<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><rss xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/" xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/" xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom" version="2.0" xmlns:itunes="http://www.itunes.com/dtds/podcast-1.0.dtd" xmlns:googleplay="http://www.google.com/schemas/play-podcasts/1.0"><channel><title><![CDATA[Diderot]]></title><description><![CDATA[Diderot maakt klassieke literatuur toegankelijk voor de lezer van nu.]]></description><link>https://www.diderot.nl</link><image><url>https://substackcdn.com/image/fetch/$s_!te61!,w_256,c_limit,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F11829c98-86f9-4bd8-81f6-d07fd1407f2c_1254x1254.png</url><title>Diderot</title><link>https://www.diderot.nl</link></image><generator>Substack</generator><lastBuildDate>Sat, 08 Aug 2026 04:49:38 GMT</lastBuildDate><atom:link href="https://www.diderot.nl/feed" rel="self" type="application/rss+xml"/><copyright><![CDATA[Wilma Baltus. Alle rechten voorbehouden.]]></copyright><language><![CDATA[nl]]></language><webMaster><![CDATA[diderot@substack.com]]></webMaster><itunes:owner><itunes:email><![CDATA[diderot@substack.com]]></itunes:email><itunes:name><![CDATA[Diderot.nl]]></itunes:name></itunes:owner><itunes:author><![CDATA[Diderot.nl]]></itunes:author><googleplay:owner><![CDATA[diderot@substack.com]]></googleplay:owner><googleplay:email><![CDATA[diderot@substack.com]]></googleplay:email><googleplay:author><![CDATA[Diderot.nl]]></googleplay:author><itunes:block><![CDATA[Yes]]></itunes:block><item><title><![CDATA[Vierentwintig uur uit het leven van een vrouw - Stefan Zweig]]></title><description><![CDATA[Een meeslepende novelle over passie, toeval en &#233;&#233;n beslissend etmaal dat een mensenleven voorgoed verandert.]]></description><link>https://www.diderot.nl/p/vierentwintig-uur-uit-het-leven-van-een-vrouw-stefan-zweig</link><guid isPermaLink="false">https://www.diderot.nl/p/vierentwintig-uur-uit-het-leven-van-een-vrouw-stefan-zweig</guid><dc:creator><![CDATA[Diderot.nl]]></dc:creator><pubDate>Fri, 07 Aug 2026 14:29:50 GMT</pubDate><enclosure url="https://substackcdn.com/image/fetch/$s_!c1J5!,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F8fbd21f9-0983-423b-ac29-cd417cb946de_1456x902.webp" length="0" type="image/jpeg"/><content:encoded><![CDATA[<div class="captioned-image-container"><figure><a class="image-link image2 is-viewable-img" target="_blank" href="https://substackcdn.com/image/fetch/$s_!c1J5!,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F8fbd21f9-0983-423b-ac29-cd417cb946de_1456x902.webp" data-component-name="Image2ToDOM"><div class="image2-inset"><picture><source type="image/webp" srcset="https://substackcdn.com/image/fetch/$s_!c1J5!,w_424,c_limit,f_webp,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F8fbd21f9-0983-423b-ac29-cd417cb946de_1456x902.webp 424w, https://substackcdn.com/image/fetch/$s_!c1J5!,w_848,c_limit,f_webp,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F8fbd21f9-0983-423b-ac29-cd417cb946de_1456x902.webp 848w, https://substackcdn.com/image/fetch/$s_!c1J5!,w_1272,c_limit,f_webp,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F8fbd21f9-0983-423b-ac29-cd417cb946de_1456x902.webp 1272w, https://substackcdn.com/image/fetch/$s_!c1J5!,w_1456,c_limit,f_webp,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F8fbd21f9-0983-423b-ac29-cd417cb946de_1456x902.webp 1456w" sizes="100vw"><img src="https://substackcdn.com/image/fetch/$s_!c1J5!,w_1456,c_limit,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F8fbd21f9-0983-423b-ac29-cd417cb946de_1456x902.webp" width="1456" height="902" data-attrs="{&quot;src&quot;:&quot;https://substack-post-media.s3.amazonaws.com/public/images/8fbd21f9-0983-423b-ac29-cd417cb946de_1456x902.webp&quot;,&quot;srcNoWatermark&quot;:null,&quot;fullscreen&quot;:null,&quot;imageSize&quot;:null,&quot;height&quot;:902,&quot;width&quot;:1456,&quot;resizeWidth&quot;:null,&quot;bytes&quot;:63258,&quot;alt&quot;:null,&quot;title&quot;:null,&quot;type&quot;:&quot;image/webp&quot;,&quot;href&quot;:null,&quot;belowTheFold&quot;:false,&quot;topImage&quot;:true,&quot;internalRedirect&quot;:&quot;https://www.diderot.nl/i/210228143?img=https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F8fbd21f9-0983-423b-ac29-cd417cb946de_1456x902.webp&quot;,&quot;isProcessing&quot;:false,&quot;align&quot;:null,&quot;offset&quot;:false}" class="sizing-normal" alt="" srcset="https://substackcdn.com/image/fetch/$s_!c1J5!,w_424,c_limit,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F8fbd21f9-0983-423b-ac29-cd417cb946de_1456x902.webp 424w, https://substackcdn.com/image/fetch/$s_!c1J5!,w_848,c_limit,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F8fbd21f9-0983-423b-ac29-cd417cb946de_1456x902.webp 848w, https://substackcdn.com/image/fetch/$s_!c1J5!,w_1272,c_limit,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F8fbd21f9-0983-423b-ac29-cd417cb946de_1456x902.webp 1272w, https://substackcdn.com/image/fetch/$s_!c1J5!,w_1456,c_limit,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F8fbd21f9-0983-423b-ac29-cd417cb946de_1456x902.webp 1456w" sizes="100vw" fetchpriority="high"></picture><div class="image-link-expand"><div class="pencraft pc-display-flex pc-gap-8 pc-reset"><button tabindex="0" type="button" class="pencraft pc-reset pencraft icon-container restack-image"><svg aria-hidden="true" width="20" height="20" viewBox="0 0 20 20" fill="none" stroke-width="1.5" stroke="var(--color-fg-primary)" stroke-linecap="round" stroke-linejoin="round" xmlns="http://www.w3.org/2000/svg"><g><path d="M2.53001 7.81595C3.49179 4.73911 6.43281 2.5 9.91173 2.5C13.1684 2.5 15.9537 4.46214 17.0852 7.23684L17.6179 8.67647M17.6179 8.67647L18.5002 4.26471M17.6179 8.67647L13.6473 6.91176M17.4995 12.1841C16.5378 15.2609 13.5967 17.5 10.1178 17.5C6.86118 17.5 4.07589 15.5379 2.94432 12.7632L2.41165 11.3235M2.41165 11.3235L1.5293 15.7353M2.41165 11.3235L6.38224 13.0882"></path></g></svg></button><button tabindex="0" type="button" class="pencraft pc-reset pencraft icon-container view-image"><svg xmlns="http://www.w3.org/2000/svg" width="20" height="20" viewBox="0 0 24 24" fill="none" stroke="currentColor" stroke-width="2" stroke-linecap="round" stroke-linejoin="round" class="lucide lucide-maximize2 lucide-maximize-2"><polyline points="15 3 21 3 21 9"></polyline><polyline points="9 21 3 21 3 15"></polyline><line x1="21" x2="14" y1="3" y2="10"></line><line x1="3" x2="10" y1="21" y2="14"></line></svg></button></div></div></div></a></figure></div><p>In het kleine pension aan de Rivi&#232;ra waar ik destijds, tien jaar voor de oorlog, verbleef, was aan onze tafel een felle discussie uitgebroken. Onverwacht dreigde die te ontaarden in een woeste woordenstrijd, ja zelfs in venijn en beledigingen. De meeste mensen hebben een afgestompte verbeelding. Wat hen niet rechtstreeks raakt, wat zich niet opdringerig als een scherpe wig tot vlak tegen hun zintuigen boort, weet hen nauwelijks in vuur en vlam te zetten. Maar zodra er vlak voor hun ogen, binnen tastbaar bereik van hun gevoel, ook maar iets kleins gebeurt, laait er meteen een buitensporige hartstocht in hen op. Alsof ze de zeldzaamheid van hun betrokkenheid goedmaken met een ongepaste en overdreven felheid.</p><p style="text-align: justify;">Zo was het ook ditmaal met ons door en door burgerlijke tafelgezelschap, dat zich anders vreedzaam bezighield met luchtige praatjes en oppervlakkige grapjes, en meestal meteen na de maaltijd uiteenviel: het Duitse echtpaar trok eropuit om amateurfoto&#8217;s te maken, de gezapige Deen ging op zijn saaie vispartijen, de voorname Engelse dame keerde terug naar haar boeken, het Italiaanse echtpaar vertrok voor allerlei escapades naar Monte Carlo, en ik ging in een tuinstoel luieren of werken. Deze keer hield de verbitterde discussie ons echter volledig aan elkaar geklonken. En wanneer een van ons plotseling opsprong, was dat niet, zoals gewoonlijk, om beleefd afscheid te nemen, maar uit heetgebakerde woede, die, zoals ik al zei, ronduit agressieve vormen aannam.</p><p style="text-align: justify;">De gebeurtenis die ons kleine tafelgezelschap zo had opgezweept, was dan ook vreemd genoeg. Het pension waarin wij zevenen verbleven, deed zich aan de buitenkant weliswaar voor als een vrijstaande villa &#8212; ach, wat een schitterend uitzicht boden de ramen op het grillig door rotsen getande strand! &#8212; maar in werkelijkheid was het niets meer dan de goedkopere dependance van het grote Palace Hotel. Via de tuin was het er rechtstreeks mee verbonden, zodat wij, de bewoners van het bijgebouw, voortdurend met de hotelgasten in aanraking kwamen.</p><p style="text-align: justify;">En juist dat hotel had de vorige dag een schandaal van de eerste orde beleefd. Met de middagtrein van 12.20 uur was namelijk een jonge Fransman aangekomen. Ik kan het niet laten het tijdstip zo nauwkeurig te noemen, omdat het zowel voor deze episode als voor het onderwerp van die verhitte discussie belangrijk is. Hij had een kamer aan de strandzijde met uitzicht op zee gehuurd; dat wees op zichzelf al op een zekere welstand.</p><p style="text-align: justify;">Maar niet alleen zijn ingetogen elegantie maakte hem op een aangename manier opvallend. Vooral zijn uitzonderlijke schoonheid, die meteen sympathiek aandeed, trok de aandacht. In zijn smalle, bijna meisjesachtige gezicht omspeelde een zijdezachte blonde snor warme, zinnelijke lippen; over zijn blanke voorhoofd krulde zacht, bruingolvend haar, en zijn vriendelijke ogen leken met iedere blik te strelen. Alles aan zijn verschijning was zacht, innemend en beminnelijk, maar zonder ook maar iets kunstmatigs of aanstellerigs.</p><p style="text-align: justify;">Van een afstand deed hij aanvankelijk een beetje denken aan die roze wassen etalagepoppen die in de vitrines van grote modezaken ijdel achteroverleunen, met een sierwandelstok in de hand, als toonbeeld van mannelijke schoonheid. Maar van dichtbij verdween elke indruk van dandyachtige gemaaktheid. Want bij hem was de innemendheid &#8212; een uiterst zeldzaam geval &#8212; volkomen natuurlijk en aangeboren, alsof die uit zijn huid zelf was gegroeid.</p><p style="text-align: justify;">In het voorbijgaan groette hij iedereen afzonderlijk, tegelijk bescheiden en hartelijk, en het was werkelijk aangenaam om te zien hoe zijn altijd parate charme zich bij iedere gelegenheid moeiteloos openbaarde. Als een dame naar de garderobe ging om haar mantel te halen, sprong hij meteen op om dat voor haar te doen. Voor ieder kind had hij een vriendelijke blik of een grappige opmerking. Hij was hartelijk in de omgang en tegelijkertijd discreet.</p><p style="text-align: justify;">Kortom, hij leek een van die gezegende mensen die uit ervaring weten dat hun open gezicht en jeugdige charme anderen genoegen doen, en die dat zelfvertrouwen telkens weer in gratie weten om te zetten. Onder de grotendeels oudere en ziekelijke hotelgasten werkte zijn aanwezigheid als een weldaad. Met die triomfantelijke tred van de jeugd, die storm van zorgeloosheid en levenslust waarmee charme sommige mensen zo rijkelijk bedeelt, had hij onweerstaanbaar ieders sympathie veroverd.</p><p style="text-align: justify;">Al twee uur na zijn aankomst speelde hij tennis met de twee dochters van de forse, gezapige fabrikant uit Lyon: de twaalfjarige Annette en de dertienjarige Blanche. Hun moeder, de verfijnde, tere en uiterst gereserveerde Madame Henriette, keek met een zacht glimlachje toe hoe haar nog niet uitgevlogen dochters onbewust koket met de jonge vreemdeling flirtten.</p><p style="text-align: justify;">Die avond keek hij een uur lang toe aan onze schaaktafel en vertelde tussendoor, zonder zichzelf op te dringen, een paar aardige anekdotes. Daarna wandelde hij opnieuw lange tijd met Madame Henriette over het terras heen en weer, terwijl haar man zoals altijd domino speelde met een zakenrelatie. Laat op de avond zag ik hem vervolgens nog in de schaduw van het kantoor, verwikkeld in een verdacht vertrouwelijk gesprek met de secretaresse van het hotel.</p><p style="text-align: justify;">De volgende ochtend vergezelde hij mijn Deense metgezel bij het vissen en bleek hij daar verrassend veel van te weten. Daarna sprak hij lange tijd met de fabrikant uit Lyon over politiek. Ook daarbij bleek hij een uitstekend gesprekspartner, want het bulderende gelach van de dikke heer klonk boven de branding uit.</p><p style="text-align: justify;">Na de lunch &#8212; voor een goed begrip van de situatie is het werkelijk noodzakelijk dat ik al deze onderdelen van zijn dagindeling zo nauwkeurig vermeld &#8212; zat hij opnieuw een uur lang alleen met Madame Henriette in de tuin bij een kop zwarte koffie. Daarna speelde hij weer tennis met haar dochters en maakte hij in de hal een praatje met het Duitse echtpaar.</p><p style="text-align: justify;">Om zes uur kwam ik hem bij het station tegen toen ik een brief op de post wilde doen. Hij kwam haastig op me af en vertelde, alsof hij zich moest verantwoorden, dat men hem onverwacht had teruggeroepen, maar dat hij over twee dagen zou terugkomen. Die avond ontbrak hij inderdaad in de eetzaal, maar alleen lijfelijk: aan alle tafels sprak men uitsluitend over hem en prees men zijn aangename, opgewekte aard.</p><p style="text-align: justify;">Die nacht, het zal tegen elf uur zijn geweest, zat ik op mijn kamer om een boek uit te lezen, toen ik door het open raam plotseling onrustig geschreeuw en geroep uit de tuin hoorde. Aan de overkant was in het hotel duidelijk opschudding ontstaan. Eerder bezorgd dan nieuwsgierig haastte ik me meteen de vijftig passen erheen en trof gasten en personeel in chaotische opwinding aan.</p><p style="text-align: justify;">Mevrouw Henriette was niet teruggekeerd van haar gebruikelijke avondwandeling over het terras aan zee. Haar man had ondertussen met zijn gebruikelijke stiptheid domino gespeeld met zijn vriend uit Namen. Omdat zij niet thuiskwam, vreesde men dat haar een ongeluk was overkomen.</p><p style="text-align: justify;">Als een stier rende de anders zo gezapige, logge man telkens weer naar het strand. Wanneer hij met een door opwinding vervormde stem de naam &#8216;Henriette! Henriette!&#8217; de nacht in schreeuwde, klonk daarin iets angstaanjagends en oers, als de kreet van een reusachtig dier dat dodelijk gewond was geraakt.</p><p style="text-align: justify;">Kelners en piccolo&#8217;s renden opgewonden de trappen op en af, alle gasten werden gewekt en de gendarmerie werd gebeld. Te midden van dat alles bleef die dikke man, met zijn vest open, struikelend en stampend rondlopen. Volkomen buiten zichzelf snikte en schreeuwde hij telkens opnieuw de naam &#8216;Henriette! Henriette!&#8217; de nacht in.</p><p style="text-align: justify;">Intussen waren boven de kinderen wakker geworden. In hun nachtkleren riepen ze vanuit het raam naar hun moeder. De vader haastte zich nu weer naar boven om hen gerust te stellen.</p><p style="text-align: justify;">En toen gebeurde er iets zo verschrikkelijks dat het nauwelijks na te vertellen is. In ogenblikken van uiterste spanning kan de menselijke natuur zo gewelddadig tot het breekpunt worden uitgerekt, dat zij iemands houding een zo tragische uitdrukking geeft dat geen beeld en geen woord die met dezelfde plotseling inslaande kracht kunnen weergeven.</p><p style="text-align: justify;">Plotseling kwam de zware, brede man de kreunende treden af. Zijn gezicht was volkomen veranderd, doodmoe en toch grimmig. Hij hield een brief in zijn hand.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Roep iedereen terug!&#8217; zei hij met een stem die nog maar nauwelijks verstaanbaar was tegen het hoofd van het personeel. &#8216;Roep alle mensen terug. Het is niet nodig. Mijn vrouw heeft me verlaten.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">Er lag waardigheid in de manier waarop deze dodelijk getroffen man zich hield: een bovenmenselijk gespannen zelfbeheersing tegenover al die mensen om hem heen, die zich nieuwsgierig om hem hadden verdrongen en hem aanstaarden, maar zich nu plotseling, ieder afzonderlijk geschrokken, beschaamd en verward, van hem afwendden.</p><p style="text-align: justify;">Nog net genoeg kracht restte hem om langs ons heen te wankelen zonder ook maar iemand aan te kijken, en in de leeszaal het licht uit te doen. Daarna hoorden we hoe zijn zware, massieve lichaam met een doffe plof in een fauteuil neerviel. Toen klonk er een wild, dierlijk snikken, zoals alleen een man kan huilen die nog nooit heeft gehuild.</p><p style="text-align: justify;">Die elementaire pijn oefende op ieder van ons, zelfs op de geringste onder ons, een bijna bedwelmende macht uit. Geen kelner en geen uit nieuwsgierigheid toegeslopen gast waagde het te glimlachen of ook maar een woord van medeleven uit te spreken.</p><p style="text-align: justify;">Zwijgend slopen we een voor een terug naar onze kamers, alsof we ons schaamden voor die verpletterende uitbarsting van gevoel. Alleen daarbinnen, in de donkere ruimte, bleef dat neergeslagen brok mens, helemaal alleen met zichzelf, schokken en snikken in het langzaam uitdovende huis, dat fluisterde, siste, zacht murmelde en ruiste.</p><p style="text-align: justify;">Men zal begrijpen dat een gebeurtenis die als een blikseminslag vlak voor onze ogen en zintuigen neerkwam, bij uitstek geschikt was om mensen die anders alleen verveling en zorgeloos tijdverdrijf kenden, hevig op te schudden.</p><p style="text-align: justify;">Maar de discussie die daarna zo fel aan onze tafel losbarstte en bijna tot handtastelijkheden opliep, had dit verbijsterende voorval weliswaar als vertrekpunt, maar was in wezen eerder een principieel debat: een woedende botsing tussen vijandige levensopvattingen.</p><p style="text-align: justify;">Door de indiscretie van een dienstmeisje, dat de brief had gelezen &#8212; de volledig gebroken echtgenoot had hem in machteloze woede tot een prop verfrommeld en ergens op de grond gegooid &#8212; was al snel bekend geworden dat mevrouw Henriette niet alleen was vertrokken, maar samen en in onderling overleg met de jonge Fransman. Voor hem begon de sympathie van de meeste mensen nu snel te verdwijnen.</p><p style="text-align: justify;">Op het eerste gezicht zou het volkomen begrijpelijk zijn geweest dat deze kleine Madame Bovary haar gezapige, provinciale echtgenoot inruilde voor een elegante, knappe jongeman. Maar wat iedereen in het hotel zo in beroering bracht, was het feit dat noch de fabrikant, noch zijn dochters, noch mevrouw Henriette deze jonge verleider ooit eerder had gezien.</p><p style="text-align: justify;">Dat zou betekenen dat dat twee uur durende avondgesprek op het terras en dat ene uur bij de zwarte koffie in de tuin voldoende waren geweest om een onberispelijke vrouw van ongeveer drie&#235;ndertig ertoe te brengen haar man en haar twee kinderen nog diezelfde nacht te verlaten en een volslagen vreemde, elegante jongeman blindelings te volgen.</p><p style="text-align: justify;">Ons tafelgezelschap wees deze schijnbaar onmiskenbare gang van zaken unaniem van de hand als een doortrapte misleiding en een sluwe manoeuvre van het liefdespaar. Natuurlijk, zo meenden zij, had mevrouw Henriette al lange tijd in het geheim een verhouding met de jonge man gehad. De rattenvanger was alleen nog maar naar het hotel gekomen om de laatste details van hun vlucht af te spreken.</p><p style="text-align: justify;">Want, zo redeneerden zij, het was volkomen onmogelijk dat een fatsoenlijke vrouw na slechts twee uur kennismaking bij het eerste fluitsignaal zomaar wegliep.</p><p style="text-align: justify;">Nu vond ik het vermakelijk om een andere mening te verdedigen. Ik hield vol dat zoiets bij een vrouw die door jaren van teleurstelling en verveling in haar huwelijk innerlijk rijp was gemaakt voor iedere doortastende verovering, niet alleen mogelijk, maar zelfs waarschijnlijk was.</p><p style="text-align: justify;">Door mijn onverwachte tegenspraak raakte al snel iedereen bij de discussie betrokken. Ze werd vooral zo verhit doordat de beide echtparen, zowel het Duitse als het Italiaanse, het bestaan van de<span> </span><em><span>coup de foudre</span></em><span> </span>&#8212; liefde als een blikseminslag &#8212; met ronduit beledigende minachting afdeden als dwaasheid en smakeloze romanfantasie.</p><p style="text-align: justify;"><span>Het heeft weinig zin om het stormachtige verloop van een ruzie tussen de soep en het dessert tot in alle bijzonderheden op te rakelen. Alleen beroepsgasten aan een gezamenlijke hoteltafel zijn werkelijk geestig, en de argumenten die men in de hitte van een toevallige tafelruzie aangrijpt, zijn meestal banaal, omdat ze haastig en met de linkerhand bij elkaar zijn geraapt.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Het is ook moeilijk uit te leggen waarom onze discussie zo snel beledigende vormen aannam. Volgens mij begon de irritatie ermee dat beide echtgenoten hun eigen vrouw onwillekeurig wilden vrijwaren van de mogelijkheid van zulke afgronden en gevaren. Helaas wisten ze dat niet beter onder woorden te brengen dan door mij voor te houden dat alleen iemand die de vrouwelijke psyche beoordeelde aan de hand van de toevallige en al te gemakkelijke veroveringen van vrijgezellen, zo kon spreken.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Dat ergerde mij al behoorlijk. En toen de Duitse dame daar op belerende toon aan toevoegde dat er enerzijds &#8216;echte vrouwen&#8217; bestonden en anderzijds &#8216;hoerige naturen&#8217; &#8212; en dat mevrouw Henriette volgens haar tot die laatste categorie moest behoren &#8212; verloor ik mijn geduld volledig en werd ik op mijn beurt agressief.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Al dat verzet tegen het onmiskenbare feit dat een vrouw op sommige momenten in haar leven, buiten haar wil en bewustzijn om, aan geheimzinnige krachten kan zijn overgeleverd, verborg volgens mij alleen maar angst voor het eigen instinct, voor het demonische in onze natuur. Sommige mensen schenen er nu eenmaal genoegen in te scheppen zichzelf sterker, zedelijker en zuiverder te vinden dan degenen die zich &#8216;gemakkelijk laten verleiden&#8217;.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Persoonlijk vond ik het eerlijker wanneer een vrouw haar instinct vrij en hartstochtelijk volgde dan wanneer zij, zoals zo vaak gebeurde, haar man zelfs in zijn eigen armen en met gesloten ogen bedroog.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Dat was ongeveer wat ik zei. En hoe feller de anderen in het nu knetterende gesprek de arme mevrouw Henriette aanvielen, des te hartstochtelijker verdedigde ik haar &#8212; in werkelijkheid veel hartstochtelijker dan met mijn ware gevoelens overeenkwam.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Dat vurige pleidooi was voor de beide echtparen, zoals men in studententaal zou zeggen, het sein voor de aanval. Als een allesbehalve harmonieus kwartet vielen zij eensgezind en verbitterd tegen mij uit. De oude Deen zat er met een joviaal gezicht als scheidsrechter bij, alsof hij tijdens een voetbalwedstrijd een stopwatch in zijn hand hield, en moest af en toe waarschuwend met zijn knokkel op tafel kloppen.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>&#8216;Gentlemen, please.&#8217;</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Maar dat hielp telkens maar heel even. Een van de heren was al drie keer met een rood hoofd van tafel opgesprongen en had zich slechts met moeite door zijn vrouw laten kalmeren. Kortom, nog een minuut of twaalf en onze discussie zou in handtastelijkheden zijn ge&#235;indigd, als mevrouw C. niet plotseling als verzachtende olie de opschuimende golven van het gesprek had gladgestreken.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Mevrouw C., de deftige oude Engelse dame met het witte haar, was de onbenoemde erevoorzitter van ons gezelschap. Zij zat rechtop aan tafel, richtte zich met steeds dezelfde vriendelijkheid tot iedereen en zweeg meestal, maar luisterde met een bijzonder aangename belangstelling.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Alleen haar uiterlijk had al een weldadige uitwerking. Uit haar aristocratisch beheerste houding straalden een bewonderenswaardige zelfbeheersing en rust. Tegenover iedereen bewaarde zij tot op zekere hoogte afstand, al wist zij ieder van ons met veel tact een bijzondere vriendelijkheid te bewijzen.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Meestal zat zij met haar boeken in de tuin. Soms speelde zij piano. Slechts zelden zag men haar in gezelschap of verwikkeld in een intens gesprek. Je merkte haar nauwelijks op en toch oefende zij een merkwaardige macht over ons allemaal uit.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Zodra zij zich nu voor het eerst in onze discussie mengde, kregen we dan ook allemaal het beschamende gevoel dat we ons veel te luidruchtig en onbeheerst hadden gedragen.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Mevrouw C. had gebruikgemaakt van de ongemakkelijke stilte die was ontstaan nadat de Duitse heer plotseling was opgesprongen en vervolgens voorzichtig weer naar zijn plaats aan tafel was teruggebracht.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Onverwacht sloeg zij haar heldere grijze ogen op. Een ogenblik keek zij mij besluiteloos aan, waarna zij het onderwerp met bijna zakelijke duidelijkheid vanuit haar gezichtspunt benaderde.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>&#8216;U gelooft dus, als ik u goed heb begrepen, dat mevrouw Henriette &#8212; dat een vrouw &#8212; buiten haar schuld in een plotseling avontuur kan worden meegesleept? Dat er daden bestaan die zo&#8217;n vrouw een uur eerder zelf nog voor onmogelijk zou hebben gehouden en waarvoor men haar nauwelijks verantwoordelijk kan stellen?&#8217;</span></p><p style="text-align: justify;"><span>&#8216;Daar geloof ik zonder enig voorbehoud in, mevrouw.