ Betaald

De tweede van de drie geesten

Scrooge werd midden in een vervaarlijke snurk wakker en ging rechtop in bed zitten om zijn gedachten te ordenen. Niemand hoefde hem te vertellen dat de klok opnieuw op het punt stond één uur te slaan. Hij had het gevoel dat hij precies op tijd weer bij bewustzijn was gekomen, met geen ander doel dan een onderhoud te hebben met de tweede boodschapper die door bemiddeling van Jacob Marley naar hem was gestuurd. Maar toen hij zich begon af te vragen welk van zijn bedgordijnen deze nieuwe verschijning zou opentrekken, voelde hij een onaangename kou over zich heen trekken. Daarom schoof hij eigenhandig alle gordijnen opzij, ging weer liggen en hield zijn omgeving scherp in de gaten. Hij wilde de Geest op het moment van verschijnen onmiddellijk aanspreken en voorkomen dat hij onverwachts werd overvallen en daardoor zijn zenuwen verloor.

Er zijn heren van het zorgeloze soort die er prat op gaan dat ze van wanten weten, zich niet gemakkelijk van de wijs laten brengen en voor geen kleintje vervaard zijn. Om aan te geven hoe ver hun avontuurlijkheid reikt, verklaren ze graag dat ze overal voor te vinden zijn, van een spelletje muntwerpen om geld tot doodslag. Tussen die twee uitersten ligt ongetwijfeld een behoorlijk breed terrein vol mogelijkheden. Zonder nu meteen te willen beweren dat Scrooge tot zulke uitersten bereid was, durf ik u wel te vragen te geloven dat hij op de meest uiteenlopende wonderlijke verschijningen was voorbereid en dat niets, van een baby tot een neushoorn, hem nog bijzonder zou hebben verbaasd.

Maar juist omdat hij op bijna alles was voorbereid, was hij volstrekt niet voorbereid op niets. Toen de klok dan ook één uur sloeg zonder dat er ook maar een gedaante verscheen, begon hij hevig te beven. Vijf minuten gingen voorbij, tien minuten, een kwartier, en nog altijd gebeurde er niets. Al die tijd lag hij op zijn bed, midden in een zee van warmrood licht die zich over hem had uitgestort zodra de klok het uur had geslagen. Juist omdat het niets anders dan licht was, joeg het hem meer angst aan dan een dozijn spoken. Hij kon onmogelijk ontdekken wat het betekende of wat het van plan was. Soms vreesde hij zelfs dat hij op datzelfde ogenblik een interessant geval van spontane zelfontbranding was, zonder de troost te hebben dat hij daarvan op de hoogte was.

Uiteindelijk kwam hij op een gedachte die u of ik natuurlijk onmiddellijk zou hebben gehad. Want het is altijd degene die zich niet in een benarde situatie bevindt, die precies weet wat men in zo’n geval had moeten doen en die het zelf zonder enige twijfel ook gedaan zou hebben. Uiteindelijk begon Scrooge dus te vermoeden dat de oorsprong en het geheim van dat spookachtige licht zich misschien in de aangrenzende kamer bevonden, waar het bij nader onderzoek inderdaad vandaan leek te komen. Toen die gedachte eenmaal volledig bezit van hem had genomen, stond hij voorzichtig op en schuifelde op zijn pantoffels naar de deur.

Nauwelijks had Scrooge zijn hand op de deurklink gelegd of een vreemde stem riep hem bij zijn naam en gebood hem binnen te komen. Hij gehoorzaamde.

Het was zijn eigen kamer. Daarover bestond geen twijfel. Maar wat was die veranderd! De muren en het plafond waren zo rijkelijk met fris, levend groen behangen dat de kamer wel een dichtbegroeid bos leek. Overal tussen het groen glansden helder schitterende bessen. De stevige bladeren van hulst, maretak en klimop weerkaatsten het licht alsof er honderden kleine spiegels tussen waren uitgestrooid. In de haard laaide een reusachtig vuur bulderend de schoorsteen in, zoals die sombere, versteende vuurplaats in de tijd van Scrooge of Marley nog nooit had meegemaakt, en evenmin in de vele winters daarvoor.

Op de vloer lag een enorme berg lekkernijen opgestapeld, die samen een soort troon vormden. Er waren kalkoenen, ganzen, wild, gevogelte, zult, geweldige braadstukken, speenvarkens, lange slingers worst, mincepasteitjes, plumpuddingen, tonnen oesters, gloeiend hete kastanjes, appels met kersenrode wangen, sappige sinaasappels, verrukkelijke peren, reusachtige driekoningentaarten en dampende kommen punch, waarvan de heerlijke geuren de kamer in een nevel hulden.

Deze post is voor betalende abonnees

Ben je al een betalende abonnee? Inloggen
© 2026 Wilma Baltus. Alle rechten voorbehouden. · Privacy ∙ Voorwaarden ∙ Incassomelding
Begin je SubstackDownload de App
Substack is de plek voor geweldige cultuur