&#8217;</span></p><p style="text-align: justify;"><span>&#8216;Maar dan wordt ieder moreel oordeel toch volkomen zinloos en kan iedere morele overtreding worden gerechtvaardigd. Wanneer u werkelijk aanneemt dat het </span><em><span>crime passionnel</span></em><span>, zoals de Fransen het noemen, geen </span><em><span>crime</span></em><span> is, waartoe dient de rechtspraak dan nog? Er is niet veel goede wil voor nodig &#8212; en u beschikt over verbazingwekkend veel goede wil,&#8217; voegde zij er met een glimlachje aan toe, &#8216;om in ieder misdrijf een hartstocht te ontdekken en het vanwege die hartstocht te verontschuldigen.&#8217;</span></p><p style="text-align: justify;"><span>De heldere en tegelijk bijna opgewekte toon van haar woorden deed mij bijzonder goed. Onwillekeurig nam ik haar zakelijke manier van spreken over en antwoordde eveneens half voor de grap en half in ernst:</span></p><p style="text-align: justify;"><span>&#8216;De rechtspraak oordeelt hierover beslist strenger dan ik. Zij heeft de plicht de algemeen aanvaarde zeden en maatschappelijke conventies zonder medelijden te beschermen. Daarom moet zij veroordelen in plaats van verontschuldigen. Maar als particulier zie ik niet in waarom ik vrijwillig de rol van aanklager op mij zou moeten nemen. Ik kies liever de kant van de verdediging. Persoonlijk vind ik het prettiger mensen te begrijpen dan over hen te oordelen.&#8217;</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Mevrouw C. keek mij enige tijd recht aan met haar heldere grijze ogen en aarzelde. Ik begon al te vrezen dat zij mij niet goed had begrepen en maakte me gereed mijn woorden in het Engels te herhalen. Maar met een merkwaardige ernst, alsof zij mij aan een examen onderwierp, ging zij verder met haar vragen.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>&#8216;Vindt u het dan niet verachtelijk of afschuwelijk dat een vrouw haar man en haar twee kinderen verlaat om iemand te volgen van wie zij nog helemaal niet kan weten of hij haar liefde waard is? Kunt u werkelijk zulk roekeloos en lichtzinnig gedrag verontschuldigen bij een vrouw die toch niet meer tot de jongsten behoort en die, al was het alleen maar omwille van haar kinderen, geleerd zou moeten hebben zichzelf te respecteren?&#8217;</span></p><p style="text-align: justify;"><span>&#8216;Ik herhaal, mevrouw,&#8217; hield ik vol, &#8216;dat ik weiger in dit geval te oordelen of te veroordelen. Tegenover u kan ik gerust toegeven dat ik zojuist een beetje heb overdreven. Die arme mevrouw Henriette is beslist geen heldin, zelfs geen avontuurlijke natuur en al helemaal geen grote, hartstochtelijke minnares.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Zoals ik haar ken, lijkt zij mij niets anders dan een middelmatige, zwakke vrouw. Ik heb enig respect voor haar omdat zij moedig haar wil heeft gevolgd, maar nog meer medelijden, omdat zij morgen, als zij het vandaag nog niet is, ongetwijfeld diep ongelukkig zal zijn.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Misschien heeft zij dwaas en zeker overhaast gehandeld, maar beslist niet laag of gemeen. En ik blijf iedereen het recht ontzeggen om die arme, ongelukkige vrouw te verachten.&#8217;</span></p><p style="text-align: justify;"><span>&#8216;En hebt u zelf nog precies hetzelfde respect en dezelfde achting voor haar? Maakt u werkelijk geen enkel onderscheid tussen de vrouw met wie u eergisteren nog als met een eerbare vrouw omging en de vrouw die er gisteren met een volslagen vreemde vandoor is gegaan?&#8217;</span></p><p style="text-align: justify;"><span>&#8216;Geen enkel onderscheid. Niet het minste. Werkelijk helemaal niet.&#8217;</span></p><p style="text-align: justify;"><span>&#8216;Is dat zo?&#8217; zei zij onwillekeurig in het Engels.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Het hele gesprek leek haar merkwaardig sterk bezig te houden. Na een kort ogenblik van nadenken keek zij mij opnieuw vragend aan.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>&#8216;En wanneer u mevrouw Henriette morgen, bijvoorbeeld in Nice, aan de arm van die jonge man zou tegenkomen, zou u haar dan nog groeten?&#8217;</span></p><p style="text-align: justify;"><span>&#8216;Natuurlijk.&#8217;</span></p><p style="text-align: justify;"><span>&#8216;En met haar praten?&#8217;</span></p><p style="text-align: justify;"><span>&#8216;Natuurlijk.&#8217;</span></p><p style="text-align: justify;"><span>&#8216;Zou u &#8212; wanneer u&#8230; wanneer u getrouwd was &#8212; zo&#8217;n vrouw aan uw eigen vrouw voorstellen, alsof er niets gebeurd was?&#8217;</span></p><p style="text-align: justify;"><span>&#8216;Natuurlijk.&#8217;</span></p><p style="text-align: justify;"><span>&#8216;Zou u dat werkelijk doen?&#8217; vroeg zij opnieuw in het Engels, vol ongelovige verbazing.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>&#8216;Zeker,&#8217; antwoordde ik onbewust eveneens in het Engels.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Mevrouw C. zweeg. Zij leek nog steeds diep na te denken. Toen zei zij plotseling, terwijl zij mij aankeek alsof zij verbaasd was over haar eigen moed:</span></p><p style="text-align: justify;"><span>&#8216;Ik weet niet of ik dat zou doen. Misschien zou ik het ook doen.&#8217;</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Daarop stond zij op en reikte mij vriendelijk de hand, met die onbeschrijfelijke zekerheid waarmee alleen Engelsen een gesprek definitief weten te be&#235;indigen zonder daarbij grof of bruusk te worden.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Door haar ingrijpen was de rust teruggekeerd. In stilte waren wij haar allemaal dankbaar dat wij, die zojuist nog tegenstanders waren geweest, elkaar nu weer met een redelijke beleefdheid konden groeten en dat de gevaarlijk gespannen sfeer door een paar luchtige grapjes begon te ontspannen.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Hoewel onze discussie uiteindelijk op hoffelijke wijze leek te zijn afgesloten, bleef er van de opgezweepte verbittering toch een lichte vervreemding bestaan tussen mijn tegenstanders en mij.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Het Duitse echtpaar gedroeg zich terughoudend. Het Italiaanse echtpaar schepte er de volgende dagen genoegen in mij steeds opnieuw spottend te vragen of ik al iets van de &#8216;</span><em><span>cara signora Henrietta</span></em><span>&#8217; had gehoord.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Hoe beschaafd onze omgangsvormen ook leken, iets van de oprechte, ongedwongen gezelligheid aan onze tafel was onherroepelijk verloren gegaan.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Des te opvallender was voor mij het contrast tussen de ironische koelheid van mijn vroegere tegenstanders en de bijzondere vriendelijkheid die mevrouw C. mij sinds onze discussie betoonde.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Normaal gesproken was zij uiterst gereserveerd en nauwelijks geneigd buiten de maaltijden met haar tafelgenoten te praten. Nu vond zij echter verscheidene keren een aanleiding om mij in de tuin aan te spreken en mij &#8212; ik zou bijna zeggen: met bijzondere aandacht te onderscheiden. Door haar voorname, terughoudende karakter leek alleen al een persoonlijk gesprek met haar een bijzondere gunst.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Om eerlijk te zijn moet ik zelfs zeggen dat zij mij ronduit opzocht en iedere gelegenheid aangreep om met mij in gesprek te raken. Dat deed zij zo overduidelijk dat ik misschien ijdele en vreemde gedachten had kunnen krijgen, wanneer zij niet een oude vrouw met wit haar was geweest.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Maar telkens wanneer wij samen praatten, keerde ons gesprek onvermijdelijk en zonder enige omweg terug naar hetzelfde uitgangspunt: mevrouw Henriette.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Het leek haar een geheimzinnig genoegen te schenken de vrouw die haar plichten had verzaakt van innerlijke stuurloosheid en onbetrouwbaarheid te beschuldigen. Tegelijkertijd leek zij zich erover te verheugen dat mijn sympathie onveranderlijk aan de kant van die tere, verfijnde vrouw bleef staan en dat niets mij ertoe kon brengen die sympathie te verloochenen.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Steeds opnieuw stuurde zij onze gesprekken in die richting. Uiteindelijk wist ik niet meer wat ik van die merkwaardige, bijna obsessieve volharding moest denken.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Zo ging het vijf of zes dagen door, zonder dat zij met &#233;&#233;n woord liet blijken waarom dit onderwerp voor haar zo belangrijk was geworden.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Dat het werkelijk belangrijk voor haar was, werd mij echter onmiskenbaar duidelijk toen ik tijdens een wandeling terloops vertelde dat mijn verblijf ten einde liep en dat ik van plan was overmorgen te vertrekken.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Haar normaal zo rimpelloze gezicht kreeg plotseling een merkwaardig gespannen uitdrukking. Als de schaduw van een wolk trok iets over haar zeegrijze ogen.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>&#8216;Wat jammer! Ik had nog zoveel met u te bespreken.&#8217;</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Vanaf dat ogenblik verrieden een zekere gejaagdheid en onrust dat zij tijdens het spreken aan iets anders dacht, iets wat haar hevig bezighield en afleidde.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Uiteindelijk leek die verstrooidheid ook haarzelf te hinderen. Dwars door een plotseling gevallen stilte heen stak zij onverwacht haar hand naar mij uit.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>&#8216;Ik merk dat ik niet duidelijk kan uitspreken wat ik u eigenlijk wil vertellen. Ik kan het beter opschrijven.&#8217;</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Daarop liep zij met snellere passen dan ik van haar gewend was in de richting van het huis.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Die avond, vlak voor het diner, vond ik inderdaad een brief op mijn kamer, geschreven in haar krachtige, open handschrift.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Helaas ben ik nogal achteloos omgegaan met de schriftelijke documenten uit mijn jeugd. Daarom kan ik haar precieze woorden niet meer weergeven en slechts bij benadering de inhoud van haar verzoek beschrijven.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Zij vroeg of zij mij iets uit haar leven mocht vertellen. De gebeurtenis lag zo ver in het verleden, schreef zij, dat zij eigenlijk nauwelijks nog deel uitmaakte van haar huidige leven. Dat ik overmorgen al zou vertrekken, maakte het haar gemakkelijker om te spreken over iets wat haar al meer dan twintig jaar vanbinnen kwelde en bezighield.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Wanneer ik zo&#8217;n gesprek niet als opdringerig zou ervaren, wilde zij mij graag om een uur van mijn tijd vragen.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>De brief, waarvan ik hier alleen de inhoud weergeef, boeide me buitengewoon. Alleen al het Engels gaf hem een grote helderheid en vastberadenheid. Toch viel het me niet gemakkelijk om te antwoorden. Ik verscheurde drie versies voordat ik uiteindelijk schreef:</span></p><p style="text-align: justify;"><span>&#8216;Het is voor mij een eer dat u mij zoveel vertrouwen schenkt. Ik beloof u eerlijk te antwoorden, wanneer u dat van mij verlangt. Natuurlijk mag ik u niet vragen meer te vertellen dan u zelf werkelijk wilt. Maar wat u vertelt, moet u zowel uzelf als mij volkomen naar waarheid vertellen. Geloof me alstublieft wanneer ik zeg dat ik uw vertrouwen als een bijzondere eer beschouw.&#8217;</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Die avond liet ik het briefje naar haar kamer brengen. De volgende ochtend vond ik haar antwoord:</span></p><p style="text-align: justify;"><span>&#8216;U hebt volkomen gelijk: een halve waarheid is niets waard; alleen de hele waarheid telt. Ik zal al mijn kracht bijeenrapen om niets voor mezelf of voor u te verzwijgen. Kom na het diner naar mijn kamer. Op mijn zevenenzestigste hoef ik niet bang te zijn dat iemand daar iets verkeerds achter zoekt. In de tuin of in de buurt van andere mensen kan ik niet spreken. Geloof me, het is niet gemakkelijk geweest om dit besluit &#252;berhaupt te nemen.&#8217;</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Overdag kwamen we elkaar nog aan tafel tegen en praatten we beleefd over onbelangrijke dingen. Maar toen zij mij later in de tuin zag, week ze zichtbaar verward voor me uit. Ik vond het tegelijk pijnlijk en ontroerend om te zien hoe deze oude, witharige dame, verlegen als een meisje, voor mij een laan met pijnbomen in vluchtte.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Die avond klopte ik op het afgesproken tijdstip bij haar aan. Ze deed onmiddellijk open. De kamer lag in een gedempt halfduister; alleen de kleine leeslamp op tafel wierp een gele lichtkegel in het verder schemerdonkere vertrek.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Zonder enige zichtbare verlegenheid kwam mevrouw C. op me af. Ze bood me een fauteuil aan en ging tegenover me zitten. Ik voelde dat zij ieder van die bewegingen van tevoren innerlijk had voorbereid. Toch volgde er een stilte, duidelijk tegen haar wil in: de stilte van een zwaar bevochten besluit. Ze duurde lang en werd steeds langer.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Ik durfde haar met geen enkel woord te verbreken, omdat ik voelde dat hier een sterke wil met geweld tegen een even sterke weerstand vocht. Af en toe kwamen uit de conversatiezaal beneden flarden van een wals zacht kringelend naar boven. Ik luisterde er gespannen naar, alsof ik daarmee iets van de drukkende zwaarte uit de stilte kon wegnemen.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Ook zij leek de onnatuurlijke spanning van ons zwijgen inmiddels als pijnlijk te ervaren. Plotseling vermande ze zich en begon:</span></p><p style="text-align: justify;"><span>&#8216;Alleen het eerste woord is moeilijk. Ik heb me er twee dagen op voorbereid om volkomen helder en eerlijk te zijn. Hopelijk lukt het me.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Misschien begrijpt u nu nog niet waarom ik u, een vreemde, dit alles vertel. Maar er gaat geen dag voorbij, nauwelijks &#233;&#233;n enkel uur, waarin ik niet aan die ene gebeurtenis denk. En u mag een oude vrouw als mij geloven wanneer ik zeg dat het ondraaglijk is om je hele leven lang naar &#233;&#233;n enkel punt in je leven te blijven staren, naar &#233;&#233;n enkele dag.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Want alles wat ik u wil vertellen, beslaat slechts vierentwintig uur van mijn zevenenzestig levensjaren. Ik heb mezelf tot waanzin toe vaak voorgehouden: wat betekent het nu helemaal wanneer je &#233;&#233;n keer, &#233;&#233;n enkel ogenblik, waanzinnig hebt gehandeld?</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Maar je komt niet los van wat wij met een nogal onnauwkeurig woord het &#8220;geweten&#8221; noemen. Toen ik u zo nuchter over de kwestie-Henriette hoorde spreken, dacht ik dat dit zinloze terugdenken en dat eindeloze zelfverwijt misschien zouden ophouden wanneer ik er eenmaal toe kon besluiten tegenover iemand vrijuit over die ene dag van mijn leven te spreken.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Was ik geen anglicaanse maar een katholieke, dan had de biecht mij allang de gelegenheid geboden om wat ik al die tijd heb verzwegen door middel van woorden van me af te zetten. Maar die troost is ons ontzegd. Daarom waag ik vandaag deze vreemde poging om mezelf vrij te spreken door met u te spreken.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Ik weet dat dit alles zeer vreemd is, maar u bent zonder aarzeling op mijn voorstel ingegaan. Daarvoor dank ik u.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Zoals ik al zei, wil ik u slechts over &#233;&#233;n enkele dag uit mijn leven vertellen. Al het overige lijkt mij betekenisloos en voor ieder ander saai. Niets van wat er voor mijn twee&#235;nveertigste gebeurde, was ook maar enigszins uitzonderlijk.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Mijn ouders waren rijke landeigenaren in Schotland. We bezaten grote fabrieken en uitgestrekte verpachte landerijen. Volgens de gebruikelijke levenswijze van de adel brachten we het grootste deel van het jaar op onze landgoederen door en verbleven we tijdens het societyseizoen in Londen.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Toen ik achttien was, leerde ik tijdens een bijeenkomst een man kennen. Hij was de tweede zoon uit de bekende familie R&#8230; en had tien jaar in India in het leger gediend. We trouwden al snel en leidden het zorgeloze leven dat in onze kringen gebruikelijk was: een kwart van het jaar in Londen, een kwart op onze landgoederen en de rest van de tijd trekkend van hotel naar hotel in Itali&#235;, Spanje en Frankrijk.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Nooit viel zelfs maar de geringste schaduw over ons huwelijk. De twee zoons die wij kregen, zijn inmiddels volwassen.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Toen ik veertig was, stierf mijn man plotseling. Aan zijn jaren in de tropen had hij een leverkwaal overgehouden. Binnen twee verschrikkelijke weken verloor ik hem.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Mijn oudste zoon was toen al in dienst en de jongste studeerde nog. Van de ene dag op de andere was alle grond onder mijn voeten verdwenen. Ik was altijd gewend geweest aan een liefdevolle verbondenheid en die plotselinge eenzaamheid was voor mij een verschrikkelijke kwelling.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Het leek me onmogelijk nog &#233;&#233;n dag langer in dat verlaten huis te blijven, waarin ieder voorwerp mij herinnerde aan het tragische verlies van mijn geliefde man. Daarom besloot ik de volgende jaren, zolang mijn zoons nog niet getrouwd waren, veel te reizen.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Vanaf dat ogenblik beschouwde ik mijn leven in wezen als volkomen zinloos en nutteloos. De man met wie ik drie&#235;ntwintig jaar lang ieder uur en iedere gedachte had gedeeld, was dood. Mijn kinderen hadden mij niet meer nodig en ik was bang hun jeugd met mijn somberheid en melancholie te belasten. Voor mezelf wilde en verlangde ik niets meer.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Eerst vestigde ik me in Parijs. Uit verveling dwaalde ik daar langs winkels en musea. Maar de stad en alle dingen om mij heen bleven mij vreemd. Mensen ging ik uit de weg, omdat ik hun beleefd meelevende blikken op mijn rouwkleding niet kon verdragen.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Hoe die maanden van afgestompt, doelloos rondzwerven voorbijgingen, zou ik niet meer kunnen vertellen. Ik weet alleen dat ik voortdurend verlangde te sterven, maar niet de kracht had om zelfs dat zo pijnlijk verlangde einde te bespoedigen.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>In mijn tweede jaar van rouw, dus toen ik twee&#235;nveertig was, was ik op mijn stilzwijgende vlucht voor een waardeloos geworden tijd die ik niet wist dood te slaan, in maart in Monte Carlo terechtgekomen.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Eerlijk gezegd gebeurde dat uit verveling: uit die kwellende innerlijke leegte die als misselijkheid opwelt en zich ten minste met kleine prikkels van buiten wil voeden. Hoe minder er in mijzelf nog aan gevoel bewoog, des te sterker werd ik aangetrokken tot de plaatsen waar het leven het snelst rondtolt.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Want voor iemand die zelf niets meer beleeft, vormt de hartstochtelijke onrust van anderen tenminste nog een prikkel voor de zenuwen, zoals toneel of muziek.&#8217;</span></p><p style="text-align: justify;"><span>&#8216;Daarom ging ik ook geregeld naar het casino. Het prikkelde me om op de gezichten van andere mensen het geluk en de ontzetting rusteloos heen en weer te zien golven, terwijl het in mijzelf afschuwelijk eb was. Bovendien was mijn man, zonder lichtzinnig te zijn, af en toe graag in de speelzaal gekomen. Uit een soort onbewuste eerbied bleef ik al zijn vroegere gewoonten trouw voortzetten.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>En daar begonnen die vierentwintig uur, die opwindender waren dan welk spel ook en mijn leven nog jarenlang uit zijn voegen zouden slaan.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Die middag had ik geluncht met hertogin M., een familielid van ons. Na het avondeten was ik nog niet moe genoeg om naar bed te gaan. Daarom ging ik de speelzaal binnen. Zonder zelf te spelen wandelde ik tussen de tafels door en bekeek het bont samengestelde gezelschap op een bijzondere manier.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Ik zeg met opzet: op een bijzondere manier. Mijn overleden man had mij die ooit geleerd. Ik was het toekijken op een gegeven moment beu geworden en had geklaagd dat ik het vervelend vond steeds naar dezelfde gezichten te staren: de oude, verschrompelde vrouwen die urenlang in hun stoel zaten voordat ze &#233;&#233;n fiche durfden in te zetten; de doorgewinterde beroepsspelers en de courtisanes van de kaarttafel; kortom, dat hele twijfelachtige gezelschap dat daar van alle kanten bijeen was gewaaid en dat, u weet het zelf, veel minder schilderachtig en romantisch is dan het in slechte romans altijd wordt voorgesteld, alsof daar de bloem van de elegantie en de Europese aristocratie bijeenkwam.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Twintig jaar geleden was het casino overigens oneindig veel aantrekkelijker dan tegenwoordig. Toen rolde er nog echt, tastbaar geld over de tafels: knisperende bankbiljetten, gouden napoleons en zware vijffrankstukken dwarrelden door elkaar. Nu vergokt een keurig burgerlijk publiek van georganiseerde Cook-reizigers lusteloos zijn karakterloze fiches in een modieus, pas gebouwd gokpaleis vol uiterlijk vertoon.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Maar ook toen al vond ik het eentonige schouwspel van al die onverschillige gezichten nauwelijks boeiend. Tot mijn man, wiens persoonlijke passie de chiromantie &#8212; het handlezen &#8212; was, mij een heel andere manier van kijken liet zien. Die bleek werkelijk veel interessanter, opwindender en spannender dan zomaar wat rondhangen: je moest nooit naar de gezichten kijken, maar uitsluitend naar de rechthoek van de tafel, en daarbinnen alleen naar de handen van de mensen en naar hun bijzondere gedrag.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Ik weet niet of u ooit zelf alleen naar de groene speeltafels hebt gekeken, uitsluitend naar die groene rechthoek waar in het midden de kogel als een dronkaard van het ene nummer naar het andere zwalkt. Binnen de vierkant afgebakende vakken vallen dwarrelende stukken papier en ronde schijfjes van zilver en goud neer als uitgestrooid zaad. Vervolgens maait de hark van de croupier ze met &#233;&#233;n vlijmscherpe haal weg, of schuift ze als een korenschoof naar de winnaar toe.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Vanuit dat perspectief zijn de handen het enige wat voortdurend verandert: de vele lichte, bewegende, afwachtende handen rond de groene tafel. Iedere hand gluurt uit de donkere grot van een andere mouw. Iedere hand is een roofdier, klaar om toe te springen. Ze hebben allemaal een andere vorm en kleur. Sommige zijn bloot, andere zijn opgetuigd met ringen en rinkelende kettingen. Sommige zijn behaard als wilde dieren, andere zijn vochtig en krom als een aal. Maar allemaal staan ze gespannen en trillen ze van een overweldigend ongeduld.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Onwillekeurig moest ik altijd denken aan een renbaan, waar de opgewonden paarden bij de start met moeite in bedwang worden gehouden om te voorkomen dat ze te vroeg losschieten. Precies zo trillen, steigeren en verheffen die handen zich.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Alles kun je aan handen herkennen: aan de manier waarop ze wachten, grijpen en aarzelen. De hebzuchtige herken je aan zijn klauwende hand, de verkwister aan zijn losse hand, de berekenende aan zijn rustige hand en de wanhopige aan zijn trillende pols. Honderd verschillende karakters verraden zich bliksemsnel in het gebaar waarmee iemand geld aanraakt: of hij het verfrommelt, er nerveus aan frunnikt of het tijdens het draaien uitgeput laat liggen, met vermoeide handpalmen op tafel.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>De mens verraadt zichzelf tijdens het spel &#8212; een clich&#233;, ik weet het. Maar ik zeg u: tijdens het spelen wordt hij nog duidelijker verraden door zijn eigen hand.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Want alle gokkers, of bijna allemaal, leren al snel hun gezicht te beheersen. Boven hun overhemdkraag dragen ze het koude masker van de </span><em><span>impassibilit&#233;</span></em><span>, de volmaakte onbewogenheid. Ze houden de trekken rond hun mond in bedwang en drukken hun opwinding achter hun opeengeklemde tanden. Ze dwingen zelfs hun ogen om geen onrust te tonen en strijken iedere opspringende gezichtsspier glad tot een kunstmatige, voornaam aandoende onverschilligheid.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Maar juist doordat al hun aandacht krampachtig gericht is op het beheersen van hun gezicht, het zichtbaarste deel van hun wezen, vergeten ze hun handen. Ze vergeten dat er mensen bestaan die alleen naar die handen kijken en daaruit alles aflezen wat de glimlachend gekrulde lippen en de opzettelijk onverschillige blikken proberen te verzwijgen.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>De hand onthult intussen schaamteloos haar diepste geheimen.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Er komt onvermijdelijk een ogenblik waarop al die zorgvuldig beheerste, schijnbaar slapende vingers uit hun voorname nonchalance worden opgeschrikt. Op het geladen moment waarop de roulettekogel in zijn kleine vak valt en het winnende nummer wordt afgeroepen, maakt ieder van die honderd of vijfhonderd handen onwillekeurig een volkomen persoonlijke, individuele beweging, voortkomend uit een oeroud instinct.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Wanneer je, zoals ik door de liefhebberij van mijn man, geleerd hebt naar deze arena van handen te kijken, is iedere nieuwe en onverwachte uitbarsting van een ander temperament opwindender dan toneel of muziek.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Ik kan u onmogelijk beschrijven hoeveel duizenden soorten handen er bestaan. Er zijn wilde beesten met behaarde, gekromde vingers die het geld als spinnen naar zich toe klauwen. Er zijn nerveuze, trillende handen met bleke nagels, die het geld nauwelijks durven aan te raken. Er zijn voorname en lage, brute en verlegen, listige en als het ware stamelende handen.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Iedere hand werkt anders, want ieder paar handen drukt een afzonderlijk leven uit &#8212; met uitzondering van de vier of vijf paar handen van de croupiers.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Die zijn volkomen mechanisch. Ze functioneren met een zakelijke, professionele en geheel onpersoonlijke precisie. Te midden van al die tot het uiterste levende handen lijken ze op de stalen, ratelende kleppen van een telmachine.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Maar juist door het contrast met hun jachtige en hartstochtelijke broeders maken zelfs die nuchtere handen een verbazingwekkende indruk. Ze lijken, om het zo te zeggen, een ander uniform te dragen, als politieagenten te midden van een golvende en opgewonden volksopstand.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Daar kwam nog de persoonlijke prikkel bij dat ik na een paar dagen al vertrouwd raakte met de gewoonten en hartstochten van bepaalde handen. Al snel had ik kennissen onder hen en deelde ik ze, precies als mensen, in sympathieke en vijandige types in. Sommige waren door hun lompheid en hebzucht zo weerzinwekkend voor me dat ik mijn blik telkens afwendde, alsof ik iets onfatsoenlijks zag.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Maar iedere nieuwe hand aan de tafel was voor mij een belevenis die mijn nieuwsgierigheid prikkelde. Vaak vergat ik zelfs naar het gezicht erboven te kijken. Dat gezicht stond hoog boven de handen, strak in een boord geklemd, roerloos als een koud maatschappelijk masker boven een smokinghemd of een stralend decollet&#233;.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Toen ik die avond binnenkwam, langs twee overvolle tafels naar de derde liep en alvast enkele goudstukken had klaargelegd, hoorde ik tot mijn verbazing een heel vreemd geluid recht tegenover me.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Het gebeurde tijdens die volkomen woordeloze, tot het uiterste gespannen pauze die altijd ontstaat wanneer de kogel, zelf al dodelijk vermoeid, nog slechts tussen twee nummers heen en weer zwalkt &#8212; een stilte die bijna lijkt te dreunen.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Ik hoorde gekraak en geknak, alsof er gewrichten braken.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Onwillekeurig keek ik op. En toen zag ik &#8212; werkelijk, ik schrok ervan &#8212; twee handen zoals ik nog nooit had gezien: een rechter- en een linkerhand, die als twee verbeten dieren in elkaar waren gekrampt. Ze strekten en klauwden zich met zo&#8217;n hooggespannen kracht in en tegen elkaar dat de vingergewrichten kraakten met het droge geluid van een noot die wordt opengebroken.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Het waren handen van een uitzonderlijke schoonheid: ongewoon lang, ongewoon smal en toch strak bespannen met spieren. Ze waren zeer wit en de nagels waren aan de uiteinden bleek, met fijn afgeronde, parelmoeren vlakken als kleine schepjes.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>De rest van de avond bleef ik ernaar kijken &#8212; ja, ik bleef die buitengewone, werkelijk unieke handen bewonderen. Maar wat mij aanvankelijk zo hevig had doen schrikken, was hun hartstocht, hun waanzinnig bezeten uitdrukking, hun krampachtige worsteling en de manier waarop ze elkaar in bedwang hielden.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Hier perste een mens die tot barstens toe vol zat al zijn hartstocht samen in zijn vingertoppen. Dat wist ik meteen. Hij deed het om te voorkomen dat die hartstocht hemzelf uiteen zou scheuren.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>En toen&#8230; op het moment dat de kogel met een droog, schraal geluid in de roulettekom viel en de croupier het nummer afriep&#8230; op dat ogenblik vielen de twee handen plotseling uit elkaar als twee dieren die door &#233;&#233;n enkele kogel waren doorboord.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Ze vielen neer, allebei. Werkelijk dood, niet alleen uitgeput. Ze vielen neer met zo&#8217;n tastbare uitdrukking van slapte, teleurstelling, blikseminslag en volkomen verslagenheid, dat ik die niet in woorden kan weergeven.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Nooit eerder, en ook later nooit meer, heb ik handen gezien die zo nadrukkelijk spraken, handen waarin iedere spier een mond was en de hartstocht bijna voelbaar uit de pori&#235;n brak.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Een ogenblik lagen ze allebei plat en dood op de groene tafel, als kwallen die aan de waterlijn waren aangespoeld.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Toen begon &#233;&#233;n hand, de rechter, zich moeizaam vanaf de vingertoppen weer op te richten. Ze trilde, trok zich terug, draaide om haar as, wankelde en tolde. Ten slotte greep ze nerveus naar een fiche, dat ze besluiteloos tussen de toppen van duim en wijsvinger liet rollen als een klein wiel.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Plotseling kromde ze zich met een kattenrug, panterachtig, en schoot ze het fiche van honderd frank midden op het zwarte veld &#8212; ze leek het bijna uit te spuwen.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Alsof dat een teken was, maakte de opwinding zich onmiddellijk ook meester van de werkeloos slapende linkerhand. Ze stond op en sloop, ja kroop, naar de bevende andere hand toe, die door de worp bijna uitgeput leek. Nu lagen ze allebei rillend naast elkaar. Hun gewrichten beefden tegen het tafelblad zoals tanden zacht op elkaar klapperen tijdens een koortsaanval, maar zonder geluid.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Nee, nooit, werkelijk nooit had ik handen gezien met zo&#8217;n overweldigend sprekende uitdrukking, met zo&#8217;n krampachtige vorm van opwinding en spanning.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Al het andere in die gewelfde zaal leek plotseling dood en onbeweeglijk naast die twee handen: het gezoem uit de andere zalen, de luidkeelse kreten van de croupiers, het heen en weer bewegen van de mensen en van de kogel zelf, die van bovenaf was weggeslingerd en nu bezeten door zijn ronde, spiegelgladde houten kooi sprong.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Die hele flitsende en zoemende veelheid van indrukken, die fel over mijn zenuwen joeg, leek verstard naast die twee trillende, ademende, hijgende, wachtende, verkleumde en huiverende handen. Ik kon mijn ogen er niet van afhouden; het was alsof ik betoverd was.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Maar uiteindelijk hield ik het niet langer uit. Ik moest de mens zien, het gezicht waartoe die magische handen behoorden. Angstig &#8212; ja, werkelijk angstig, want ik was bang voor die handen &#8212; liet ik mijn blik langzaam langs de mouwen en de smalle schouders omhooggaan.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Opnieuw schrok ik.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Want dat gezicht sprak dezelfde ongeremde, fantastisch overspannen taal als de handen. Het bezat dezelfde afschuwelijke verbetenheid en tegelijk dezelfde tere, bijna vrouwelijke schoonheid.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Nooit had ik zo&#8217;n gezicht gezien: een gezicht dat zo volledig buiten zichzelf was geraakt, zo totaal van zichzelf was losgerukt. Ik kreeg alle gelegenheid het rustig te bekijken, alsof het een masker was, een beeld zonder blik. Geen seconde week die bezeten blik naar rechts of naar links.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Star en zwart stond de pupil als een dode glazen kogel onder de wijd opengesperde oogleden. Hij was de spiegelende weerkaatsing van die andere, mahoniekleurige kogel, die uitzinnig en overmoedig door de ronde roulettebak rolde en sprong.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Nooit &#8212; ik moet het nogmaals zeggen &#8212; had ik zo&#8217;n gespannen en fascinerend gezicht gezien.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Het behoorde toe aan een jonge man van ongeveer vierentwintig jaar. Zijn gezicht was smal, teer en enigszins langwerpig, wat het bijzonder expressief maakte. Net als de handen leek het niet volledig mannelijk. Het deed eerder denken aan het gezicht van een jongen die met hart en ziel in een spel was opgegaan.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Maar dat merkte ik pas later op. Op dat ogenblik verdween het hele gezicht achter een eruptie van hebzucht en razernij.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>De smalle mond stond begerig open en ontblootte de tanden voor de helft. Zelfs op tien passen afstand kon je zien hoe ze koortsachtig op elkaar klapperden, terwijl de lippen onbeweeglijk open bleven staan.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Een lichtblonde haarlok plakte vochtig aan zijn voorhoofd en hing naar voren, zoals het haar van iemand die voorovervalt. Rond zijn neusvleugels flakkerde onophoudelijk een zenuwtrekking heen en weer, alsof er onder de huid kleine, onzichtbare golven bewogen.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Zijn hele voorovergebogen hoofd schoof onbewust steeds verder naar voren. Je kreeg het gevoel dat het werd meegesleurd in de draaikolk van die kleine kogel.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Pas toen begreep ik waarom de handen zich zo krampachtig tegen elkaar aandrukten: alleen door die tegendruk, alleen door die verkramping kon het lichaam, dat uit zijn eigen middelpunt dreigde te storten, nog in evenwicht blijven.&#8217;</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Nooit had ik &#8212; ik moet het steeds weer zeggen &#8212; een gezicht gezien waarin de hartstocht zich zo openlijk, zo dierlijk en zo schaamteloos naakt vertoonde. Ik staarde naar dat gezicht, even gefascineerd en even volledig in de ban van zijn bezetenheid als de blikken van de andere spelers gekluisterd waren aan het springen en schokken van de ronddraaiende kogel.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Vanaf dat ogenblik merkte ik niets anders in de zaal meer op. Alles leek dof, gedempt en wazig, donker in vergelijking met het uitslaande vuur van dat gezicht. Misschien wel een uur lang keek ik, over alle andere mensen heen, uitsluitend naar die ene man en naar ieder van zijn gebaren.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Ik zag hoe plotseling een fel licht in zijn ogen opschoot toen de croupier twintig goudstukken naar zijn gretig grijpende handen schoof. De krampachtige knoop van zijn handen werd als door een explosie opengereten en zijn vingers vlogen trillend uit elkaar.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Op dat ogenblik werd zijn gezicht plotseling licht en heel jong. De rimpels streken glad, zijn ogen begonnen te schitteren en zijn voorovergebogen lichaam richtte zich licht en moeiteloos op. Opeens zat hij daar ontspannen als een ruiter, gedragen door het gevoel van triomf. Zijn vingers speelden ijdel en verliefd met de ronde munten, tikten ze tegen elkaar, lieten ze dansen en speels rinkelen.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Daarna draaide hij zijn hoofd opnieuw onrustig heen en weer. Met de snuffelende neusgaten van een jonge jachthond die het juiste spoor zoekt, liet hij zijn blik over de groene tafel glijden. Plotseling schoof hij met een snelle ruk de hele hoop goudstukken naar een van de vakken.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Meteen begon het loeren en gespannen afwachten opnieuw. Rond zijn lippen verschenen weer die elektrisch trillende bewegingen. Zijn handen verkramp&#173;ten zich opnieuw en het jongensachtige gezicht verdween achter een wellustige verwachting.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Toen spatte de sidderende spanning in een explosie van teleurstelling uiteen. Het gezicht, dat zojuist nog jongensachtig opgewonden was geweest, verwelkte, werd bleek en oud. Zijn ogen werden dof en uitgebrand. En dat alles gebeurde binnen &#233;&#233;n enkele seconde, terwijl de kogel in een verkeerd gekozen vak viel.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Hij had verloren.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Een paar seconden bleef hij staren met een bijna wezenloze blik, alsof hij niet begreep wat er was gebeurd. Maar bij de eerste opzwepende roep van de croupier klauwden zijn vingers alweer een paar goudstukken naar zich toe.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Alleen was zijn zekerheid verdwenen. Eerst legde hij de munten op het ene vak, daarna bedacht hij zich en verplaatste ze naar een ander. Toen de kogel al draaide, wierp hij, een plotselinge ingeving volgend, met trillende hand nog twee verfrommelde bankbiljetten in het speelvak.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Dat zenuwachtige op en neer van winst en verlies duurde zonder onderbreking ongeveer een uur. Gedurende dat hele uur wendde ik mijn gefascineerde blik geen seconde af van het voortdurend veranderende gezicht, waarover alle hartstochten als golven aanrolden en weer wegebden.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Ook die magische handen liet ik geen ogenblik los. Iedere spier ervan gaf tastbaar de hele, als een fontein opstijgende en neerstortende reeks gevoelens weer.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Nooit heb ik in een theater zo gespannen naar het gezicht van een acteur gekeken als naar dat ene gelaat, waarover alle kleuren en emoties elkaar voortdurend en schoksgewijs afwisselden, zoals licht en schaduw over een landschap trekken. Nooit was ik met mijn hele wezen zo diep in een spel opgegaan als nu, door de weerspiegeling van de opwinding van een vreemde.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Had iemand mij op dat ogenblik geobserveerd, dan zou die mijn onbeweeglijke staren waarschijnlijk voor hypnose hebben gehouden. Mijn toestand leek daar inderdaad op: ik was volkomen verdoofd en kon eenvoudigweg niet wegkijken van dat wisselende gezicht.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Al het andere wat in de zaal door elkaar bewoog &#8212; de lichten, het gelach, de mensen en hun blikken &#8212; zweefde vormloos om mij heen als gele rook. Midden in die rook stond dat gezicht, als een vlam tussen andere vlammen.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Ik hoorde niets en voelde niets. Ik merkte niet dat mensen zich naast me naar voren drongen, dat andere handen zich plotseling als voelsprieten uitstrekten en geld neerwierpen of naar zich toe haalden. Ik zag de kogel niet en hoorde de stem van de croupier niet. Toch zag ik als in een droom alles wat er gebeurde, uitvergroot en als in een holle spiegel weerspiegeld in die handen, die door hun overmatige opwinding ieder detail verrieden.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Om te weten of de kogel op rood of zwart viel, of hij doorrolde of bleef steken, hoefde ik niet naar de roulette te kijken. Iedere fase &#8212; verlies en winst, verwachting en teleurstelling &#8212; schoot als een vurige scheur door de zenuwen en gebaren van dat door hartstocht overspoelde gezicht.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Toen kwam er een verschrikkelijk ogenblik. Een ogenblik dat ik al die tijd in mijzelf had gevreesd, dat als een onweersbui boven mijn gespannen zenuwen had gehangen en er nu plotseling dwars doorheen sloeg.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Opnieuw viel de kogel met dat kleine, ratelende tikje in een vak. Opnieuw kwam die ene seconde waarin tweehonderd lippen hun adem inhielden, totdat de stem van de croupier deze keer &#8216;Z&#233;ro&#8217; afriep. Zijn haastige hark schraapte ondertussen van alle kanten de rinkelende munten en knisperende bankbiljetten bijeen.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Op dat ogenblik maakten de twee verkrampte handen een bijzonder angstaanjagende beweging. Ze sprongen als het ware op om iets te grijpen wat er niet was. Daarna vielen ze weer neer op de tafel, leeg en dodelijk uitgeput, alleen nog door hun eigen gewicht omlaaggetrokken.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Maar plotseling kwamen ze nog &#233;&#233;n keer tot leven. Koortsachtig trokken ze zich van de tafel terug naar het lichaam van hun eigenaar. Als wilde katten klommen ze langs zijn romp omhoog en omlaag, naar rechts en naar links. Nerveus doorzochten ze al zijn zakken, alsof er ergens nog een vergeten muntstuk verborgen kon zitten.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Maar telkens keerden ze leeg terug. Steeds gejaagder herhaalden ze dat zinloze en nutteloze zoeken, terwijl de rouletteschijf alweer draaide, het spel van de anderen verderging, munten rinkelden, stoelen verschoven en de zaal zich opnieuw vulde met het zoemende mengsel van honderden kleine geluiden.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Ik beefde van afgrijzen. Zo sterk leefde ik met alles mee dat het leek alsof het mijn eigen vingers waren die wanhopig in de zakken en plooien van zijn verkreukelde kleren naar een stukje geld zochten.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Plotseling stond de man tegenover mij met &#233;&#233;n ruk op, precies zoals iemand die onverwacht onwel wordt overeind springt om niet te stikken. Achter hem viel de stoel met veel lawaai op de grond.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Maar hij merkte het niet eens. Zonder aandacht te schenken aan de mensen om hem heen, die geschrokken en verbaasd voor de wankelende man opzij weken, strompelde hij bij de tafel vandaan.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Bij die aanblik verstijfde ik.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Ik begreep onmiddellijk waarheen deze man ging: naar de dood.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Iemand die op die manier opstond, keerde niet terug naar een hotel, ging niet naar een caf&#233;, naar een vrouw, naar een treincoup&#233; of naar welke vorm van leven dan ook. Hij stortte zich rechtstreeks in de afgrond.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Zelfs de meest afgestompte bezoeker van die helse zaal had moeten begrijpen dat deze man nergens thuis, bij een bank of bij familie nog iets achter de hand had. Hij had daar met zijn laatste geld gezeten, met zijn leven als inzet. Nu strompelde hij ergens anders heen, maar in ieder geval dit leven uit.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Vanaf het eerste ogenblik had ik gevreesd en bijna magisch aangevoeld dat hier iets groters op het spel stond dan winst en verlies. Toch sloeg het nu als een zwarte bliksem in mij in toen ik zag hoe het leven plotseling uit zijn ogen wegstroomde en de dood zijn zojuist nog overlevendige gezicht met een bleke lijn tekende.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Zozeer was ik doordrongen geraakt van zijn uitdrukkingsvolle gebaren dat ik onwillekeurig mijn hand moest samenknijpen toen hij zich van zijn plaats losrukte en begon te wankelen. Dat wankelen ging vanuit zijn lichaam op het mijne over, precies zoals zijn spanning eerder in mijn aderen en zenuwen was doorgedrongen.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Toen werd ik meegesleurd. Ik moest hem volgen.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Zonder dat ik het wilde, kwam mijn voet in beweging. Het gebeurde volkomen onbewust. Niet ikzelf deed het; het overkwam mij. Zonder op iemand te letten en zonder mijzelf nog te voelen, haastte ik me door de gang naar de uitgang.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Hij stond bij de garderobe. De bediende had zijn jas gebracht, maar zijn eigen armen gehoorzaamden hem niet meer. Met moeite hielp de ijverige man hem in zijn mouwen, alsof hij verlamd was.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Ik zag hoe hij automatisch in zijn vestzak tastte om de bediende een fooi te geven. Zijn vingers kwamen er leeg weer uit.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Toen scheen hij zich plotseling alles weer te herinneren. Beschaamd stamelde hij een paar woorden tegen de bediende. Daarna gaf hij zichzelf, precies als eerder, een plotselinge ruk naar voren en strompelde als een dronken man de trappen van het casino af.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>De bediende keek hem nog even na, eerst met een minachtende glimlach en daarna met een glimlach waaruit bleek dat hij het eindelijk begreep.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Dat gebaar was zo aangrijpend dat ik mij schaamde om ernaar te kijken. Onwillekeurig wendde ik me af, beschaamd omdat ik de wanhoop van een vreemde had bekeken alsof die vanaf een toneel voor mij werd opgevoerd.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Maar toen joeg die onverklaarbare angst mij opnieuw vooruit. Snel liet ik mijn jas halen en zonder iets bepaalds te denken, volledig automatisch en instinctief, haastte ik mij achter die vreemde man aan, de duisternis in.&#8217;</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Mevrouw C. onderbrak haar verhaal een ogenblik.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Ze had al die tijd onbeweeglijk tegenover mij gezeten en bijna zonder onderbreking gesproken, met de kalmte en zakelijkheid die haar eigen waren. Zo spreekt alleen iemand die zich innerlijk heeft voorbereid en de gebeurtenissen zorgvuldig heeft geordend.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Nu stokte zij voor het eerst. Ze aarzelde en richtte zich toen, loskomend van haar verhaal, rechtstreeks tot mij.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>&#8216;Ik heb u en mijzelf beloofd,&#8217; begon zij enigszins onrustig, &#8216;alle feiten met de grootst mogelijke eerlijkheid te vertellen. Maar dan moet ik nu van u verlangen dat u die eerlijkheid ook volledig gelooft en achter mijn handelen geen verzwegen beweegredenen zoekt.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Misschien zou ik mij vandaag niet eens voor zulke motieven schamen, maar in dit geval zouden ze volkomen ten onrechte worden verondersteld.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Ik moet daarom nadrukkelijk zeggen dat ik niet achter die gebroken speler aan de straat op rende omdat ik verliefd was op die jonge man. Ik dacht helemaal niet aan hem als man.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Na de dood van mijn echtgenoot had ik, een vrouw die toen al ouder dan veertig was, nooit meer met belangstelling naar welke man dan ook gekeken. Dat deel van mijn leven was definitief voorbij.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Ik zeg u dit zo nadrukkelijk omdat u anders niet ten volle zult kunnen begrijpen hoe verschrikkelijk alles was wat later gebeurde.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Tegelijkertijd zou het mij moeilijk vallen precies te benoemen welk gevoel mij toen zo dwingend achter die ongelukkige aan trok. Er zat nieuwsgierigheid in, maar vooral een verschrikkelijke angst &#8212; of beter gezegd: angst voor iets verschrikkelijks. Vanaf het eerste ogenblik had ik dat onzichtbaar als een wolk om die jonge man heen gevoeld.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Maar zulke gevoelens kun je niet ontleden of in afzonderlijke delen uiteennemen. Daarvoor schieten ze te dwingend, te snel en te spontaan door elkaar.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Waarschijnlijk deed ik niets anders dan toegeven aan de volkomen instinctieve neiging om hulp te bieden, zoals je een kind achteruittrekt dat op straat voor een auto dreigt te lopen.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Hoe moet je anders verklaren dat mensen die zelf niet kunnen zwemmen soms vanaf een brug een drenkeling achternaspringen? Ze worden eenvoudigweg door een magische kracht meegesleurd. Een wil stoot hen omlaag voordat ze de tijd hebben gehad na te denken over de zinloze roekeloosheid van hun poging.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Op precies dezelfde manier, zonder na te denken en zonder bewust te overleggen, volgde ik die ongelukkige vanuit de speelzaal naar de uitgang en van daaruit het terras op.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Ik weet zeker dat u, en ook ieder ander mens die met open ogen kan voelen, zich niet aan die angstige nieuwsgierigheid had kunnen onttrekken. Een onheilspellender schouwspel was nauwelijks denkbaar.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Die jonge man van hoogstens vierentwintig sleepte zich voort van de trap naar het terras aan de straat. Hij bewoog moeizaam als een oude man en zwaaide als een dronkaard met zijn armen, alsof zijn gewrichten losgeraakt en gebroken waren.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Daar liet hij zich log en zwaar als een zak op een bank vallen.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Opnieuw voelde ik huiverend aan die beweging: deze man was aan zijn einde gekomen.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Alleen een dode valt zo neer, of iemand in wie geen enkele spier zich nog aan het leven vastklampt. Zijn hoofd was scheef naar achteren over de rugleuning gezakt. Zijn armen hingen slap en vormloos naar de grond.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>In het halfduister van de zwak flakkerende lantaarns zou iedere voorbijganger hem voor iemand hebben gehouden die was neergeschoten.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>En plotseling &#8212; ik kan niet verklaren hoe dat beeld in mij ontstond, maar opeens stond het tastbaar, huiveringwekkend en verschrikkelijk echt voor me &#8212; zag ik hem daar inderdaad als een neergeschoten man.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Onmiddellijk wist ik zeker dat hij een revolver in zijn zak had en dat men hem de volgende ochtend op deze of een andere bank uitgestrekt zou aantreffen, levenloos en onder het bloed.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Want hij was neergevallen als een steen die in de diepte stort en niet tot stilstand komt voordat hij de bodem van zijn afgrond heeft bereikt. Nooit heb ik vermoeidheid en wanhoop zo volledig in een lichamelijk gebaar uitgedrukt gezien.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Stelt u zich nu mijn situatie voor.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Ik stond twintig of dertig passen achter de bank waarop die roerloze, gebroken man zat. Ik had geen idee wat ik moest doen. Aan de ene kant werd ik voortgedreven door mijn verlangen hem te helpen. Aan de andere kant werd ik tegengehouden door mijn aangeleerde en ge&#235;rfde schroom om op straat een vreemde man aan te spreken.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>De gaslantaarns flakkerden dof onder de bewolkte hemel. Slechts heel af en toe haastte een gestalte zich voorbij, want het was bijna middernacht. Ik was vrijwel alleen in het park met die man die op het punt leek zichzelf van het leven te beroven.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Vijfmaal, tienmaal had ik mezelf al vermand en was ik naar hem toe gelopen. Iedere keer weer hield mijn schaamte mij tegen. Of misschien was het een dieper voorgevoel: het instinctieve besef dat iemand die valt vaak ook degene die hem probeert te helpen met zich meesleurt.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Terwijl ik zo heen en weer werd geslingerd, besefte ik zelf heel duidelijk hoe zinloos en belachelijk de situatie was. Toch kon ik niet spreken en evenmin weggaan. Ik kon niets doen, maar kon hem ook niet achterlaten.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Ik hoop dat u mij gelooft wanneer ik u zeg dat ik misschien wel een uur lang &#8212; een eindeloos uur, waarin duizenden kleine golfslagen van de onzichtbare zee de tijd in stukken braken &#8212; besluiteloos over dat terras bleef dwalen.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Zo diep had het beeld van de volledige vernietiging van een mens mij geschokt en in zijn greep gekregen.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Toch vond ik de moed niet om iets te zeggen of te doen. Ik zou daar misschien nog de halve nacht zo zijn blijven staan. Of uiteindelijk zou een verstandiger vorm van zelfzucht mij ertoe hebben gebracht naar huis te gaan.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Ik geloof zelfs dat ik al besloten had dat bundeltje ellende machteloos te laten liggen.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Maar toen nam een kracht die sterker was dan mijn besluiteloosheid de beslissing voor mij.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Het begon te regenen.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>De hele avond had de wind boven zee zware, dampende voorjaarswolken bijeengedreven. Je voelde met je longen en met je hart dat de hemel heel laag neerdrukte.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Plotseling kletste er een druppel omlaag. Meteen daarna barstte een zware regenbui los. Dikke, natte, door de wind voortgejaagde strengen water stortten naar beneden.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Onwillekeurig vluchtte ik onder het uitstekende dak van een kiosk. Hoewel ik mijn paraplu opende, joegen de springende windvlagen nog steeds bundels water tegen mijn jurk. Tot in mijn gezicht en op mijn handen voelde ik de koude nevel van de druppels die met harde klappen op de grond uiteenspatten.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Maar &#8212; en het was zo&#8217;n verschrikkelijk gezicht dat de herinnering mij zelfs nu, twintig jaar later, nog de keel dichtknijpt &#8212; midden in die neerstortende wolkbreuk bleef de ongelukkige roerloos op zijn bank zitten.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Hij bewoog niet.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Van alle dakranden droop en klaterde het water. Vanuit de stad hoorde je rijtuigen dreunend voorbijgaan. Rechts en links vluchtten mensen weg met hun jassen over hun hoofd getrokken.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Alles wat leefde kromp ineen, haastte zich weg, vluchtte en zocht beschutting. Bij mens en dier voelde je overal de angst voor het neerstortende natuurgeweld.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Alleen die donkere, ineengezakte mensenfiguur op de bank bewoog niet.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Ik heb u al verteld dat deze man op een bijna magische manier ieder gevoel tastbaar wist te maken door zijn bewegingen en gebaren. Maar niets, helemaal niets op aarde had wanhoop, volledige overgave en levend gestorven zijn zo aangrijpend kunnen uitdrukken als deze onbeweeglijkheid.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Hij zat roerloos en gevoelloos in de kletterende regen. Hij was te vermoeid om op te staan en de paar stappen naar een beschuttend dak te zetten. Zo volkomen onverschillig was hij geworden tegenover zijn eigen bestaan.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Geen beeldhouwer en geen dichter, zelfs Michelangelo en Dante niet, heeft mij ooit het gebaar van de uiterste wanhoop en de diepste ellende van de wereld zo overweldigend laten voelen als deze levende man, die zich door het natuurgeweld liet overspoelen omdat hij al te lusteloos en te moe was om zichzelf met &#233;&#233;n enkele beweging te beschermen.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Dat sleurde mij mee. Ik kon niet anders.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Met &#233;&#233;n ruk rende ik door de geselende regen naar hem toe en schudde het druipende bundeltje mens op de bank wakker.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>&#8216;Kom mee!&#8217;</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Ik greep hem bij zijn arm.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Iets keek moeizaam omhoog. Langzaam leek er een beweging in hem te ontstaan, maar hij begreep me niet.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>&#8216;Kom mee!&#8217; zei ik nogmaals, terwijl ik aan zijn doorweekte mouw trok, nu bijna boos.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Toen stond hij langzaam op, zonder enige eigen wil en wankelend.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>&#8216;Wat wilt u?&#8217; vroeg hij.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Ik had daar geen antwoord op, want ik wist zelf niet waar ik met hem heen moest. Ik wilde hem alleen uit die koude stortregen halen, weg van dat zinloze, zelfvernietigende zitten in uiterste wanhoop.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Ik liet zijn arm niet los, maar trok de volkomen willoze man met me mee, tot aan de verkoopkiosk. Het smalle uitstekende dak bood hem daar tenminste enige bescherming tegen de razende aanval van de door de wind wild rondgeslingerde regen.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Wat daarna moest gebeuren, wist ik niet. Ik verlangde op dat ogenblik ook niets anders.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Ik wilde die man alleen droog krijgen, alleen onder een dak brengen. Verder had ik nog niet gedacht.&#8217;</span></p><p style="text-align: justify;"><span>&#8216;Zo stonden we naast elkaar op die smalle strook droge grond. Achter ons bevond zich de gesloten wand van het kioskje en boven ons hing alleen dat veel te kleine afdak. De onverzadigbare regen sloeg daar verraderlijk onderdoor en joeg met plotselinge windvlagen telkens weer flarden natte kou tegen onze kleren en in ons gezicht.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>De situatie werd onhoudbaar. Ik kon daar toch niet eindeloos naast die druipnatte vreemde man blijven staan. Maar nadat ik hem hierheen had gesleept, kon ik hem evenmin zonder &#233;&#233;n woord achterlaten.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Er moest iets gebeuren. Langzaam dwong ik mezelf weer helder en logisch na te denken. Het beste leek me hem met een rijtuig naar huis te brengen en daarna zelf naar huis te gaan. Morgen zou hij wel in staat zijn zelf hulp te zoeken.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Daarom vroeg ik aan de man die roerloos naast me stond en strak de voortgejaagde nacht in keek:</span></p><p style="text-align: justify;"><span>&#8220;Waar verblijft u?&#8221;</span></p><p style="text-align: justify;"><span>&#8220;Ik heb geen verblijfplaats&#8230; Ik ben pas vanavond uit Nice gekomen&#8230; Bij mij kunnen we niet terecht.&#8221;</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Die laatste zin begreep ik aanvankelijk niet. Pas later drong het tot me door dat deze man mij voor een&#8230; voor een prostituee hield, voor een van die vrouwen die &#8217;s nachts in groten getale rond het casino zwierven in de hoop een gelukkige speler of een dronkaard nog wat geld afhandig te maken.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Wat had hij eigenlijk anders moeten denken? Pas nu ik u dit vertel, besef ik hoe onwaarschijnlijk, ja bijna fantastisch mijn situatie was. De manier waarop ik hem van de bank had weggetrokken en zonder verdere uitleg had meegenomen, was bepaald niet de manier waarop een keurige dame zich gedroeg.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Maar op dat moment kwam die gedachte niet bij me op. Pas later, toen het al te laat was, begon ik het afschuwelijke misverstand te begrijpen waarin hij over mij verkeerde. Anders zou ik nooit de volgende woorden hebben uitgesproken, die hem alleen maar sterker in zijn vergissing moesten bevestigen:</span></p><p style="text-align: justify;"><span>&#8220;Dan nemen we gewoon een kamer in een hotel. U kunt hier niet blijven. U moet nu ergens onderdak vinden.&#8221;</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Meteen merkte ik hoe pijnlijk zijn misverstand was. Hij keerde zich niet eens naar mij toe, maar wees mijn voorstel af met een enigszins spottende uitdrukking.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>&#8220;Nee, ik heb geen kamer nodig. Ik heb helemaal niets meer nodig. Doe geen moeite; bij mij valt niets te halen. Je hebt de verkeerde voor je. Ik heb geen geld.&#8221;</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Opnieuw zei hij dat op zo&#8217;n verschrikkelijke toon, met zo&#8217;n verpletterende onverschilligheid. En de manier waarop hij daar stond &#8212; slap tegen de muur geleund, druipnat en innerlijk volkomen uitgeput &#8212; greep me zo aan dat ik niet eens de tijd had me beledigd te voelen.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Ik voelde alleen wat ik vanaf het eerste ogenblik had gevoeld, vanaf het moment waarop ik hem uit de speelzaal had zien wankelen en gedurende dat hele onwaarschijnlijke uur daarna: hier stond een mens, een jonge, levende, ademende mens, vlak voor de dood, en ik moest hem redden.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Ik ging dichter naar hem toe.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>&#8220;Maak u geen zorgen om het geld en kom mee! U kunt hier niet blijven. Ik zorg wel dat u ergens terechtkunt. Denk nergens aan en kom nu gewoon mee!&#8221;</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Hij draaide zijn hoofd naar me toe. Terwijl de regen dof om ons heen trommelde en de dakgoot klaterend water voor onze voeten uitstortte, voelde ik hoe hij in het donker voor het eerst moeite deed mijn gezicht te bekijken. Ook zijn lichaam leek langzaam uit zijn verdoving te ontwaken.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>&#8220;Goed, zoals je wilt,&#8221; zei hij uiteindelijk berustend. &#8220;Het kan me allemaal niets schelen&#8230; Waarom eigenlijk niet? Laten we gaan.&#8221;</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Ik klapte mijn paraplu open. Hij ging naast me lopen en nam me bij de arm.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Die plotselinge vertrouwelijkheid was mij onaangenaam; meer nog, ze joeg me angst aan. Ik schrok tot in het diepst van mijn hart. Toch had ik niet de moed hem terecht te wijzen. Wanneer ik hem nu van me afstootte, zou hij opnieuw in de afgrond vallen en zou alles wat ik tot dan toe had geprobeerd voor niets zijn geweest.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>We liepen de paar stappen terug in de richting van het casino. Pas toen bedacht ik dat ik helemaal niet wist wat ik met hem moest doen.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Het beste, zo besloot ik haastig, was hem naar een hotel te brengen en hem daar genoeg geld te geven om te overnachten en de volgende dag naar huis te reizen. Verder dacht ik niet.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Toen er haastig rijtuigen voor het casino kwamen aanrijden, riep ik er een. We stapten in. Toen de koetsier vroeg waarheen, wist ik aanvankelijk geen antwoord.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Opeens bedacht ik dat de volkomen doorweekte, druipende man naast mij in geen enkel goed hotel zou worden toegelaten. Omdat ik een werkelijk onervaren vrouw was en helemaal niet aan een dubieus hotel dacht, riep ik slechts tegen de koetsier:</span></p><p style="text-align: justify;"><span>&#8220;Naar een eenvoudig hotel, het maakt niet uit welk!&#8221;</span></p><p style="text-align: justify;"><span>De koetsier, onverschillig en zelf door de regen overgoten, spoorde zijn paarden aan.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>De vreemde man naast me zei geen woord. De wielen ratelden en de regen sloeg met zware kracht tegen de ruiten. In dat donkere, onverlichte, doodkistachtige vierkant had ik het gevoel dat ik met een lijk onderweg was.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Ik probeerde na te denken en een paar woorden te vinden die het vreemde en afschuwelijke van dit zwijgende samenzijn konden verzachten, maar me schoot niets te binnen.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Na enkele minuten hield het rijtuig stil. Ik stapte als eerste uit en betaalde de koetsier, terwijl de jonge man als slaapdronken het portier achter zich dichttrok.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>We stonden voor de deur van een klein, mij onbekend hotel. Boven ons bood een glazen afdak een minuscuul stukje beschutting tegen de regen, die rondom ons met een verschrikkelijke eentonigheid de ondoordringbare nacht aan flarden scheurde.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>De vreemde man gaf toe aan zijn vermoeidheid en leunde onwillekeurig tegen de muur. Het water droop en stroomde van zijn natte hoed en zijn gekreukte kleren.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Hij stond daar als een drenkeling die men uit een rivier had gehaald en die nog nauwelijks tot bewustzijn was gekomen. Rond de plek waar hij tegen de muur leunde, vormde zich een stroompje van het water dat van hem afliep.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Maar hij deed niet de geringste moeite zich af te schudden of zijn hoed af te zetten, waarvan de druppels telkens opnieuw over zijn voorhoofd en gezicht liepen. Hij stond daar volkomen apathisch. Ik kan u niet vertellen hoe diep die totale gebrokenheid mij aangreep.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Maar nu moest er iets gebeuren.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Ik stak mijn hand in mijn tas.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>&#8220;Hier hebt u honderd frank,&#8221; zei ik. &#8220;Neem daarmee een kamer en ga morgen terug naar Nice.&#8221;</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Verbaasd keek hij op.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>&#8220;Ik heb u in de speelzaal gezien,&#8221; drong ik aan toen ik zijn aarzeling merkte. &#8220;Ik weet dat u alles hebt verloren en ik ben bang dat u op het punt staat iets heel doms te doen. Het is geen schande hulp aan te nemen&#8230; Hier, pak het aan!&#8221;</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Maar hij duwde mijn hand weg met een kracht die ik niet meer van hem had verwacht.</span></p>
      <p>
          <a href="https://www.diderot.nl/p/vierentwintig-uur-uit-het-leven-van-een-vrouw-stefan-zweig">
              Read more
          </a>
      </p>
   ]]></content:encoded></item><item><title><![CDATA[De dame met de camelia’s - Alexandre Dumas]]></title><description><![CDATA[Een aangrijpende roman over liefde, opoffering en verlossing in het Parijs van de negentiende eeuw.]]></description><link>https://www.diderot.nl/p/de-dame-met-de-camelias-alexandre-dumas</link><guid isPermaLink="false">https://www.diderot.nl/p/de-dame-met-de-camelias-alexandre-dumas</guid><dc:creator><![CDATA[Diderot.nl]]></dc:creator><pubDate>Thu, 06 Aug 2026 18:42:42 GMT</pubDate><enclosure url="https://substackcdn.com/image/fetch/$s_!XJXy!,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F98c420d3-a420-425d-93d2-d3cfd01bcd6e_1600x991.jpeg" length="0" type="image/jpeg"/><content:encoded><![CDATA[<div class="captioned-image-container"><figure><a class="image-link image2 is-viewable-img" target="_blank" href="https://substackcdn.com/image/fetch/$s_!XJXy!,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F98c420d3-a420-425d-93d2-d3cfd01bcd6e_1600x991.jpeg" data-component-name="Image2ToDOM"><div class="image2-inset"><picture><source type="image/webp" srcset="https://substackcdn.com/image/fetch/$s_!XJXy!,w_424,c_limit,f_webp,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F98c420d3-a420-425d-93d2-d3cfd01bcd6e_1600x991.jpeg 424w, https://substackcdn.com/image/fetch/$s_!XJXy!,w_848,c_limit,f_webp,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F98c420d3-a420-425d-93d2-d3cfd01bcd6e_1600x991.jpeg 848w, https://substackcdn.com/image/fetch/$s_!XJXy!,w_1272,c_limit,f_webp,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F98c420d3-a420-425d-93d2-d3cfd01bcd6e_1600x991.jpeg 1272w, https://substackcdn.com/image/fetch/$s_!XJXy!,w_1456,c_limit,f_webp,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F98c420d3-a420-425d-93d2-d3cfd01bcd6e_1600x991.jpeg 1456w" sizes="100vw"><img src="https://substackcdn.com/image/fetch/$s_!XJXy!,w_1456,c_limit,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F98c420d3-a420-425d-93d2-d3cfd01bcd6e_1600x991.jpeg" width="1456" height="902" data-attrs="{&quot;src&quot;:&quot;https://substack-post-media.s3.amazonaws.com/public/images/98c420d3-a420-425d-93d2-d3cfd01bcd6e_1600x991.jpeg&quot;,&quot;srcNoWatermark&quot;:null,&quot;fullscreen&quot;:null,&quot;imageSize&quot;:null,&quot;height&quot;:902,&quot;width&quot;:1456,&quot;resizeWidth&quot;:null,&quot;bytes&quot;:201034,&quot;alt&quot;:null,&quot;title&quot;:null,&quot;type&quot;:&quot;image/jpeg&quot;,&quot;href&quot;:null,&quot;belowTheFold&quot;:false,&quot;topImage&quot;:true,&quot;internalRedirect&quot;:&quot;https://www.diderot.nl/i/210083744?img=https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F98c420d3-a420-425d-93d2-d3cfd01bcd6e_1600x991.jpeg&quot;,&quot;isProcessing&quot;:false,&quot;align&quot;:null,&quot;offset&quot;:false}" class="sizing-normal" alt="" srcset="https://substackcdn.com/image/fetch/$s_!XJXy!,w_424,c_limit,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F98c420d3-a420-425d-93d2-d3cfd01bcd6e_1600x991.jpeg 424w, https://substackcdn.com/image/fetch/$s_!XJXy!,w_848,c_limit,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F98c420d3-a420-425d-93d2-d3cfd01bcd6e_1600x991.jpeg 848w, https://substackcdn.com/image/fetch/$s_!XJXy!,w_1272,c_limit,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F98c420d3-a420-425d-93d2-d3cfd01bcd6e_1600x991.jpeg 1272w, https://substackcdn.com/image/fetch/$s_!XJXy!,w_1456,c_limit,f_auto,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fsubstack-post-media.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F98c420d3-a420-425d-93d2-d3cfd01bcd6e_1600x991.jpeg 1456w" sizes="100vw" fetchpriority="high"></picture><div class="image-link-expand"><div class="pencraft pc-display-flex pc-gap-8 pc-reset"><button tabindex="0" type="button" class="pencraft pc-reset pencraft icon-container restack-image"><svg aria-hidden="true" width="20" height="20" viewBox="0 0 20 20" fill="none" stroke-width="1.5" stroke="var(--color-fg-primary)" stroke-linecap="round" stroke-linejoin="round" xmlns="http://www.w3.org/2000/svg"><g><path d="M2.53001 7.81595C3.49179 4.73911 6.43281 2.5 9.91173 2.5C13.1684 2.5 15.9537 4.46214 17.0852 7.23684L17.6179 8.67647M17.6179 8.67647L18.5002 4.26471M17.6179 8.67647L13.6473 6.91176M17.4995 12.1841C16.5378 15.2609 13.5967 17.5 10.1178 17.5C6.86118 17.5 4.07589 15.5379 2.94432 12.7632L2.41165 11.3235M2.41165 11.3235L1.5293 15.7353M2.41165 11.3235L6.38224 13.0882"></path></g></svg></button><button tabindex="0" type="button" class="pencraft pc-reset pencraft icon-container view-image"><svg xmlns="http://www.w3.org/2000/svg" width="20" height="20" viewBox="0 0 24 24" fill="none" stroke="currentColor" stroke-width="2" stroke-linecap="round" stroke-linejoin="round" class="lucide lucide-maximize2 lucide-maximize-2"><polyline points="15 3 21 3 21 9"></polyline><polyline points="9 21 3 21 3 15"></polyline><line x1="21" x2="14" y1="3" y2="10"></line><line x1="3" x2="10" y1="21" y2="14"></line></svg></button></div></div></div></a></figure></div><p style="text-align: center;"><em>&#169; Wilma Baltus. Alle rechten voorbehouden.</em></p><h2>Hoofdstuk I</h2><p style="text-align: justify;">Ik ben van mening dat je alleen personages kunt scheppen wanneer je de mensen grondig hebt bestudeerd, zoals je een taal alleen kunt spreken als je haar serieus hebt geleerd.</p><p style="text-align: justify;">Omdat ik nog niet de leeftijd heb bereikt waarop je dingen verzint, beperk ik me tot vertellen.</p><p style="text-align: justify;">Daarom verzoek ik de lezer ervan uit te gaan dat dit verhaal werkelijk is gebeurd. Alle personages, met uitzondering van de heldin, leven nog.</p><p style="text-align: justify;">Bovendien zijn er in Parijs getuigen van de meeste gebeurtenissen die ik hier beschrijf. Zij zouden die kunnen bevestigen als mijn eigen getuigenis niet voldoende was. Door een bijzondere samenloop van omstandigheden was ik de enige die ze kon opschrijven, want alleen ik was in vertrouwen genomen over de laatste bijzonderheden. Zonder die details zou het onmogelijk zijn geweest er een boeiend en volledig verhaal van te maken.</p><p style="text-align: justify;">Zo kwamen deze bijzonderheden mij ter ore.</p><p style="text-align: justify;">Op 12 maart 1847 las ik in de rue Laffitte een groot geel aanplakbiljet waarop de verkoop van meubels en kostbare curiositeiten werd aangekondigd. Het ging om een verkoop na een sterfgeval. Op het biljet stond niet wie er was overleden, maar de veiling zou op de zestiende plaatsvinden, van twaalf tot vijf uur, aan de rue d&#8217;Antin nummer 9.</p><p style="text-align: justify;">Verder stond erop dat men op de dertiende en veertiende het appartement en de meubels kon bezichtigen.</p><p style="text-align: justify;">Ik heb altijd van bijzondere en zeldzame voorwerpen gehouden. Ik nam me voor deze gelegenheid niet voorbij te laten gaan, al was het maar om alles te bekijken en niet noodzakelijk om iets te kopen.</p><p style="text-align: justify;">De volgende dag ging ik naar de rue d&#8217;Antin nummer 9.</p><p style="text-align: justify;">Het was nog vroeg, maar toch waren er al bezoekers in het appartement, onder wie ook verscheidene dames. Hoewel zij in fluweel gekleed en in kasjmier gehuld waren en hun elegante rijtuigen bij de deur op hen wachtten, bekeken zij met verbazing, en zelfs met bewondering, de weelde die voor hun ogen werd uitgestald.</p><p style="text-align: justify;">Later begreep ik hun bewondering en verbazing. Toen ik zelf alles begon te bekijken, zag ik al snel dat ik me bevond in het appartement van een vrouw die door rijke mannen werd onderhouden. En als er &#233;&#233;n ding is dat dames uit de betere kringen graag willen zien &#8212; en zulke dames waren daar aanwezig &#8212; dan is het wel het interieur van dit soort vrouwen. Hun rijtuigen spatten dagelijks modder op die van hen, ze hebben net als zij, en vlak naast hen, een loge in de Op&#233;ra en het Th&#233;&#226;tre-Italien, en ze pronken in Parijs met de onbeschaamde weelde van hun schoonheid, hun juwelen en hun schandalen.</p><p style="text-align: justify;">De vrouw in wier woning ik me bevond, was dood. Zelfs de deugdzaamste dames konden dus tot in haar slaapkamer doordringen. De dood had de lucht van deze schitterende poel van verderf gezuiverd. Bovendien konden zij, als dat al nodig was, als excuus aanvoeren dat ze alleen naar een veiling waren gekomen, zonder te weten aan wie het appartement had toebehoord. Ze hadden de aanplakbiljetten gelezen, wilden bekijken wat daarop werd aangeboden en vooraf hun keuze maken. Niets was eenvoudiger. Dat weerhield hen er echter niet van om tussen al die prachtige voorwerpen te zoeken naar sporen van het leven van de courtisane over wie hun ongetwijfeld de vreemdste verhalen waren verteld.</p><p style="text-align: justify;">Helaas waren de geheimen samen met de godin gestorven. Hoe nieuwsgierig de dames ook waren, ze ontdekten alleen wat sinds haar dood te koop stond en niets van wat tijdens het leven van de bewoonster te koop was geweest.</p><p style="text-align: justify;">Er viel overigens genoeg te kopen. De inrichting was schitterend. Meubels van rozenhout en Boulle-werk, vazen uit S&#232;vres en China, Saksische beeldjes, satijn, fluweel en kant: niets ontbrak.</p><p style="text-align: justify;">Ik liep door het appartement en volgde de voorname nieuwsgierigen die v&#243;&#243;r mij waren binnengekomen. Ze betraden een kamer waarvan de wanden met Perzische stof waren bekleed. Ik wilde hen volgen, maar bijna onmiddellijk kwamen ze glimlachend weer naar buiten, alsof ze zich voor deze nieuwe uiting van nieuwsgierigheid schaamden. Daardoor wilde ik des te liever naar binnen.</p><p style="text-align: justify;">Het was de kleedkamer, tot in de kleinste bijzonderheden ingericht. Aan alles was te zien dat de overledene hier haar spilzucht tot het uiterste had gedreven.</p><p style="text-align: justify;">Op een grote tafel die tegen de muur stond, drie voet breed en zes voet lang, schitterden alle schatten van Aucoc en Odiot. Het was een prachtige verzameling. Geen van de duizend voorwerpen die kennelijk onmisbaar waren voor de verzorging van een vrouw als degene bij wie wij ons bevonden, was van iets anders gemaakt dan goud of zilver. Toch kon deze verzameling alleen geleidelijk zijn ontstaan, en het was niet &#233;&#233;n en dezelfde minnaar geweest die haar had voltooid.</p><p style="text-align: justify;">Ik schrok niet terug voor de aanblik van de kleedkamer van een onderhouden vrouw. Ik vermaakte me ermee alle details te bekijken, ongeacht hun aard, en merkte dat al deze prachtig bewerkte gebruiksvoorwerpen verschillende initialen en verschillende kroontjes droegen.</p><p style="text-align: justify;">Ik keek naar al die dingen, die mij er stuk voor stuk aan herinnerden dat het arme meisje zich ervoor had moeten verkopen. Ik bedacht dat God barmhartig voor haar was geweest. Hij had niet toegestaan dat zij de gebruikelijke straf onderging, maar haar laten sterven te midden van haar weelde en schoonheid, v&#243;&#243;r de ouderdom haar bereikte &#8212; de eerste dood van een courtisane.</p><p style="text-align: justify;">Wat is er immers treuriger om te zien dan de ouderdom van de ondeugd, vooral bij een vrouw? Die bezit geen enkele waardigheid en wekt geen enkel medeleven. Dat eeuwige berouw, niet over de verkeerde weg die men is ingeslagen, maar over verkeerde berekeningen en slecht besteed geld, is een van de treurigste dingen die een mens kan aanhoren.</p><p style="text-align: justify;">Ik heb eens een voormalige courtisane gekend die van haar verleden niets meer overhad dan een dochter. Volgens mensen die haar moeder vroeger hadden gekend, was die dochter bijna even mooi als haar moeder ooit was geweest.</p><p style="text-align: justify;">Tegen dit arme kind had haar moeder alleen maar gezegd: &#8216;Jij bent mijn dochter&#8217; wanneer ze haar wilde bevelen in haar oude dag voor haar te zorgen, zoals zij vroeger tijdens haar jeugd voor haar had gezorgd.</p><p style="text-align: justify;">Het arme schepsel heette Louise. Gehoorzaam aan haar moeder gaf zij zich aan mannen over, zonder eigen wil, zonder hartstocht en zonder plezier, zoals zij een gewoon beroep zou hebben uitgeoefend als iemand ooit de moeite had genomen haar er een te leren.</p><p style="text-align: justify;">De voortdurende omgang met losbandigheid, waaraan ze al op jonge leeftijd was blootgesteld en die nog werd gevoed door haar aanhoudende ziekelijkheid, had in haar elk besef van goed en kwaad uitgedoofd. Misschien had God haar dat besef meegegeven, maar niemand was ooit op het idee gekomen het verder te ontwikkelen.</p><p style="text-align: justify;">Ik zal me dat jonge meisje altijd blijven herinneren. Bijna elke dag liep zij op hetzelfde tijdstip over de boulevards. Haar moeder vergezelde haar voortdurend, even trouw als een echte moeder haar eigen dochter zou hebben vergezeld.</p><p style="text-align: justify;">Ik was toen nog erg jong en stond op het punt de gemakkelijke moraal van mijn tijd tot de mijne te maken. Toch herinner ik me dat de aanblik van dit schandelijke toezicht mij met minachting en afkeer vervulde.</p><p style="text-align: justify;">Daar kwam nog bij dat nooit eerder een maagdelijk gezicht zo&#8217;n gevoel van onschuld en zo&#8217;n uitdrukking van melancholisch lijden had vertoond.</p><p style="text-align: justify;">Ze leek de verpersoonlijking van berusting.</p><p style="text-align: justify;">Op een dag lichtte het gezicht van het meisje op. Midden in de losbandigheid waarvan haar moeder het programma bepaalde, leek het de zondares toe dat God haar een ogenblik van geluk toestond.</p><p style="text-align: justify;">En waarom zou God, die haar zonder kracht had geschapen, haar uiteindelijk zonder enige troost laten onder de pijnlijke last van haar bestaan?</p><p style="text-align: justify;">Op een dag ontdekte ze dat ze zwanger was. Wat er in haar nog kuis was, trilde van vreugde. De ziel vindt vreemde schuilplaatsen.</p><p style="text-align: justify;">Louise rende naar haar moeder om haar het nieuws te vertellen dat haar zo gelukkig maakte.</p><p style="text-align: justify;">Het is beschamend om te vertellen wat er toen gebeurde. Toch beschrijven we hier niet voor ons plezier iets immoreels. We vertellen een waargebeurd feit dat we misschien beter zouden kunnen verzwijgen, als we niet geloofden dat het soms noodzakelijk is het martelaarschap te onthullen van mensen die worden veroordeeld zonder dat men naar hen luistert en die worden veracht zonder dat men over hen heeft geoordeeld.</p><p style="text-align: justify;">Het is beschamend, zeggen we nogmaals, maar haar moeder antwoordde dat ze nu al nauwelijks genoeg hadden voor twee personen en dat ze zeker niet genoeg zouden hebben voor drie. Kinderen als dit waren volgens haar nutteloos, en een zwangerschap was verloren tijd.</p><p style="text-align: justify;">De volgende dag kwam een vroedvrouw &#8212; die we hier alleen als een vriendin van de moeder zullen aanduiden &#8212; bij Louise langs. Louise bleef enkele dagen in bed en kwam er bleker en zwakker uit dan ooit tevoren.</p><p style="text-align: justify;">Drie maanden later kreeg een man medelijden met haar en nam hij haar geestelijke en lichamelijke herstel op zich. Maar de laatste schok was te hevig geweest. Louise stierf aan de gevolgen van de miskraam die ze had gehad.</p><p style="text-align: justify;">Haar moeder leeft nog.</p><p style="text-align: justify;">Hoe?</p><p style="text-align: justify;">God mag het weten.</p><p style="text-align: justify;">Dit verhaal was weer bij me opgekomen terwijl ik naar de zilveren toiletbenodigdheden keek. Kennelijk was er tijdens mijn overpeinzingen geruime tijd verstreken, want inmiddels waren alleen ik en een bewaker nog in het appartement. Vanuit de deuropening hield hij mij aandachtig in het oog om er zeker van te zijn dat ik niets stal.</p><p style="text-align: justify;">Ik liep naar de brave man toe, die zich kennelijk zoveel zorgen over mij maakte.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Meneer,&#8217; zei ik, &#8216;kunt u mij vertellen hoe de persoon heette die hier woonde?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Juffrouw Marguerite Gautier.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">Ik kende haar van naam en van gezicht.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Wat?&#8217; zei ik tegen de bewaker. &#8216;Is Marguerite Gautier dood?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Ja, meneer.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Wanneer is dat gebeurd?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Drie weken geleden, geloof ik.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;En waarom mag men het appartement bezichtigen?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;De schuldeisers dachten dat dit de opbrengst van de veiling alleen maar kon verhogen. Mensen kunnen vooraf zien hoe de stoffen en de meubels in het appartement staan. Begrijpt u, dat moedigt hen aan om te kopen.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Ze had dus schulden?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;O, meneer, een heleboel.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Maar de opbrengst van de veiling zal die schulden toch wel dekken?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Ruimschoots.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Voor wie is het overschot dan?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Voor haar familie.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Ze heeft dus familie?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Blijkbaar.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Dank u, meneer.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">Nu de bewaker gerustgesteld was over mijn bedoelingen, groette hij me en vertrok ik.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Arm meisje,&#8217; dacht ik terwijl ik naar huis liep. &#8216;Ze moet heel verdrietig zijn gestorven, want in haar wereld heb je alleen vrienden zolang je gezond bent.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">Onwillekeurig voelde ik medelijden met het lot van Marguerite Gautier.</p><p style="text-align: justify;">Dat zal veel mensen misschien belachelijk lijken, maar ik voel een onuitputtelijke mildheid tegenover courtisanes en ik neem niet eens de moeite die mildheid te verdedigen.</p><p style="text-align: justify;">Toen ik op een dag bij de prefectuur een paspoort ging aanvragen, zag ik in een van de aangrenzende straten een jonge vrouw die door twee gendarmes werd meegenomen.</p><p style="text-align: justify;">Ik weet niet wat ze had gedaan. Het enige wat ik kan zeggen, is dat ze bittere tranen huilde terwijl ze een baby van enkele maanden oud tegen zich aandrukte, van wie ze door haar arrestatie werd gescheiden.</p><p style="text-align: justify;">Sinds die dag ben ik niet meer in staat een vrouw op het eerste gezicht te verachten.</p><h2>Hoofdstuk II</h2><p style="text-align: justify;">De veiling zou op de zestiende plaatsvinden.</p><p style="text-align: justify;">Er was &#233;&#233;n dag tussen de bezichtigingen en de veiling vrijgehouden, zodat de stoffeerders tijd hadden om de wandbespanningen, gordijnen en dergelijke los te maken.</p><p style="text-align: justify;">In die tijd kwam ik net terug van een reis. Het was dan ook heel begrijpelijk dat niemand mij over Marguerites dood had verteld alsof het een van die belangrijke nieuwtjes was waarmee vrienden iemand bij zijn terugkeer in de hoofdstad meteen op de hoogte brengen.</p><p style="text-align: justify;">Marguerite was mooi. Maar hoeveel ophef het luxueuze leven van zulke vrouwen ook veroorzaakt, zo weinig aandacht trekt hun dood. Het zijn zonnen die even geruisloos ondergaan als ze zijn opgegaan. Wanneer zulke vrouwen jong sterven, horen al hun minnaars het nieuws ongeveer tegelijkertijd, want in Parijs kennen bijna alle minnaars van een bekende courtisane elkaar goed. Ze wisselen enkele herinneringen aan haar uit en gaan daarna weer verder met hun leven, zonder dat dit voorval hun ook maar &#233;&#233;n traan ontlokt.</p><p style="text-align: justify;">Tegenwoordig zijn tranen, wanneer je vijfentwintig bent, zo zeldzaam geworden dat je ze niet zomaar aan de eerste de beste schenkt. Zelfs om familieleden, die er door hun nalatenschap als het ware voor betalen dat men om hen rouwt, wordt hooguit gehuild naar verhouding van wat zij nalaten.</p><p style="text-align: justify;">Wat mij betreft: hoewel mijn monogram op geen van Marguerites toiletsets voorkwam, zorgden de instinctieve mildheid en het natuurlijke medelijden waarover ik zojuist sprak ervoor dat ik langer over haar dood nadacht dan zij misschien verdiende.</p><p style="text-align: justify;">Ik herinnerde me dat ik Marguerite heel vaak op de Champs-&#201;lys&#233;es had gezien. Ze kwam daar trouw iedere dag in een kleine blauwe coup&#233;, getrokken door twee prachtige bruine paarden. Toen al was me opgevallen dat zij een voor vrouwen van haar soort ongebruikelijke voornaamheid bezat, die nog werd versterkt door haar werkelijk uitzonderlijke schoonheid.</p><p style="text-align: justify;">Wanneer deze ongelukkige vrouwen uitgaan, worden zij altijd vergezeld door iemand van wie niemand precies weet wie het is.</p><p style="text-align: justify;">Geen enkele man wil openlijk uitkomen voor de liefde die hij &#8217;s nachts voor hen koestert. Omdat zij bovendien een hekel aan eenzaamheid hebben, nemen zij een minder fortuinlijke vrouw van hun eigen soort mee die geen rijtuig bezit, of een van die oudere mondaine vrouwen bij wie niets hun elegantie lijkt te verklaren. Tot zulke gezelschapsdames kan men zich zonder schroom wenden wanneer men iets wil weten over de vrouw die zij begeleiden.</p><p style="text-align: justify;">Bij Marguerite was dat anders. Zij kwam altijd alleen in haar rijtuig naar de Champs-&#201;lys&#233;es en probeerde daarin zo weinig mogelijk op te vallen. In de winter was zij in een grote kasjmieren omslagdoek gewikkeld en in de zomer droeg zij heel eenvoudige japonnen. Hoewel zij op haar favoriete route veel bekenden tegenkwam, was haar glimlach, wanneer zij iemand toevallig toelachte, alleen voor die persoon zichtbaar. Een hertogin had niet anders kunnen glimlachen.</p><p style="text-align: justify;">Zij reed niet heen en weer tussen de rotonde en de ingang van de Champs-&#201;lys&#233;es, zoals al haar collega&#8217;s deden en nog steeds doen. Haar twee paarden brachten haar in hoog tempo naar het Bois de Boulogne. Daar stapte zij uit, wandelde een uur, ging weer in haar coup&#233; zitten en reed in snelle draf naar huis.</p><p style="text-align: justify;">Al deze bijzonderheden, waarvan ik soms zelf getuige was geweest, trokken opnieuw aan mijn geestesoog voorbij. Ik betreurde de dood van dit meisje zoals men de volledige vernietiging van een prachtig kunstwerk betreurt.</p><p style="text-align: justify;">Een betoverender schoonheid dan Marguerite was eenvoudig niet denkbaar.</p><p style="text-align: justify;">Zij was lang en haast overdreven slank, maar verstond als geen ander de kunst om dit gebrek van de natuur door de manier waarop zij zich kleedde te laten verdwijnen. Haar kasjmieren omslagdoek, waarvan de punt de grond raakte, liet aan weerszijden de brede stroken van een zijden japon zien. De dikke mof die haar handen verborg en die zij tegen haar borst hield, was omgeven door zo zorgvuldig aangebrachte plooien dat zelfs het meest veeleisende oog niets op de lijnen van haar silhouet kon aanmerken.</p><p style="text-align: justify;">Haar hoofd was een wonder op zich en kreeg bijzondere aandacht in haar koketterie. Het was heel klein. Haar moeder, zoals De Musset het zou hebben uitgedrukt, leek het zo klein te hebben gemaakt om het met des te meer zorg te kunnen voltooien.</p><p style="text-align: justify;">Stel u in een ovaal van onbeschrijfelijke gratie zwarte ogen voor, met daarboven wenkbrauwen in zo&#8217;n zuivere boog dat ze wel geschilderd leken. Omrand die ogen met lange wimpers die, wanneer zij zich neersloegen, een schaduw wierpen over de roze tint van haar wangen. Teken vervolgens een fijne, rechte en expressieve neus, met neusvleugels die iets geopend waren door een gretig verlangen naar zinnelijk genot. Vorm een welgevormde mond, waarvan de lippen zich sierlijk openden over tanden die zo wit waren als melk. Geef ten slotte de huid de fluweelzachte glans van een perzik die nog door geen hand is aangeraakt, en u hebt het geheel van dat bekoorlijke gezicht.</p><p style="text-align: justify;">Haar haar, zwart als git, was &#8212; van nature of door kunstmatige middelen &#8212; golvend. Het was boven haar voorhoofd in twee brede banden gescheiden en verdween achter haar hoofd, waarbij een klein gedeelte van haar oren zichtbaar bleef. Aan elk oor fonkelde een diamant met een waarde van vier- tot vijfduizend frank.</p><p style="text-align: justify;">Hoe kon Marguerites hartstochtelijke leven haar gezicht die maagdelijke, zelfs kinderlijke uitdrukking laten behouden? Wij kunnen het slechts vaststellen zonder het te begrijpen.</p><p style="text-align: justify;">Marguerite bezat een prachtig portret van zichzelf, gemaakt door Vidal, de enige man wiens tekenstift in staat was haar werkelijk weer te geven. Na haar dood heb ik dit portret enkele dagen tot mijn beschikking gehad. De gelijkenis was zo verbazingwekkend dat het mij hielp bij bijzonderheden waarvoor mijn geheugen misschien niet toereikend zou zijn geweest.</p><p style="text-align: justify;">Sommige details in dit hoofdstuk werden mij pas later bekend. Ik schrijf ze hier toch meteen op, zodat ik er niet op hoef terug te komen wanneer het eigenlijke levensverhaal van deze vrouw begint.</p><p style="text-align: justify;">Marguerite woonde alle premi&#232;res bij en bracht iedere avond door in het theater of op een bal. Telkens wanneer er een nieuw toneelstuk werd opgevoerd, kon men er zeker van zijn dat zij aanwezig was. Drie voorwerpen, die haar nooit verlieten, lagen altijd vooraan in haar loge op de begane grond: haar toneelkijker, een zakje snoep en een boeket camelia&#8217;s.</p><p style="text-align: justify;">Vijfentwintig dagen per maand waren de camelia&#8217;s wit en vijf dagen waren ze rood. Niemand heeft ooit geweten waarom zij de kleur zo afwisselde. Ik vermeld deze bijzonderheid zonder haar te kunnen verklaren. Net als ik hadden de vaste bezoekers van de theaters waar zij het vaakst kwam en haar vrienden het opgemerkt.</p><p style="text-align: justify;">Men had Marguerite nooit met andere bloemen dan camelia&#8217;s <span>gezien. Daarom was men haar in de zaak van madame Barjon, haar bloemiste, uiteindelijk </span><em><span>De dame met de camelia&#8217;s</span></em><span> gaan noemen. Die bijnaam was haar bijgebleven.</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Verder wist ik, net als iedereen die zich in bepaalde Parijse kringen bewoog</span>, dat Marguerite de minnares van de elegantste jonge mannen was geweest. Zij kwam daar openlijk voor uit en de mannen zelf schepten erover op, wat bewees dat zowel de minnaars als hun minnares tevreden over elkaar waren.</p><p style="text-align: justify;">Sinds ongeveer drie jaar, vanaf een reis naar Bagn&#232;res, had zij volgens de verhalen echter alleen nog een verhouding met een oude buitenlandse hertog. Hij was uitzonderlijk rijk en had geprobeerd haar zoveel mogelijk van haar vroegere leven los te maken. Daartegen leek zij zich overigens niet erg te hebben verzet.</p><p style="text-align: justify;">Dit is wat men mij daarover vertelde.</p><p style="text-align: justify;">In het voorjaar van 1842 was Marguerite zo zwak en zo veranderd dat de artsen haar een kuur aan de bronnen voorschreven. Zij vertrok daarom naar Bagn&#232;res.</p><p style="text-align: justify;">Onder de pati&#235;nten daar bevond zich de dochter van de hertog. Zij leed niet alleen aan dezelfde ziekte als Marguerite, maar had ook hetzelfde gezicht. De gelijkenis was zo sterk dat men hen voor zussen had kunnen aanzien. De jonge hertogin bevond zich echter al in het derde stadium van tuberculose en overleed enkele dagen na Marguerites aankomst.</p><p style="text-align: justify;">Op een ochtend zag de hertog, die in Bagn&#232;res was achtergebleven zoals men blijft op de grond waarin een deel van zijn hart begraven ligt, Marguerite bij een bocht in een laan.</p><p style="text-align: justify;">Het was alsof hij de schim van zijn kind voorbij zag gaan. Hij liep op haar af, nam haar handen vast en omhelsde haar terwijl hij huilde. Zonder haar zelfs maar te vragen wie zij was, smeekte hij haar om toestemming haar te mogen ontmoeten en in haar het levende evenbeeld van zijn overleden dochter lief te hebben.</p><p style="text-align: justify;">Marguerite was alleen met haar kamermeisje in Bagn&#232;res en hoefde bovendien niet te vrezen dat dit haar reputatie zou schaden. Daarom stemde zij in met het verzoek van de hertog.</p><p style="text-align: justify;">In Bagn&#232;res waren mensen die haar kenden. Zij gingen de hertog ongevraagd waarschuwen en vertelden hem wat de werkelijke maatschappelijke positie van juffrouw Gautier was. Voor de oude man was dat een zware slag, want op dit punt hield iedere gelijkenis met zijn dochter op. Maar het was al te laat. De jonge vrouw was een behoefte van zijn hart geworden, zijn enige reden en zijn enige rechtvaardiging om nog te leven.</p><p style="text-align: justify;">Hij maakte haar geen enkel verwijt; hij had ook niet het recht haar iets te verwijten. Wel vroeg hij haar of zij in staat dacht te zijn haar leven te veranderen. In ruil voor dat offer bood hij haar alles aan wat zij zich maar kon wensen. Zij beloofde het.</p><p style="text-align: justify;">Daarbij moet worden gezegd dat Marguerite een hartstochtelijk karakter bezat en in die tijd ziek was. Haar verleden kwam haar voor als een van de belangrijkste oorzaken van haar ziekte. Een soort bijgeloof deed haar hopen dat God haar schoonheid en gezondheid zou laten behouden in ruil voor haar berouw en bekering.</p><p style="text-align: justify;">De kuur, de wandelingen, de natuurlijke vermoeidheid en de slaap hadden haar tegen het einde van de zomer inderdaad vrijwel volledig hersteld.</p><p style="text-align: justify;">De hertog vergezelde Marguerite naar Parijs en bleef haar daar bezoeken zoals hij dat in Bagn&#232;res had gedaan.</p><p style="text-align: justify;">Deze band, waarvan niemand de werkelijke oorsprong of reden kende, veroorzaakte in Parijs veel opschudding. De hertog, die al bekendstond om zijn enorme vermogen, kwam nu ook bekend te staan om zijn buitensporige vrijgevigheid.</p><p style="text-align: justify;">Men schreef de toenadering tussen de oude hertog en de jonge vrouw toe aan de wellust die zo vaak bij rijke oude mannen voorkomt. Men veronderstelde alles, behalve de waarheid.</p><p style="text-align: justify;">De vaderlijke gevoelens van de hertog voor Marguerite hadden echter zo&#8217;n zuivere oorsprong dat iedere andere band dan een band van het hart hem als incest zou zijn voorgekomen. Hij had haar nooit iets gezegd wat zijn eigen dochter niet had mogen horen.</p><p style="text-align: justify;">Het ligt geenszins in onze bedoeling van onze heldin iets anders te maken dan wat zij werkelijk was. Wij moeten daarom zeggen dat het haar in Bagn&#232;res niet moeilijk was gevallen de belofte aan de hertog na te komen, en dat zij zich er ook aan had gehouden. Maar eenmaal terug in Parijs kreeg deze jonge vrouw, die gewend was aan een losbandig bestaan, aan bals en zelfs aan orgie&#235;n, het gevoel dat haar eenzaamheid haar van verveling zou doen sterven. Alleen de regelmatige bezoeken van de hertog onderbraken die eenzaamheid. De hete adem van haar vroegere leven streek opnieuw over haar hoofd en haar hart.</p><p style="text-align: justify;">Voeg daaraan toe dat Marguerite mooier van deze reis was teruggekeerd dan ooit tevoren, dat zij twintig jaar oud was en dat de ziekte wel sluimerde maar niet overwonnen was. Zij bleef haar die koortsachtige verlangens geven die bijna altijd het gevolg zijn van aandoeningen aan de longen.</p><p style="text-align: justify;">De hertog werd dan ook diep getroffen toen zijn vrienden &#8212; die voortdurend op de loer lagen om de jonge vrouw met wie hij zich volgens hen compromitteerde op een schandaal te betrappen &#8212; hem kwamen vertellen en bewijzen dat zij bezoek ontving op tijdstippen waarop zij zeker wist dat hij niet langs zou komen. Die bezoeken duurden vaak tot de volgende ochtend.</p><p style="text-align: justify;">Toen de hertog haar ermee confronteerde, bekende Marguerite alles. Zonder enige bijbedoeling raadde zij hem aan zich niet langer met haar bezig te houden. Zij voelde zich niet sterk genoeg om zich aan haar beloften te houden en wilde niet langer de weldaden aannemen van een man die zij bedroog.</p><p style="text-align: justify;">De hertog bleef acht dagen weg. Langer hield hij het niet vol. Op de achtste dag kwam hij Marguerite smeken hem opnieuw bij haar toe te laten. Hij beloofde haar te aanvaarden zoals zij was, als hij haar maar mocht blijven zien. Ook zwoer hij dat hij haar nooit een verwijt zou maken, zelfs al zou haar gedrag hem het leven kosten.</p><p style="text-align: justify;">Zo stonden de zaken er drie maanden na Marguerites terugkeer voor, dus in november of december 1842.</p><h2>Hoofdstuk III</h2><p style="text-align: justify;">Op de zestiende ging ik om &#233;&#233;n uur naar de rue d&#8217;Antin.</p><p style="text-align: justify;">Al vanuit de poort hoorde men de veilingmeesters roepen.</p><p style="text-align: justify;">Het appartement zat vol nieuwsgierigen.</p><p style="text-align: justify;">Alle beroemdheden uit de wereld van de elegante ondeugd waren er aanwezig. Enkele dames uit de hoogste kringen namen hen heimelijk op. Opnieuw hadden zij de veiling als voorwendsel gebruikt om vrouwen van dichtbij te mogen bekijken met wie zij anders nooit in aanraking zouden komen en wier onbekommerde genoegens zij misschien in het geheim benijdden.</p><p style="text-align: justify;">Mevrouw de hertogin van F&#8230; liep schouder aan schouder met juffrouw A&#8230;, een van de treurigste voorbeelden van onze moderne courtisanes. Mevrouw de markiezin van T&#8230; aarzelde over de aankoop van een meubelstuk waarop mevrouw D&#8230; bood, de elegantste en bekendste overspelige vrouw van onze tijd. De hertog van Y&#8230; &#8212; van wie men in Madrid denkt dat hij zich in Parijs ru&#239;neert en in Parijs dat hij zich in Madrid ru&#239;neert, terwijl hij uiteindelijk niet eens zijn volledige inkomen uitgeeft &#8212; stond te praten met mevrouw M&#8230;, een van onze geestigste vertelsters, die af en toe zo vriendelijk is op te schrijven wat zij zegt en haar naam te zetten onder wat zij schrijft. Ondertussen wisselde hij vertrouwelijke blikken uit met mevrouw de N&#8230;, die mooie wandelaarster van de Champs-&#201;lys&#233;es, bijna altijd in roze of blauw gekleed en rondgereden in een rijtuig dat werd getrokken door twee grote zwarte paarden. Tony had haar die paarden voor tienduizend frank verkocht en&#8230; zij had ze hem ook werkelijk betaald. Ten slotte was juffrouw R&#8230;, die met haar talent alleen tweemaal zoveel verdient als deze dames uit de betere kringen dankzij hun bruidsschat en driemaal zoveel als de andere vrouwen dankzij hun minnaars, ondanks de kou enkele aankopen komen doen. Zij trok bepaald niet de minste aandacht.</p><p style="text-align: justify;">We zouden nog de initialen kunnen noemen van veel andere mensen die in deze salon bijeen waren en zeer verbaasd waren elkaar daar aan te treffen, maar we vrezen de lezer te vermoeien.</p><p style="text-align: justify;">Laten we alleen zeggen dat iedereen uitgelaten vrolijk was en dat veel van de aanwezige vrouwen de overledene hadden gekend, maar zich haar niet meer leken te herinneren.</p><p style="text-align: justify;">Er werd luid gelachen. De veilingmeesters schreeuwden uit volle borst. De handelaren, die de banken voor de veilingtafels in beslag hadden genomen, probeerden vergeefs de aanwezigen tot stilte te bewegen, zodat zij rustig zaken konden doen. Nooit was een gezelschap zo bont en zo rumoerig geweest.</p><p style="text-align: justify;">Ik wrong me bescheiden door het tumult heen. Het vervulde mij met droefheid wanneer ik bedacht dat dit alles plaatsvond vlak bij de kamer waarin het arme schepsel van wie de meubels werden verkocht om haar schulden af te betalen, was gestorven. Ik was meer gekomen om te kijken dan om iets te kopen en bestudeerde de gezichten van de leveranciers op wier verzoek de veiling werd gehouden. Hun trekken klaarden telkens op wanneer een voorwerp een prijs bereikte waarop zij niet hadden durven hopen.</p><p style="text-align: justify;">Fatsoenlijke mensen, die hadden gespeculeerd op de prostitutie van deze vrouw, honderd procent aan haar hadden verdiend, haar met offici&#235;le aanmaningen tot in de laatste ogenblikken van haar leven hadden achtervolgd en nu na haar dood de vruchten van hun eerzame berekeningen kwamen oogsten, samen met de rente over hun schandelijke krediet.</p><p style="text-align: justify;">Wat hadden de mensen uit de oudheid gelijk toen zij aan kooplieden en dieven &#233;&#233;n en dezelfde god toekenden.</p><p style="text-align: justify;">Japonnen, kasjmieren omslagdoeken en juwelen werden met ongelooflijke snelheid verkocht. Niets daarvan sprak mij aan, en ik bleef wachten.</p><p style="text-align: justify;">Plotseling hoorde ik roepen:</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Een fraai gebonden boek, met vergulde snede, getiteld<span> Manon Lescaut</span>. Op de eerste bladzijde staat iets geschreven. Tien frank!&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Twaalf,&#8217; zei een stem na een vrij lange stilte.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Vijftien,&#8217; zei ik.</p><p style="text-align: justify;">Waarom? Ik wist het niet. Waarschijnlijk vanwege wat erin geschreven stond.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Vijftien,&#8217; herhaalde de veilingmeester.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Dertig,&#8217; zei de eerste bieder op een toon die anderen leek uit te dagen nog hoger te gaan.</p><p style="text-align: justify;">Het werd een krachtmeting.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Vijfendertig!&#8217; riep ik op dezelfde toon.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Veertig.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Vijftig.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Zestig.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Honderd!&#8217;</p><p style="text-align: justify;">Ik moet toegeven dat ik, als ik indruk had willen maken, daar uitstekend in zou zijn geslaagd. Na dit bod viel er een diepe stilte en keek iedereen naar mij, nieuwsgierig naar wie deze heer was die zo vastbesloten leek het boek in bezit te krijgen.</p><p style="text-align: justify;">De nadruk waarmee ik mijn laatste bod had uitgesproken, had mijn tegenstander blijkbaar overtuigd. Hij gaf er de voorkeur aan een strijd op te geven die er alleen toe zou hebben geleid dat ik tienmaal de werkelijke waarde van het boek betaalde. Hij boog en zei zeer beleefd, al kwam zijn beleefdheid wat laat:</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Ik geef mij gewonnen, meneer.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">Niemand bracht nog een bod uit en het boek werd mij toegewezen.</p><p style="text-align: justify;">Omdat ik bang was dat bij een volgend voorwerp opnieuw zo&#8217;n koppige strijd zou ontstaan &#8212; een strijd die mijn trots misschien zou hebben volgehouden, maar waarvan mijn beurs zeker de dupe zou zijn geworden &#8212; liet ik mijn naam noteren, vroeg ik het boek apart te leggen en ging ik naar beneden. Ik moet de mensen die van dit tafereel getuige waren heel wat stof tot nadenken hebben gegeven. Ze vroegen zich ongetwijfeld af waarom ik honderd frank was komen betalen voor een boek dat ik overal voor hoogstens tien of vijftien frank had kunnen kopen.</p><p style="text-align: justify;">Een uur later liet ik mijn aankoop ophalen.</p><p style="text-align: justify;">Op de eerste bladzijde stond met pen en in een elegant handschrift de opdracht van degene die het boek had geschonken. Zij bestond slechts uit de woorden:</p><p style="text-align: justify;"><span>Van Manon aan Marguerite,</span></p><p style="text-align: justify;"><span>Nederigheid.</span></p><p style="text-align: justify;">Daaronder stond de handtekening:</p><p style="text-align: justify;"><span>Armand Duval.</span></p><p style="text-align: justify;">Wat betekende dat woord<span> nederigheid</span>?</p><p style="text-align: justify;">Erkende Manon volgens deze meneer Armand Duval in Marguerite een meerdere in losbandigheid of in edelmoedigheid?</p><p style="text-align: justify;">De tweede uitleg was het waarschijnlijkst, want de eerste zou slechts een brutale openhartigheid zijn geweest die Marguerite, ondanks haar mening over zichzelf, niet zou hebben aanvaard.</p><p style="text-align: justify;">Ik ging opnieuw de deur uit en dacht pas &#8217;s avonds, toen ik naar bed ging, weer aan het boek.</p><p style="text-align: justify;"><span>Manon Lescaut </span>is ongetwijfeld een ontroerend verhaal waarvan geen enkel detail mij onbekend is. Toch voel ik mij, zodra ik het boek binnen handbereik heb, steeds weer tot haar aangetrokken. Ik sla het open en beleef voor de honderdste keer het leven van de heldin van abb&#233; Pr&#233;vost met haar mee. Die heldin is zo levensecht dat het mij voorkomt alsof ik haar werkelijk heb gekend.</p><p style="text-align: justify;">Onder deze nieuwe omstandigheden gaf de min of meer uitgesproken vergelijking tussen haar en Marguerite het verhaal voor mij een onverwachte aantrekkingskracht. Mijn mildheid tegenover Marguerite groeide uit tot medelijden, haast tot liefde voor het arme meisje aan wier nalatenschap ik dit boek te danken had.</p><p style="text-align: justify;">Manon was weliswaar in een woestijn gestorven, maar zij was gestorven in de armen van de man die haar met heel de kracht van zijn ziel liefhad. Toen zij dood was, had hij een graf voor haar gegraven, het met zijn tranen besproeid en daarin tegelijk zijn eigen hart begraven.</p><p style="text-align: justify;">Marguerite daarentegen, evenzeer een zondares als Manon en misschien net als zij tot inkeer gekomen, was gestorven te midden van een weelderige luxe &#8212; tenminste, als ik mocht afgaan op wat ik had gezien &#8212; in het bed van haar verleden, maar tegelijk in een woestijn van het hart die veel dorre, uitgestrekter en genadelozer was dan de woestijn waarin Manon was begraven.</p><p style="text-align: justify;">Zoals ik van enkele vrienden had vernomen die de laatste omstandigheden van haar leven kenden, had Marguerite tijdens de twee maanden van haar langzame en pijnlijke doodsstrijd niemand aan haar bed gehad die haar werkelijke troost kon schenken.</p><p style="text-align: justify;">Van Manon en Marguerite dwaalden mijn gedachten vervolgens af naar de vrouwen die ik kende en die ik zingend op weg zag gaan naar een dood die bijna altijd hetzelfde verliep.</p><p style="text-align: justify;">Arme schepsels! Als het verkeerd is van hen te houden, dan is het minste wat we kunnen doen toch wel medelijden met hen hebben. U hebt medelijden met een blinde die nooit de stralen van het daglicht heeft gezien, met een dove die nooit de harmonie van de natuur heeft gehoord en met een stomme die nooit de stem van zijn ziel heeft kunnen laten klinken. Maar onder het valse voorwendsel van fatsoen weigert u medelijden te hebben met die blindheid van het hart, die doofheid van de ziel en die sprakeloosheid van het geweten, die de ongelukkige vrouw die eraan lijdt tot waanzin drijven en haar tegen haar wil verhinderen het goede te zien, de Heer te horen en de zuivere taal van liefde en geloof te spreken.</p><p style="text-align: justify;">Hugo schiep Marion Delorme, De Musset schiep Bernerette en Alexandre Dumas schiep Fernande. Denkers en dichters uit alle tijden hebben de courtisane hun mededogen aangeboden, en soms heeft een groot man haar door zijn liefde en zelfs door zijn naam in ere hersteld.</p><p style="text-align: justify;">Dat ik zo lang bij dit punt stilsta, komt doordat velen van mijn lezers misschien al op het punt staan dit boek terzijde te leggen. Zij vrezen er slechts een verdediging van ondeugd en prostitutie in aan te treffen, en de jonge leeftijd van de schrijver versterkt die vrees waarschijnlijk nog. Wie zo denkt, moet zich van zijn vergissing laten overtuigen en verder lezen, wanneer alleen die vrees hem tegenhield.</p><p style="text-align: justify;">Ik ben eenvoudig overtuigd van het volgende beginsel:</p><p style="text-align: justify;"><span>Voor de vrouw die door haar opvoeding niet heeft geleerd wat goed is, opent God bijna altijd twee wegen die haar ernaar terugvoeren: de weg van het lijden en die van de liefde.</span></p><p style="text-align: justify;">Het zijn moeilijke wegen. De vrouwen die ze betreden, verwonden hun voeten en halen hun handen open. Maar tegelijk laten zij aan de doornen langs de weg de sieraden van hun ondeugd achter. Uiteindelijk bereiken zij hun bestemming in een naaktheid waarvoor zij zich tegenover de Heer niet hoeven te schamen.</p><p style="text-align: justify;">Wie zulke moedige reizigsters ontmoet, moet hen ondersteunen en iedereen vertellen dat hij hen heeft gezien, want door er openlijk over te spreken wijst hij ook anderen de weg.</p><p style="text-align: justify;">Het is niet voldoende om bij de ingang van het leven twee wegwijzers neer te zetten, met op de ene het opschrift<span> Weg van het goede </span>en op de andere de waarschuwing<span> Weg van het kwaad</span>, en vervolgens tegen iedereen die daar aankomt te zeggen: &#8216;Kies maar.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">We moeten, zoals Christus, ook de wegen aanwijzen waarlangs degenen die zich door de toegang tot de tweede weg hebben laten verleiden, naar de eerste kunnen terugkeren. En vooral mag het begin van die wegen niet al te pijnlijk zijn of volkomen onbegaanbaar lijken.</p><p style="text-align: justify;">Het christendom biedt ons met zijn wonderbaarlijke gelijkenis van de verloren zoon een aansporing tot mildheid en vergeving. Jezus was vervuld van liefde voor de zielen die door de hartstochten van mensen waren verwond. Hij verzorgde hun wonden graag door juist uit die wonden de balsem te halen die hen moest genezen.</p><p style="text-align: justify;">Zo zei hij tegen Magdalena:</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Veel zal je vergeven worden, omdat je veel hebt liefgehad.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">Een verheven vergeving die een even verheven geloof moest wekken.</p><p style="text-align: justify;">Waarom zouden wij strenger zijn dan Christus? Waarom zouden wij hardnekkig vasthouden aan de opvattingen van een wereld die zich hard voordoet om sterk te lijken? Waarom zouden wij samen met die wereld zielen verstoten die bloeden uit wonden waaruit het kwaad van hun verleden wegvloeit als het slechte bloed van een zieke, terwijl zij alleen wachten op een vriendelijke hand die hun wonden verbindt en hun hart laat herstellen?</p><p style="text-align: justify;">Ik richt mij tot mijn eigen generatie, tot degenen voor wie de theorie&#235;n van Voltaire gelukkig niet langer bestaan, tot hen die net als ik begrijpen dat de mensheid zich sinds vijftien jaar in een van haar moedigste bewegingen voorwaarts bevindt.</p><p style="text-align: justify;">De kennis van goed en kwaad is voorgoed verworven. Het geloof wordt opnieuw opgebouwd. Het respect voor heilige zaken is ons teruggegeven. En al wordt de wereld niet volkomen goed, zij wordt in ieder geval beter.</p><p style="text-align: justify;">Alle verstandige mensen streven naar hetzelfde doel en alle grote wilskrachten zetten zich in voor hetzelfde beginsel:</p><p style="text-align: justify;"><span>Laten we goed zijn, laten we jong zijn, laten we waarachtig zijn!</span></p><p style="text-align: justify;">Het kwaad is slechts ijdelheid. Laten we trots zijn op het goede en vooral de hoop nooit opgeven.</p><p style="text-align: justify;">Laten we de vrouw niet verachten die geen moeder, zuster, dochter of echtgenote is. Laten we onze achting niet beperken tot onze familie en onze mildheid niet tot ons eigenbelang.</p><p style="text-align: justify;">Aangezien de hemel zich meer verheugt over het berouw van &#233;&#233;n zondaar dan over honderd rechtvaardigen die nooit gezondigd hebben, moeten we proberen de hemel vreugde te schenken. Misschien beloont hij ons er rijkelijk voor.</p><p style="text-align: justify;">Laten we onderweg het aalmoes van onze vergeving achterlaten voor degenen die door aardse verlangens zijn verdwaald en misschien door een goddelijke hoop gered zullen worden. En zoals vriendelijke oude vrouwen zeggen wanneer zij een zelfbedacht geneesmiddel aanbevelen: baat het niet, dan schaadt het niet.</p><p style="text-align: justify;">Het lijkt ongetwijfeld bijzonder vermetel dat ik zulke grote conclusies wil trekken uit het bescheiden onderwerp dat ik behandel. Maar ik behoor tot degenen die geloven dat het grote in het kleine besloten ligt.</p><p style="text-align: justify;">Een kind is klein, maar draagt de volwassen mens in zich.</p><p style="text-align: justify;">De hersenen zijn beperkt van omvang, maar bieden onderdak aan de gedachte.</p><p style="text-align: justify;">Het oog is slechts een punt, maar overziet vele mijlen.</p><h2>Hoofdstuk IV</h2><p style="text-align: justify;">Twee dagen later was de veiling helemaal afgelopen. Ze had honderdvijftigduizend frank opgebracht.</p><p style="text-align: justify;">De schuldeisers hadden twee derde van dat bedrag onder elkaar verdeeld. De familie, die bestond uit een zus en een kleinneef, erfde de rest.</p><p style="text-align: justify;">Die zus had grote ogen opgezet toen de zaakwaarnemer haar schreef dat zij vijftigduizend frank zou erven.</p><p style="text-align: justify;">De jonge vrouw had haar zus al zes of zeven jaar niet meer gezien. Marguerite was op een dag verdwenen en sindsdien had niemand, ook haar zus niet, ook maar iets over haar leven vernomen.</p><p style="text-align: justify;">Ze was daarom zo snel mogelijk naar Parijs gekomen. De mensen die Marguerite hadden gekend, stonden verbaasd toen ze zagen dat haar enige erfgename een stevige, knappe plattelandsvrouw was die haar dorp nog nooit had verlaten.</p><p style="text-align: justify;">Van het ene op het andere moment was ze rijk, zonder zelfs maar te weten uit welke bron dat onverwachte vermogen afkomstig was.</p><p style="text-align: justify;">Naar men mij later vertelde, keerde ze terug naar het platteland, diep bedroefd door de dood van haar zus &#8212; een verdriet dat niettemin enigszins werd gecompenseerd door de belegging tegen viereneenhalf procent die ze zojuist had gedaan.</p><p style="text-align: justify;">Al deze omstandigheden waren in Parijs, de bakermat van het schandaal, uitvoerig rondverteld en begonnen alweer te worden vergeten. Ook ik dacht nauwelijks nog aan de rol die ik in deze gebeurtenissen had gespeeld, toen een nieuw voorval mij Marguerites hele levensverhaal leerde kennen. De bijzonderheden die ik hoorde, waren zo aangrijpend dat ik besloot haar geschiedenis op te schrijven &#8212; en dat is wat ik nu doe.</p><p style="text-align: justify;">Het appartement, dat na de verkoop van alle meubels helemaal leeg was, stond inmiddels drie of vier dagen te huur toen er op een ochtend bij mij werd aangebeld.</p><p style="text-align: justify;">Mijn bediende &#8212; of beter gezegd: mijn conci&#235;rge, die ook als bediende voor mij werkte &#8212; deed open. Hij bracht mij een visitekaartje en zei dat de persoon die het had afgegeven mij graag wilde spreken.</p><p style="text-align: justify;">Ik keek naar het kaartje en las daarop twee woorden:</p><p style="text-align: justify;"><span>Armand Duval.</span></p><p style="text-align: justify;">Ik probeerde me te herinneren waar ik die naam eerder had gezien. Toen dacht ik aan de eerste bladzijde van het exemplaar van<span> Manon Lescaut</span>.</p><p style="text-align: justify;">Wat kon de man die dit boek aan Marguerite had geschonken van mij willen? Ik zei dat hij onmiddellijk naar binnen mocht komen.</p><p style="text-align: justify;">Voor mij verscheen een lange, blonde en bleke jongeman in reiskleren. Hij leek die al enkele dagen te dragen. Bij zijn aankomst in Parijs had hij niet eens de moeite genomen ze af te borstelen, want ze zaten onder het stof.</p><p style="text-align: justify;">De heer Duval was hevig ge&#235;motioneerd en deed geen enkele moeite dat te verbergen. Met tranen in zijn ogen en een trillende stem zei hij:</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Meneer, ik hoop dat u mij mijn bezoek en mijn kleding wilt vergeven. Jonge mannen onder elkaar hoeven immers niet al te veel op formaliteiten te letten. Bovendien wilde ik u vandaag zo graag spreken dat ik niet eens de tijd heb genomen naar het hotel te gaan waar ik mijn koffers heen heb laten brengen. Ik ben rechtstreeks naar u toe gekomen, omdat ik bang was dat ik u, ondanks het vroege uur, niet thuis zou aantreffen.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">Ik verzocht de heer Duval bij het vuur te gaan zitten. Dat deed hij, terwijl hij een zakdoek uit zijn zak haalde waarmee hij een ogenblik zijn gezicht bedekte.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;U zult wel niet begrijpen,&#8217; vervolgde hij met een droevige glimlach, &#8216;wat een onbekende bezoeker op dit uur, in deze kleding en huilend als ik, van u wil.</p><p style="text-align: justify;">Ik kom u eenvoudig om een grote gunst vragen, meneer.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Zegt u het maar. Ik sta geheel tot uw beschikking.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;U bent bij de veiling van Marguerite Gautier geweest?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">Bij het uitspreken van die naam werd de ontroering, die de jongeman een ogenblik had weten te bedwingen, hem opnieuw te machtig. Hij moest zijn handen voor zijn ogen slaan.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;U vindt me vast bijzonder belachelijk,&#8217; voegde hij eraan toe. &#8216;Vergeef me ook dat, en geloof dat ik het geduld waarmee u naar mij luistert nooit zal vergeten.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Meneer,&#8217; antwoordde ik, &#8216;wanneer de dienst die ik u blijkbaar kan bewijzen uw verdriet ook maar enigszins kan verzachten, vertel me dan snel wat ik voor u kan doen. U treft in mij iemand aan die u heel graag zal helpen.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">Het verdriet van de heer Duval wekte mijn medeleven. Ik wilde hem oprecht ter wille zijn.</p><p style="text-align: justify;">Toen zei hij:</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Hebt u op de veiling van Marguerite iets gekocht?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Ja, meneer. Een boek.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;<span>Manon Lescaut</span>?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Inderdaad.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Hebt u dat boek nog?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Het ligt in mijn slaapkamer.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">Bij het horen van dit nieuws leek er een zware last van Armand Duvals schouders te vallen. Hij bedankte mij alsof ik hem al een grote dienst had bewezen door het boek te bewaren.</p><p style="text-align: justify;">Ik stond op, ging het uit mijn slaapkamer halen en gaf het aan hem.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Ja, dit is het,&#8217; zei hij terwijl hij de opdracht op de eerste bladzijde bekeek en door het boek bladerde. &#8216;Dit is het werkelijk.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">Twee grote tranen vielen op de bladzijden.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Meneer,&#8217; zei hij terwijl hij naar mij opkeek en niet langer probeerde te verbergen dat hij had gehuild en ieder ogenblik opnieuw kon beginnen, &#8216;bent u erg aan dit boek gehecht?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Waarom vraagt u dat?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Omdat ik u wil verzoeken het aan mij af te staan.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Vergeef me mijn nieuwsgierigheid,&#8217; zei ik, &#8216;maar bent u dan degene die het aan Marguerite Gautier heeft gegeven?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Ja, dat ben ik.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Dan is het boek van u, meneer. Neem het terug. Ik ben blij dat ik het u kan teruggeven.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Maar,&#8217; zei de heer Duval enigszins verlegen, &#8216;ik moet u op zijn minst het bedrag betalen dat u ervoor hebt uitgegeven.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Staat u mij toe het u te schenken. De prijs van &#233;&#233;n boek op zo&#8217;n veiling is een kleinigheid. Ik weet bovendien niet eens meer hoeveel ik ervoor heb betaald.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;U hebt er honderd frank voor betaald.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Dat is waar,&#8217; zei ik, nu op mijn beurt enigszins verlegen. &#8216;Hoe weet u dat?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Dat is heel eenvoudig. Ik had gehoopt op tijd voor Marguerites veiling in Parijs te zijn, maar ik ben pas vanochtend aangekomen. Ik wilde absoluut iets bezitten wat van haar was geweest. Daarom ben ik meteen naar de veilingmeester gegaan en heb ik hem toestemming gevraagd de lijst van verkochte voorwerpen en de namen van de kopers in te zien. Daar zag ik dat u dit boek had gekocht. Ik besloot u te vragen het aan mij af te staan, al deed het bedrag dat u ervoor had geboden mij vrezen dat ook u een bijzondere herinnering met het boek verbond.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">Terwijl hij dit zei, was het duidelijk dat Armand bang was dat ik Marguerite had gekend zoals hij haar had gekend.</p><p style="text-align: justify;">Ik stelde hem onmiddellijk gerust.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Ik kende juffrouw Gautier alleen van gezicht,&#8217; zei ik. &#8216;Haar dood maakte op mij de indruk die de dood van een mooie vrouw die je graag tegenkwam altijd op een jonge man maakt. Ik wilde op haar veiling iets kopen en bleef koppig op dit boek bieden, zonder precies te weten waarom. Misschien deed ik het alleen om een heer te ergeren die het koste wat kost wilde hebben en mij leek uit te dagen het van hem te winnen.</p><p style="text-align: justify;">Ik herhaal het dus, meneer: dit boek staat tot uw beschikking. Ik verzoek u opnieuw het aan te nemen, zodat het niet alleen via mij bij u terugkomt zoals het via een veilingmeester bij mij terechtkwam, maar tussen ons het begin vormt van een langdurige kennismaking en een hechtere vriendschap.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Goed, meneer,&#8217; zei Armand terwijl hij mij zijn hand toestak en de mijne drukte. &#8216;Ik neem het aan en zal u mijn hele leven dankbaar zijn.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">Ik had Armand graag allerlei vragen over Marguerite gesteld. De opdracht in het boek, de reis van de jongeman en zijn verlangen om het terug te krijgen hadden mijn nieuwsgierigheid gewekt. Maar ik was bang dat het zou lijken alsof ik zijn geld alleen had geweigerd om het recht te krijgen mij met zijn persoonlijke zaken te bemoeien.</p><p style="text-align: justify;">Hij leek mijn verlangen te raden, want hij vroeg:</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Hebt u dit boek gelezen?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Helemaal.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Wat dacht u van de twee regels die ik erin had geschreven?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Ik begreep onmiddellijk dat het arme meisje aan wie u het boek had gegeven in uw ogen geen gewone vrouw was. Ik wilde in die regels niet slechts een alledaags compliment zien.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Daar had u gelijk in, meneer. Dat meisje was een engel. Hier,&#8217; zei hij, &#8216;lees deze brief eens.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">Hij reikte mij een vel papier aan dat duidelijk al talloze malen was gelezen.</p><p style="text-align: justify;">Ik vouwde het open. Er stond het volgende:</p><p style="text-align: justify;"><span>Mijn beste Armand,</span></p><p style="text-align: justify;">Ik heb uw brief ontvangen. U bent goed gebleven, en daarvoor dank ik God. Ja, mijn vriend, ik ben ziek, en wel aan een van die ziekten die geen genade kennen. Maar de belangstelling die u nog steeds voor mij toont, verzacht een groot deel van mijn lijden.</p><p style="text-align: justify;">Waarschijnlijk zal ik niet lang genoeg leven om de hand te mogen vasthouden die de lieve brief heeft geschreven die ik zojuist heb ontvangen en waarvan de woorden mij zouden genezen, als er nog iets was wat mij kon genezen.</p><p style="text-align: justify;">Ik zal u niet meer zien, want ik ben de dood heel nabij en honderden mijlen scheiden ons van elkaar. Arme vriend! Uw Marguerite van vroeger is sterk veranderd. Misschien is het beter dat u mij niet meer terugziet dan dat u mij ziet zoals ik nu ben.</p><p style="text-align: justify;">U vraagt of ik u vergeef. O, met heel mijn hart, mijn vriend. Het verdriet dat u mij wilde aandoen, was immers alleen maar een bewijs van de liefde die u voor mij voelde.</p><p style="text-align: justify;">Ik lig nu een maand in bed. Uw achting betekent zoveel voor mij dat ik iedere dag een dagboek over mijn leven schrijf, vanaf het ogenblik waarop wij afscheid van elkaar namen tot het ogenblik waarop ik niet langer de kracht zal hebben om te schrijven.</p><p style="text-align: justify;">Wanneer uw belangstelling voor mij oprecht is, Armand, ga dan bij uw terugkeer naar Julie Duprat. Zij zal u dit dagboek geven. Daarin zult u de reden en de rechtvaardiging vinden van alles wat er tussen ons is gebeurd.</p><p style="text-align: justify;">Julie is bijzonder goed voor mij. We praten vaak samen over u. Ze was erbij toen uw brief aankwam en we hebben gehuild toen we hem lazen.</p><p style="text-align: justify;">Voor het geval u niets meer van u had laten horen, had ik haar opgedragen u deze papieren te geven zodra u in Frankrijk terugkeerde.</p><p style="text-align: justify;">Wees mij daarvoor niet dankbaar. Het doet mij ontzettend goed om iedere dag terug te denken aan de enige gelukkige ogenblikken van mijn leven. En zoals u in deze bladzijden misschien een verklaring voor het verleden zult vinden, zo vind ik er voortdurend troost in.</p><p style="text-align: justify;">Ik zou u graag iets nalaten waardoor u altijd aan mij zou blijven denken, maar alles in mijn huis is in beslag genomen en niets behoort mij nog toe.</p><p style="text-align: justify;">Begrijpt u het, mijn vriend? Ik lig hier te sterven en vanuit mijn slaapkamer hoor ik in de salon de bewaker heen en weer lopen die mijn schuldeisers daar hebben neergezet. Hij moet ervoor zorgen dat niemand iets wegneemt en dat er, voor het geval ik niet sterf, niets voor mij overblijft.</p><p style="text-align: justify;">Laten we hopen dat ze tenminste wachten tot ik dood ben voordat ze alles verkopen.</p><p style="text-align: justify;">O, de mensen zijn meedogenloos! Of nee, ik vergis me: het is God die rechtvaardig en onverbiddelijk is.</p><p style="text-align: justify;">Welnu, mijn liefste, u zult naar mijn veiling komen en daar iets kopen. Want als ik ook maar het kleinste voorwerp voor u apart zou houden en iemand zou dat ontdekken, dan zouden ze nog in staat zijn u ervan te beschuldigen dat u in beslag genomen goederen hebt verduisterd.</p><p style="text-align: justify;">Wat een droevig leven laat ik achter!</p><p style="text-align: justify;">Hoe goed zou God zijn als Hij mij toestond u v&#243;&#243;r mijn dood nog eenmaal te zien! Maar naar alle waarschijnlijkheid moet ik nu afscheid van u nemen, mijn vriend.</p><p style="text-align: justify;">Vergeef me dat ik niet langer schrijf. De mensen die beweren dat ze mij zullen genezen, putten mij uit met hun aderlatingen, en mijn hand weigert nog verder te schrijven.</p><p style="text-align: justify;"><span>Marguerite Gautier</span></p><p style="text-align: justify;">De laatste woorden waren inderdaad nauwelijks leesbaar.</p><p style="text-align: justify;">Ik gaf de brief terug aan Armand. Terwijl ik hem op papier had gelezen, had hij hem in gedachten ongetwijfeld opnieuw gelezen. Toen hij hem aannam, zei hij:</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Wie zou ooit geloven dat een courtisane zoiets heeft geschreven?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">Diep ontroerd door zijn herinneringen keek hij enige tijd naar het handschrift. Uiteindelijk bracht hij de brief naar zijn lippen.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;En wanneer ik bedenk,&#8217; vervolgde hij, &#8216;dat ze gestorven is zonder dat ik haar nog heb kunnen terugzien en dat ik haar nooit meer zal zien; wanneer ik bedenk dat ze voor mij heeft gedaan wat zelfs een zus niet zou hebben gedaan, dan kan ik mezelf niet vergeven dat ik haar zo heb laten sterven.</p><p style="text-align: justify;">Dood! Dood terwijl ze aan mij dacht, terwijl ze mijn naam schreef en uitsprak! Arme, lieve Marguerite!&#8217;</p><p style="text-align: justify;">Armand liet zijn gedachten en tranen nu de vrije loop. Hij stak mij zijn hand toe en vervolgde:</p><p style="text-align: justify;">&#8216;De mensen zouden me vast kinderachtig vinden als ze me zo om een vrouw als zij zagen huilen. Maar ze weten niet hoeveel verdriet ik haar heb aangedaan, hoe wreed ik ben geweest en hoe goed en berustend zij was. Ik dacht dat het aan mij was haar te vergeven. Nu besef ik dat ik de vergeving die zij mij schenkt niet waard ben.</p><p style="text-align: justify;">O, ik zou tien jaar van mijn leven geven om &#233;&#233;n uur aan haar voeten te mogen huilen.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">Het is altijd moeilijk iemand te troosten wanneer je de oorzaak van zijn verdriet niet kent. Toch voelde ik zoveel medeleven met deze jongeman en vertrouwde hij mij zijn verdriet zo openhartig toe, dat ik dacht dat mijn woorden hem misschien niet geheel onverschillig zouden laten.</p><p style="text-align: justify;">Ik zei:</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Hebt u geen familie of vrienden? Probeer moed te houden en zoek hen op. Zij zullen u troosten. Ikzelf kan helaas weinig meer doen dan met u meevoelen.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;U hebt gelijk,&#8217; zei hij terwijl hij opstond en met grote passen door mijn kamer begon te lopen. &#8216;Ik verveel u. Neem me niet kwalijk. Ik besefte niet dat mijn verdriet voor u nauwelijks iets kan betekenen en dat ik u lastigval met iets wat u niet aangaat en waarin u ook geen belang hoeft te stellen.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;U begrijpt mijn woorden verkeerd. Ik sta geheel tot uw beschikking. Ik betreur alleen dat ik niet in staat ben uw verdriet te verzachten. Wanneer mijn gezelschap en dat van mijn vrienden u enige afleiding kan bieden, of wanneer u mij ergens voor nodig hebt, wil ik dat u weet hoe graag ik u van dienst zal zijn.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Vergeef me,&#8217; zei hij. &#8216;Verdriet maakt iedere gewaarwording sterker. Laat me nog een paar minuten blijven, zodat ik mijn ogen kan drogen en de nieuwsgierige voorbijgangers niet als naar een bezienswaardigheid hoeven te kijken naar zo&#8217;n grote kerel die loopt te huilen.</p><p style="text-align: justify;">U hebt mij heel gelukkig gemaakt door mij dit boek te geven. Ik zal nooit weten hoe ik u daarvoor kan bedanken.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Door mij een beetje van uw vriendschap te schenken,&#8217; antwoordde ik, &#8216;en mij de oorzaak van uw verdriet te vertellen. Over je lijden praten kan troost bieden.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;U hebt gelijk. Maar vandaag moet ik vooral huilen en zou ik alleen onsamenhangende woorden kunnen uitbrengen. Op een dag zal ik u het hele verhaal vertellen. Dan zult u zelf kunnen beoordelen of ik reden heb om om dat arme meisje te treuren.</p><p style="text-align: justify;">En nu,&#8217; voegde hij eraan toe terwijl hij voor de laatste keer over zijn ogen wreef en zichzelf in de spiegel bekeek, &#8216;moet u mij zeggen dat u me niet al te dwaas vindt en mij toestaan u nog eens te bezoeken.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">De blik van deze jongeman was zo vriendelijk en zacht dat ik hem bijna omhelsde.</p><p style="text-align: justify;">Zijn ogen begonnen alweer vol tranen te lopen. Hij zag dat ik het merkte en wendde zijn blik af.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Kom,&#8217; zei ik, &#8216;houd moed.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Tot ziens,&#8217; antwoordde hij.</p><p style="text-align: justify;">Hij deed een bovenmenselijke poging om niet opnieuw te huilen en vluchtte haast mijn woning uit, in plaats van haar eenvoudig te verlaten.</p><p style="text-align: justify;">Ik tilde het gordijn voor mijn raam op en zag hem in het rijtuig stappen dat voor de deur op hem wachtte. Maar nauwelijks zat hij erin of hij barstte in tranen uit en verborg zijn gezicht in zijn zakdoek.</p><h2>Hoofdstuk V</h2><p style="text-align: justify;">Geruime tijd verstreek zonder dat ik iets van Armand hoorde. Daarentegen werd er des te vaker over Marguerite gesproken.</p><p style="text-align: justify;">Ik weet niet of het u ooit is opgevallen, maar soms hoeft de naam van iemand die u onbekend of op zijn minst onverschillig leek te zullen blijven maar &#233;&#233;n keer in uw bijzijn te worden uitgesproken, of er beginnen zich langzamerhand allerlei bijzonderheden rond die naam te verzamelen. Opeens hoort u al uw vrienden praten over iemand over wie zij u nooit eerder iets hadden verteld.</p><p style="text-align: justify;">U ontdekt dan dat die persoon bijna deel van uw eigen leven heeft uitgemaakt. U beseft dat hij of zij uw pad herhaaldelijk heeft gekruist zonder dat u daar aandacht aan schonk. In de gebeurtenissen die men u vertelt, herkent u werkelijke overeenkomsten en raakvlakken met bepaalde gebeurtenissen uit uw eigen bestaan.</p><p style="text-align: justify;">Met Marguerite was dat bij mij niet helemaal het geval, want ik had haar gezien en ontmoet en kende haar uiterlijk en haar gewoonten. Toch had ik haar naam sinds de veiling zo vaak horen noemen en was die naam, door de gebeurtenis die ik in het vorige hoofdstuk vertelde, verbonden geraakt met zo&#8217;n diep verdriet, dat mijn verbazing en nieuwsgierigheid alleen maar groter waren geworden.</p><p style="text-align: justify;">Het gevolg was dat ik vrienden met wie ik nooit eerder over Marguerite had gesproken voortaan bijna altijd met dezelfde vraag benaderde:</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Heb je een zekere Marguerite Gautier gekend?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;De dame met de camelia&#8217;s?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Precies.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Heel goed!&#8217;</p><p style="text-align: justify;">Dat &#8216;heel goed&#8217; ging soms gepaard met glimlachjes die geen enkele twijfel lieten bestaan over wat men ermee bedoelde.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;En?&#8217; vroeg ik dan verder. &#8216;Wat voor vrouw was zij?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Een aardige meid.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Is dat alles?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Ach ja. Ze was wat geestiger en had misschien iets meer gevoel dan de anderen.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;En weet je verder niets bijzonders over haar?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Ze heeft baron de G&#8230; geru&#239;neerd.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Is dat alles?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Ze is de minnares van de oude hertog van&#8230; geweest.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Was ze werkelijk zijn minnares?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Dat wordt gezegd. In ieder geval gaf hij haar veel geld.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">Het waren steeds dezelfde oppervlakkige bijzonderheden.</p><p style="text-align: justify;">Ik was echter vooral benieuwd naar de verhouding tussen Marguerite en Armand.</p><p style="text-align: justify;">Op een dag ontmoette ik een van die mannen die voortdurend in de vertrouwelijke kring van bekende vrouwen verkeren. Ik ondervroeg hem.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Heb je Marguerite Gautier gekend?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">Opnieuw kreeg ik hetzelfde antwoord:</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Heel goed.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Wat voor vrouw was ze?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Mooi en goedhartig. Haar dood heeft me veel verdriet gedaan.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Heeft ze niet een minnaar gehad die Armand Duval heette?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Een lange, blonde jongeman?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Ja.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Dat klopt.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Wat voor iemand was die Armand?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Een jongen die samen met haar het weinige dat hij bezat heeft opgemaakt, geloof ik, en die haar uiteindelijk moest verlaten. Men zegt dat hij stapelgek op haar was.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;En zij?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Zij hield naar verluidt ook veel van hem, maar zoals vrouwen van haar soort liefhebben. Je moet hun niet m&#233;&#233;r vragen dan ze kunnen geven.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Wat is er van Armand geworden?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Geen idee. We hebben hem nauwelijks gekend. Hij is vijf of zes maanden bij Marguerite gebleven, maar op het platteland. Toen zij terugkeerde, vertrok hij.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;En daarna heb je hem niet meer gezien?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Nooit.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">Ook ik had Armand niet teruggezien. Ik begon me af te vragen of het recente nieuws van Marguerites dood, toen hij bij mij kwam, zijn vroegere liefde en daarmee zijn verdriet niet had versterkt. Misschien had hij, tegelijk met de overledene, ook zijn belofte vergeten om mij opnieuw te bezoeken.</p><p style="text-align: justify;">Bij ieder ander zou die veronderstelling heel aannemelijk zijn geweest. In Armands wanhoop had echter zo&#8217;n oprechte klank gelegen dat ik vervolgens in het andere uiterste verviel. Ik stelde me voor dat zijn verdriet in een ziekte was veranderd en dat ik niets meer van hem hoorde omdat hij ziek was, of misschien zelfs dood.</p><p style="text-align: justify;">Tegen mijn wil was ik in deze jongeman ge&#239;nteresseerd geraakt. Misschien zat er iets ego&#239;stisch in die belangstelling. Misschien vermoedde ik achter zijn verdriet een ontroerend liefdesverhaal en was mijn verlangen dat verhaal te leren kennen voor een groot deel verantwoordelijk voor de bezorgdheid die zijn stilzwijgen bij mij opriep.</p><p style="text-align: justify;">Omdat de heer Duval niet meer naar mij toe kwam, besloot ik hem zelf op te zoeken. Het was niet moeilijk een voorwendsel te bedenken. Helaas kende ik zijn adres niet, en niemand aan wie ik ernaar vroeg kon het mij geven.</p><p style="text-align: justify;">Ik ging naar de rue d&#8217;Antin. Misschien wist de conci&#235;rge van Marguerite waar Armand woonde. Er was inmiddels een nieuwe conci&#235;rge, die het evenmin wist als ik.</p><p style="text-align: justify;">Daarom vroeg ik op welke begraafplaats juffrouw Gautier was begraven.</p><p style="text-align: justify;">Dat was de begraafplaats van Montmartre.</p><p style="text-align: justify;">April was teruggekeerd en het weer was mooi. De graven zouden niet langer die pijnlijke en verlaten aanblik hebben die de winter hun geeft. Het was inmiddels warm genoeg om de levenden weer aan de doden te laten denken en hen te laten bezoeken.</p><p style="text-align: justify;">Ik ging naar de begraafplaats en dacht:</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Aan Marguerites graf zal ik meteen kunnen zien of Armands verdriet nog voortduurt. Misschien kom ik er ook achter wat er van hem is geworden.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">Ik ging het kantoor van de beheerder binnen en vroeg of op 22 februari een vrouw met de naam Marguerite Gautier op de begraafplaats van Montmartre was begraven.</p><p style="text-align: justify;">De man bladerde door een dik boek waarin iedereen die dit laatste toevluchtsoord binnenging met naam en nummer werd geregistreerd. Hij antwoordde dat er inderdaad op 22 februari om twaalf uur een vrouw met die naam was begraven.</p><p style="text-align: justify;">Ik vroeg hem mij naar haar graf te laten brengen, want zonder gids is het onmogelijk de weg te vinden in deze stad van de doden, die net als de stad van de levenden haar eigen straten heeft.</p><p style="text-align: justify;">De beheerder riep een tuinman en begon hem de nodige aanwijzingen te geven, maar de man onderbrak hem.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Ik weet het al, ik weet het al.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">Toen wendde hij zich tot mij.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;O, dat graf is heel gemakkelijk te herkennen.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Waarom?&#8217; vroeg ik.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Omdat er heel andere bloemen op staan dan op de andere graven.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Bent u degene die ervoor zorgt?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Ja, meneer. Ik zou willen dat alle nabestaanden net zo goed voor hun overledenen zorgden als de jongeman die mij dit graf heeft toevertrouwd.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">Na enkele omwegen bleef de tuinman staan.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Hier zijn we.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">Voor mij lag inderdaad een vierkant bloemperk dat niemand voor een graf zou hebben gehouden als er niet een witmarmeren steen met een naam rechtop had gestaan.</p><p style="text-align: justify;">Een ijzeren hekwerk omringde het aangekochte stuk grond, dat helemaal bedekt was met witte camelia&#8217;s.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Wat vindt u ervan?&#8217; vroeg de tuinman.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Het is heel mooi.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;En iedere keer als een camelia verwelkt, moet ik haar door een nieuwe vervangen.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Wie heeft u die opdracht gegeven?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Een jongeman die de eerste keer dat hij hier kwam verschrikkelijk heeft gehuild. Waarschijnlijk een vroegere minnaar van de overledene, want naar het schijnt was zij nogal een wilde. Men zegt dat ze heel mooi was. Hebt u haar gekend, meneer?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Ja.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Net als die andere heer?&#8217; vroeg de tuinman met een veelbetekenende glimlach.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Nee. Ik heb nooit met haar gesproken.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;En toch komt u haar hier bezoeken. Dat is vriendelijk van u, want het loopt hier niet bepaald storm met mensen die dat arme meisje komen opzoeken.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Komt er dan niemand?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Niemand, behalve die jonge heer. Hij is &#233;&#233;n keer geweest.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Slechts &#233;&#233;n keer?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Ja, meneer.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;En daarna is hij niet meer teruggekomen?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Nee, maar hij zal terugkomen zodra hij weer thuis is.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Is hij op reis?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Ja.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Weet u waar hij is?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Volgens mij is hij bij de zus van juffrouw Gautier.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Wat doet hij daar?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Hij gaat haar toestemming vragen om de overledene te laten opgraven en haar ergens anders te laten begraven.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Waarom laat hij haar niet hier liggen?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;U weet hoe dat gaat, meneer. Bij doden hebben mensen allerlei bijzondere idee&#235;n. Wij maken dat hier dagelijks mee. Dit grafrecht is maar voor vijf jaar gekocht. De jonge man wil een eeuwigdurend grafrecht en een groter stuk grond. In het nieuwe gedeelte zal het beter zijn.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Wat bedoelt u met het nieuwe gedeelte?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;De nieuwe gronden die men nu aan de linkerkant verkoopt. Als deze begraafplaats altijd zo was onderhouden als tegenwoordig, zou er geen mooiere ter wereld bestaan. Maar er moet nog veel gebeuren voordat alles is zoals het hoort.</p><p style="text-align: justify;">En de mensen kunnen zo vreemd zijn.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Wat bedoelt u?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Dat er zelfs hier nog mensen zijn die hoogmoedig doen. Die juffrouw Gautier heeft, naar het schijnt, nogal losbandig geleefd &#8212; neemt u me de uitdrukking niet kwalijk. Maar nu is het arme meisje dood. Er blijft net zo weinig van haar over als van vrouwen over wie niets valt aan te merken en wier graven wij iedere dag begieten.</p><p style="text-align: justify;">Toen de families van de mensen die naast haar begraven liggen hoorden wie zij was geweest, waagden ze het te zeggen dat ze er bezwaar tegen zouden maken dat zij hier kwam te liggen. Volgens hen moesten er aparte stukken grond bestaan voor zulke vrouwen, net zoals voor de armen.</p><p style="text-align: justify;">Hebt u ooit zoiets gehoord?</p><p style="text-align: justify;">Ik heb ze flink de les gelezen, hoor. Rijke renteniers die hun overledenen nog geen vier keer per jaar bezoeken, die zelf bloemen meebrengen &#8212; en wat voor bloemen! &#8212; die op het onderhoud beknibbelen van de mensen om wie ze naar eigen zeggen rouwen, die op hun grafstenen tranen laten beitelen die ze nooit hebben vergoten, en die vervolgens moeilijk doen over wie ernaast begraven ligt.</p><p style="text-align: justify;">Gelooft u me of niet, meneer: ik heb deze juffrouw nooit gekend en ik weet niet wat ze heeft gedaan. Toch ben ik gesteld geraakt op dat arme kind. Ik zorg goed voor haar en reken haar de camelia&#8217;s tegen de laagst mogelijke prijs. Van alle doden hier is zij mijn favoriet.</p><p style="text-align: justify;">Wij moeten de doden wel liefhebben, meneer. We hebben het zo druk dat we bijna geen tijd hebben om iets anders lief te hebben.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">Ik keek naar de man. Sommige van mijn lezers zullen begrijpen wat ik voelde toen ik hem hoorde spreken, zonder dat ik het hun hoef uit te leggen.</p><p style="text-align: justify;">Waarschijnlijk merkte hij mijn ontroering op, want hij ging verder:</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Er wordt gezegd dat mannen zich voor die vrouw hebben geru&#239;neerd en dat ze minnaars had die haar aanbaden. Maar wanneer ik bedenk dat niet &#233;&#233;n van hen hier komt om ook maar &#233;&#233;n bloem voor haar te kopen, vind ik dat merkwaardig en verdrietig.</p><p style="text-align: justify;">Overigens heeft zij nog niet te klagen. Ze heeft tenminste een eigen graf. En al is er maar &#233;&#233;n man die zich haar herinnert, hij doet genoeg om alle anderen te vervangen.</p><p style="text-align: justify;">Maar hier liggen ook arme meisjes van dezelfde soort en dezelfde leeftijd die eenvoudig in het gemeenschappelijke graf worden gegooid. Het breekt mijn hart wanneer ik hun arme lichamen in de aarde hoor vallen.</p><p style="text-align: justify;">Zodra ze dood zijn, bekommert geen mens zich meer om hen.</p><p style="text-align: justify;">Ons werk is niet altijd vrolijk, vooral niet zolang je nog een beetje gevoel hebt. Wat wilt u? Ik kan er niets aan doen. Ik heb zelf een mooie dochter van twintig. Iedere keer wanneer hier een dode vrouw van haar leeftijd wordt binnengebracht, denk ik aan haar. Of het nu een voorname dame is of een zwerfster, ik kan niet voorkomen dat het mij aangrijpt.</p><p style="text-align: justify;">Maar ik verveel u waarschijnlijk met mijn verhalen. U bent hier niet gekomen om daarnaar te luisteren. Men heeft mij gevraagd u naar het graf van juffrouw Gautier te brengen, en daar bent u nu. Kan ik verder nog iets voor u doen?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Weet u het adres van de heer Armand Duval?&#8217; vroeg ik.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Ja. Hij woont in de rue de&#8230; Daar ben ik tenminste het geld voor al die bloemen gaan ophalen.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Dank u, beste man.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">Ik wierp een laatste blik op het met bloemen bedekte graf. Tegen mijn wil had ik in de diepte ervan willen kijken om te zien wat de aarde had gedaan met het prachtige schepsel dat men erin had geworpen.</p><p style="text-align: justify;">Diepbedroefd liep ik weg.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Wilt u de heer Duval bezoeken?&#8217; vroeg de tuinman, die naast mij meeliep.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Ja.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Ik weet vrijwel zeker dat hij nog niet terug is. Anders had ik hem hier al gezien.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Bent u er dan van overtuigd dat hij Marguerite niet is vergeten?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Ik ben er niet alleen van overtuigd. Ik durf zelfs te wedden dat zijn wens om haar naar een ander graf te laten overbrengen alleen voortkomt uit zijn verlangen haar nog &#233;&#233;n keer te zien.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Hoe bedoelt u?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Het eerste wat hij tegen mij zei toen hij op de begraafplaats kwam, was:</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Hoe kan ik haar nog eenmaal zien?&#8221;</p><p style="text-align: justify;">Dat was alleen mogelijk door haar naar een ander graf over te brengen. Daarom heb ik hem verteld aan welke formaliteiten hij daarvoor moest voldoen.</p><p style="text-align: justify;">U weet dat een lichaam moet worden ge&#239;dentificeerd wanneer een overledene van het ene graf naar het andere wordt overgebracht. Alleen de familie kan toestemming geven en bij de opgraving moet een commissaris van politie aanwezig zijn.</p><p style="text-align: justify;">De heer Duval is naar de zus van juffrouw Gautier gegaan om die toestemming te krijgen. Zijn eerste bezoek na zijn terugkeer zal dus ongetwijfeld aan ons zijn.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">We waren bij de uitgang van de begraafplaats aangekomen. Ik bedankte de tuinman opnieuw, drukte hem enkele munten in de hand en ging naar het adres dat hij mij had gegeven.</p><p style="text-align: justify;">Armand was nog niet teruggekeerd.</p><p style="text-align: justify;">Ik liet bij hem thuis een briefje achter waarin ik hem vroeg mij zodra hij weer thuis was te komen bezoeken, of mij te laten weten waar ik hem kon vinden.</p><p style="text-align: justify;">De volgende ochtend ontving ik een brief van de heer Duval. Hij schreef dat hij was teruggekeerd en verzocht mij bij hem langs te komen. Hij voegde eraan toe dat hij zo uitgeput was dat hij onmogelijk het huis kon verlaten.</p><h2>Hoofdstuk VI</h2><p style="text-align: justify;">Ik trof Armand in bed aan.</p><p style="text-align: justify;">Toen hij mij zag, stak hij zijn gloeiend hete hand naar mij uit.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;U hebt koorts,&#8217; zei ik.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Het is niets. Alleen vermoeidheid van een overhaaste reis.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;U komt bij Marguerites zus vandaan.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Ja. Wie heeft u dat verteld?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Ik weet het. En hebt u gekregen wat u wilde?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Ja, ook dat. Maar wie heeft u verteld dat ik op reis was en waarom ik die reis maakte?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;De tuinman van de begraafplaats.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;U hebt haar graf gezien?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">Ik durfde nauwelijks te antwoorden. Uit de toon waarop hij die vraag stelde, bleek dat hij nog altijd volledig in de greep was van de ontroering waarvan ik getuige was geweest. Iedere keer dat zijn eigen gedachten of de woorden van een ander hem naar dit pijnlijke onderwerp terugvoerden, zou die ontroering nog lange tijd sterker blijken dan zijn wil.</p><p style="text-align: justify;">Daarom knikte ik alleen maar.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Heeft hij er goed voor gezorgd?&#8217; vroeg Armand verder.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Ja.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">Twee grote tranen rolden over de wangen van de zieke. Hij wendde zijn hoofd af om ze voor mij te verbergen. Ik deed alsof ik ze niet zag en probeerde over iets anders te beginnen.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;U bent drie weken weggeweest,&#8217; zei ik.</p><p style="text-align: justify;">Armand wreef met zijn hand over zijn ogen en antwoordde:</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Precies drie weken.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Heeft uw reis zo lang geduurd?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;O, ik ben niet al die tijd onderweg geweest. Ik ben vijftien dagen ziek geweest, anders was ik allang terug. Nauwelijks was ik daar aangekomen of ik kreeg koorts en moest ik in bed blijven.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;En u bent vertrokken voordat u helemaal hersteld was.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Als ik nog acht dagen langer in die streek was gebleven, zou ik er gestorven zijn.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Nu u terug bent, moet u zich laten verzorgen. Uw vrienden zullen bij u langskomen. Ikzelf als eerste, tenminste wanneer u dat goedvindt.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Over twee uur sta ik op.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Wat onverstandig!&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Het moet.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Wat moet u dan zo dringend doen?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Ik moet naar de politiecommissaris.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Waarom laat u dat niet door iemand anders doen? U kunt er alleen maar zieker van worden.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Dit is het enige wat mij kan genezen. Ik moet haar zien. Sinds ik hoorde dat ze dood was, en vooral sinds ik haar graf heb gezien, slaap ik niet meer. Ik kan me niet voorstellen dat de vrouw die ik zo jong en zo mooi heb achtergelaten werkelijk dood is. Ik moet het met mijn eigen ogen vaststellen. Ik moet zien wat God heeft gemaakt van het wezen van wie ik zoveel heb gehouden. Misschien zal de afschuw van wat ik zie de wanhoop van mijn herinneringen verdringen. U gaat met mij mee, nietwaar? Tenminste, wanneer het u niet al te veel tegenstaat.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Wat heeft haar zus tegen u gezegd?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Niets. Ze leek erg verbaasd dat een vreemde grond wilde kopen en een graf voor Marguerite wilde laten maken. Ze heeft de toestemming waar ik om vroeg meteen ondertekend.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Geloof me, wacht met de overbrenging tot u helemaal hersteld bent.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;O, ik zal sterk genoeg zijn. Maakt u zich geen zorgen. Bovendien zou ik gek worden als ik dit besluit niet zo snel mogelijk uitvoerde. De verwezenlijking ervan is een behoefte van mijn verdriet geworden. Ik zweer u dat ik pas tot rust kan komen wanneer ik Marguerite heb gezien. Misschien is het een koortsachtige dorst die in mij brandt, een droom die uit mijn slapeloze nachten is ontstaan of een gevolg van mijn ijlen. Maar al zou ik daarna, net als de heer de Ranc&#233;, trappist moeten worden: ik zal haar zien.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Ik begrijp het,&#8217; zei ik tegen Armand. &#8216;U kunt volledig op mij rekenen. Hebt u Julie Duprat gesproken?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Ja. O, ik heb haar al gezien op de dag dat ik voor de eerste keer terugkwam.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Heeft zij u de papieren gegeven die Marguerite voor u had achtergelaten?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Hier zijn ze.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">Armand haalde een rol papieren onder zijn hoofdkussen vandaan en legde die er onmiddellijk weer onder.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Ik ken alles wat erin staat uit mijn hoofd,&#8217; zei hij. &#8216;De afgelopen drie weken heb ik ze iedere dag tienmaal gelezen. U zult ze ook lezen, maar later, wanneer ik rustiger ben en u kan laten begrijpen hoeveel liefde en gevoel uit deze bekentenis spreken.</p><p style="text-align: justify;">Voorlopig moet ik u om een dienst vragen.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Welke?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Staat uw rijtuig beneden?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Ja.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Wilt u dan met mijn paspoort naar de poste restante gaan en vragen of er brieven voor mij zijn? Mijn vader en mijn zus zullen mij waarschijnlijk naar Parijs hebben geschreven. Ik ben zo overhaast vertrokken dat ik voor mijn vertrek geen tijd had om ernaar te informeren. Wanneer u terugkomt, gaan we samen de politiecommissaris op de hoogte brengen van de opgraving van morgen.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">Armand gaf mij zijn paspoort en ik ging naar de rue Jean-Jacques Rousseau.</p><p style="text-align: justify;">Er lagen twee brieven op naam van Duval. Ik nam ze mee en keerde terug.</p><p style="text-align: justify;">Toen ik weer binnenkwam, was Armand volledig aangekleed en klaar om te vertrekken.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Dank u,&#8217; zei hij terwijl hij de brieven aannam. &#8216;Ja,&#8217; voegde hij eraan toe nadat hij de adressen had bekeken, &#8216;ze zijn van mijn vader en mijn zus. Ze zullen niets van mijn stilzwijgen hebben begrepen.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">Hij opende de brieven, maar hij raadde eerder wat erin stond dan dat hij ze werkelijk las. Ze telden allebei vier bladzijden, maar na enkele ogenblikken had hij ze alweer opgevouwen.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Laten we gaan,&#8217; zei hij. &#8216;Ik antwoord morgen.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">We gingen naar de politiecommissaris, aan wie Armand de volmacht van Marguerites zus overhandigde.</p><p style="text-align: justify;">In ruil daarvoor gaf de commissaris hem een schriftelijke kennisgeving voor de beheerder van de begraafplaats. Er werd afgesproken dat de overbrenging de volgende ochtend om tien uur zou plaatsvinden, dat ik Armand een uur eerder zou ophalen en dat we samen naar de begraafplaats zouden gaan.</p><p style="text-align: justify;">Ook ik was nieuwsgierig naar wat er zou gebeuren. Ik moet bekennen dat ik die nacht niet sliep.</p><p style="text-align: justify;">Afgaande op de gedachten die mij bestormden, moet het voor Armand een bijzonder lange nacht zijn geweest.</p><p style="text-align: justify;">Toen ik de volgende ochtend om negen uur bij hem binnenkwam, was hij angstaanjagend bleek, maar hij leek kalm.</p><p style="text-align: justify;">Hij glimlachte en stak mij zijn hand toe.</p><p style="text-align: justify;">Zijn kaarsen waren helemaal opgebrand. Voordat we vertrokken, pakte Armand een zeer dikke brief die aan zijn vader was gericht en waarin hij ongetwijfeld de gedachten en indrukken van die nacht had toevertrouwd.</p><p style="text-align: justify;">Een halfuur later kwamen we in Montmartre aan.</p><p style="text-align: justify;">De politiecommissaris stond al op ons te wachten.</p><p style="text-align: justify;">Langzaam liepen we in de richting van Marguerites graf. De commissaris ging voorop. Armand en ik volgden hem op enkele passen afstand.</p><p style="text-align: justify;">Af en toe voelde ik Armands arm krampachtig schokken, alsof er plotseling een rilling door hem heen trok. Dan keek ik hem aan. Hij begreep mijn blik en glimlachte, maar vanaf het ogenblik dat we zijn woning hadden verlaten, hadden we geen woord met elkaar gewisseld.</p><p style="text-align: justify;">Vlak voordat we bij het graf kwamen, bleef Armand staan om zijn gezicht af te vegen, dat met grote zweetdruppels was bedekt.</p><p style="text-align: justify;">Ik gebruikte die korte onderbreking om zelf weer adem te halen, want het voelde alsof mijn hart in een bankschroef werd samengedrukt.</p><p style="text-align: justify;">Waar komt toch dat pijnlijke genoegen vandaan dat mensen aan zulke schouwspelen beleven?</p><p style="text-align: justify;">Toen we bij het graf aankwamen, had de tuinman alle bloempotten weggehaald en was ook het ijzeren hekwerk verwijderd. Twee mannen waren bezig de aarde om te spitten.</p><p style="text-align: justify;">Armand leunde tegen een boom en keek toe.</p><p style="text-align: justify;">Het leek alsof heel zijn leven zich in zijn ogen had verzameld.</p><p style="text-align: justify;">Plotseling schraapte een van de houwelen over een steen.</p><p style="text-align: justify;">Bij dat geluid deinsde Armand achteruit alsof hij een elektrische schok kreeg. Hij kneep zo hard in mijn hand dat het pijn deed.</p><p style="text-align: justify;">Een van de grafdelvers pakte een brede schop en maakte het graf geleidelijk leeg. Toen alleen de stenen die de kist bedekten nog over waren, gooide hij ze een voor een naar buiten.</p><p style="text-align: justify;">Ik bleef naar Armand kijken, omdat ik ieder ogenblik vreesde dat de gevoelens die hij zichtbaar in zichzelf opsloot hem zouden breken. Hij bleef echter onbeweeglijk toekijken, met starre, wijd opengesperde ogen, alsof hij krankzinnig was. Alleen een lichte trilling van zijn wangen en lippen verried dat hij een hevige zenuwcrisis doormaakte.</p><p style="text-align: justify;">Wat mijzelf betreft, kan ik maar &#233;&#233;n ding zeggen: ik had er spijt van dat ik was meegekomen.</p><p style="text-align: justify;">Toen de kist helemaal blootlag, zei de commissaris tegen de grafdelvers:</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Maak haar open.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">De mannen gehoorzaamden alsof het de gewoonste zaak van de wereld was.</p><p style="text-align: justify;">De kist was van eikenhout. Ze begonnen het bovenste paneel, dat als deksel diende, los te schroeven. Door het vocht van de aarde waren de schroeven verroest en het kostte veel moeite de kist te openen.</p><p style="text-align: justify;">Er kwam een afschuwelijke stank uit, ondanks de geurige kruiden die erin waren gestrooid.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;O, mijn God! Mijn God!&#8217; mompelde Armand.</p><p style="text-align: justify;">Hij werd nog bleker.</p><p style="text-align: justify;">Zelfs de grafdelvers deden een stap achteruit.</p><p style="text-align: justify;">Een groot wit laken bedekte het lichaam en liet de vormen ervan vaag uitkomen. Aan &#233;&#233;n uiteinde was het laken bijna volledig vergaan, zodat een voet van de dode zichtbaar was.</p><p style="text-align: justify;">Ik stond op het punt flauw te vallen. Zelfs nu ik deze regels schrijf, verschijnt de herinnering aan dat tafereel nog in al zijn overweldigende werkelijkheid voor mijn ogen.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Schiet op,&#8217; zei de commissaris.</p><p style="text-align: justify;">Een van de twee mannen stak zijn hand uit en begon de naden van het laken los te maken. Toen pakte hij het bij een uiteinde vast en trok het plotseling weg van Marguerites gezicht.</p><p style="text-align: justify;">Het was verschrikkelijk om te zien en afschuwelijk om te beschrijven.</p><p style="text-align: justify;">Van haar ogen waren alleen nog twee donkere gaten over. Haar lippen waren verdwenen en haar witte tanden stonden strak op elkaar geklemd. Haar lange, zwarte, uitgedroogde haren plakten tegen haar slapen en bedekten gedeeltelijk de groenige holten van haar wangen.</p><p style="text-align: justify;">En toch herkende ik in dit gezicht nog het blanke, roze en vrolijke gezicht dat ik zo vaak had gezien.</p><p style="text-align: justify;">Armand kon zijn blik niet van haar afwenden. Hij had zijn zakdoek tegen zijn mond gedrukt en beet erin.</p><p style="text-align: justify;">Het voelde alsof een ijzeren band zich om mijn hoofd sloot. Er trok een waas voor mijn ogen, mijn oren begonnen te suizen en het enige wat ik nog kon doen, was een flesje openen dat ik voor alle zekerheid had meegenomen en de reukzouten die erin zaten diep inademen.</p><p style="text-align: justify;">Te midden van die duizeling hoorde ik de commissaris aan de heer Duval vragen:</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Herkent u haar?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Ja,&#8217; antwoordde de jongeman met gedempte stem.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Sluit de kist dan en breng haar weg,&#8217; zei de commissaris.</p><p style="text-align: justify;">De grafdelvers legden het laken weer over het gezicht van de dode, sloten de kist, pakten haar ieder aan een uiteinde vast en liepen ermee naar de plaats die hun was aangewezen.</p><p style="text-align: justify;">Armand bewoog niet.</p><p style="text-align: justify;">Zijn ogen bleven op het lege graf gericht. Hij was even bleek als het lichaam dat we zojuist hadden gezien. Hij leek versteend.</p><p style="text-align: justify;">Ik begreep wat er zou gebeuren zodra het schouwspel verdwenen was, de hevigheid van zijn pijn daardoor zou afnemen en die pijn hem niet langer overeind zou houden.</p><p style="text-align: justify;">Ik liep naar de commissaris toe.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Is de aanwezigheid van meneer nog nodig?&#8217; vroeg ik, terwijl ik naar Armand wees.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Nee,&#8217; antwoordde hij. &#8216;Ik raad u zelfs aan hem mee te nemen. Hij ziet er ziek uit.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Kom,&#8217; zei ik tegen Armand terwijl ik hem bij zijn arm pakte.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Wat?&#8217; vroeg hij.</p><p style="text-align: justify;">Hij keek mij aan alsof hij mij niet herkende.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Het is voorbij,&#8217; zei ik. &#8216;We moeten weg, mijn vriend. U bent bleek en u hebt het koud. Zulke emoties zullen u nog doden.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;U hebt gelijk. Laten we weggaan,&#8217; antwoordde hij werktuiglijk, maar hij zette geen stap.</p><p style="text-align: justify;">Ik pakte hem daarom stevig bij zijn arm en trok hem mee.</p><p style="text-align: justify;">Hij liet zich als een kind leiden en mompelde van tijd tot tijd alleen maar:</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Hebt u haar ogen gezien?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">Dan draaide hij zich om, alsof dat beeld hem terugriep.</p><p style="text-align: justify;">Zijn manier van lopen werd steeds schokkeriger. Het leek alsof hij alleen nog met horten en stoten vooruitkwam. Zijn tanden klapperden, zijn handen waren ijskoud en zijn hele lichaam werd door een hevige zenuwachtige onrust bevangen.</p><p style="text-align: justify;">Ik sprak tegen hem, maar hij antwoordde niet.</p><p style="text-align: justify;">Het enige waartoe hij nog in staat was, was zich te laten meevoeren.</p><p style="text-align: justify;">Bij de uitgang stond een rijtuig. Geen ogenblik te vroeg.</p><p style="text-align: justify;">Nauwelijks zat Armand erin of het beven werd erger en kreeg hij een hevige zenuwaanval. Uit angst mij te laten schrikken, drukte hij mijn hand en mompelde:</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Het is niets, het is niets. Ik zou alleen maar willen huilen.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">Ik hoorde hoe zijn borstkas zich krampachtig vulde. Het bloed trok naar zijn ogen, maar de tranen wilden niet komen.</p><p style="text-align: justify;">Ik liet hem ruiken aan het flesje dat mijzelf had geholpen. Toen we bij zijn woning aankwamen, was alleen het beven nog over.</p><p style="text-align: justify;">Met de hulp van zijn bediende legde ik hem in bed. Ik liet een groot vuur in zijn kamer aanmaken en haastte mij naar mijn arts, aan wie ik vertelde wat er was gebeurd.</p><p style="text-align: justify;">Hij kwam onmiddellijk.</p><p style="text-align: justify;">Armands gezicht was hoogrood. Hij ijlde en stamelde onsamenhangende woorden. Alleen de naam Marguerite was telkens duidelijk te verstaan.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;En?&#8217; vroeg ik toen de arts hem had onderzocht.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Wel, hij heeft hersenkoorts, niet meer en niet minder. En dat is maar goed ook, want God vergeve me, ik geloof dat hij anders krankzinnig zou zijn geworden. Gelukkig zal de lichamelijke ziekte het geestelijke lijden verdrijven. Over een maand is hij misschien van allebei genezen.&#8217;</p><h2>Hoofdstuk VII</h2><p style="text-align: justify;">Ziekten zoals die waaraan Armand had geleden, hebben &#233;&#233;n voordeel: ze doden je onmiddellijk of laten zich heel snel overwinnen.</p><p style="text-align: justify;">Vijftien dagen na de gebeurtenissen die ik zojuist heb beschreven, was Armand duidelijk aan de beterende hand en waren wij hechte vrienden geworden. Tijdens zijn ziekte was ik nauwelijks van zijn kamer weggeweest.</p><p style="text-align: justify;">De lente had overal haar bloemen, bladeren, vogels en liederen uitgestrooid. Het raam van mijn vriend keek vrolijk uit op een tuin, waarvan de heilzame geuren tot hem opstegen.</p><p style="text-align: justify;">De arts had hem toestemming gegeven op te staan. We zaten daarom vaak bij het open raam te praten wanneer de zon het warmst was, tussen twaalf en twee uur.</p><p style="text-align: justify;">Ik vermeed zorgvuldig met hem over Marguerite te spreken. Ik was steeds bang dat haar naam een droevige herinnering zou wekken die onder de schijnbare kalmte van de zieke lag te slapen. Armand leek er daarentegen juist genoegen in te scheppen over haar te praten. Niet meer zoals vroeger, met tranen in zijn ogen, maar met een zachte glimlach die mij geruststelde over zijn gemoedstoestand.</p><p style="text-align: justify;">Het was me opgevallen dat sinds zijn laatste bezoek aan de begraafplaats &#8212; sinds het schouwspel dat die hevige crisis bij hem had veroorzaakt &#8212; zijn geestelijke pijn door zijn ziekte als het ware tot het uiterste was gevoerd. De dood van Marguerite verscheen hem niet langer als iets onwerkelijks dat tot het verleden behoorde. De zekerheid die hij had gekregen, had hem een vorm van troost gebracht. Om het sombere beeld dat zich vaak aan hem opdrong te verdrijven, verdiepte hij zich in de gelukkige herinneringen aan zijn verhouding met Marguerite. Het leek alsof hij alleen die herinneringen nog wilde aanvaarden.</p><p style="text-align: justify;">Zijn lichaam was door de aanval van de koorts en zelfs door het herstel daarvan te uitgeput om nog een hevige geestelijke ontroering toe te laten. De overal aanwezige vreugde van de lente voerde Armands gedachten, ondanks hemzelf, terug naar opgewekte beelden.</p><p style="text-align: justify;">Hij had steeds hardnekkig geweigerd zijn familie te laten weten in welk gevaar hij verkeerde. Toen hij gered was, wist zijn vader nog altijd niets van zijn ziekte.</p><p style="text-align: justify;">Op een avond bleven we langer dan gewoonlijk bij het raam zitten. Het was een schitterende dag geweest en de zon zonk weg in een avondlucht vol stralend blauw en goud. Hoewel we ons in Parijs bevonden, leek het groen om ons heen ons van de wereld af te sluiten. Slechts af en toe verstoorde het geluid van een rijtuig ons gesprek.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Het was ongeveer in deze tijd van het jaar, en op een avond als deze, dat ik Marguerite heb leren kennen,&#8217; zei Armand, die meer naar zijn eigen gedachten luisterde dan naar wat ik hem vertelde.</p><p style="text-align: justify;">Ik antwoordde niet.</p><p style="text-align: justify;">Hij draaide zich naar mij toe en zei:</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Ik moet u dat verhaal toch eens vertellen. U kunt er een boek van maken dat niemand zal geloven, maar dat misschien wel de moeite van het schrijven waard is.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;U kunt het me beter later vertellen, mijn vriend,&#8217; zei ik. &#8216;U bent nog niet voldoende hersteld.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;De avond is warm, ik heb mijn kipfilet gegeten,&#8217; zei hij glimlachend. &#8216;Ik heb geen koorts en we hebben niets anders te doen. Ik zal u alles vertellen.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Omdat u het absoluut wilt, luister ik.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Het is een heel eenvoudig verhaal,&#8217; voegde hij eraan toe. &#8216;Ik zal het u vertellen in de volgorde waarin de gebeurtenissen hebben plaatsgevonden. Mocht u er later iets van maken, dan staat het u vrij het anders te vertellen.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">Hier volgt wat hij mij vertelde. Ik heb aan dit aangrijpende verhaal nauwelijks een paar woorden veranderd.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Ja,&#8217; vervolgde Armand terwijl hij zijn hoofd tegen de rugleuning van zijn stoel liet rusten, &#8216;het was op een avond als deze.</p><p style="text-align: justify;">Ik had de dag op het platteland doorgebracht met een van mijn vrienden, Gaston R&#8230; &#8217;s Avonds waren we naar Parijs teruggekeerd. Omdat we niet wisten wat we moesten doen, waren we naar het Th&#233;&#226;tre des Vari&#233;t&#233;s gegaan.</p><p style="text-align: justify;">Tijdens een pauze gingen we de zaal uit. In de gang zagen we een lange vrouw voorbijkomen, die door mijn vriend werd gegroet.</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Wie groet je daar?&#8221; vroeg ik hem.</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Marguerite Gautier,&#8221; antwoordde hij.</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Ze lijkt me erg veranderd. Ik herkende haar niet,&#8221; zei ik met een ontroering die u zo meteen zult begrijpen.</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Ze is ziek geweest. Het arme meisje zal niet lang meer leven.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">Ik herinner me die woorden alsof ze gisteren tegen mij zijn uitgesproken.</p><p style="text-align: justify;">U moet weten, mijn vriend, dat de aanblik van dat meisje al twee jaar een vreemde indruk op mij maakte, telkens wanneer ik haar tegenkwam.</p><p style="text-align: justify;">Zonder te weten waarom, werd ik bleek en begon mijn hart hevig te kloppen. Ik heb een vriend die zich met occulte wetenschappen bezighoudt. Hij zou wat ik voelde een &#8220;verwantschap van de flu&#239;den&#8221; noemen. Zelf geloof ik eenvoudigweg dat ik voorbestemd was verliefd te worden op Marguerite en dat ik dat onbewust voelde aankomen.</p><p style="text-align: justify;">Hoe dan ook maakte zij werkelijk een diepe indruk op mij. Verscheidene vrienden waren daar getuige van geweest en hadden hard gelachen toen ze ontdekten door wie die indruk werd veroorzaakt.</p><p style="text-align: justify;">De eerste keer dat ik haar zag, was op de Place de la Bourse, bij de ingang van de winkel van Susse. Er stond een open rijtuig en daaruit stapte een in het wit geklede vrouw.</p><p style="text-align: justify;">Toen zij de winkel binnenging, ging er een bewonderend gemompel door de omstanders. Ik bleef als aan de grond genageld staan, vanaf het ogenblik waarop zij naar binnen ging tot het ogenblik waarop zij weer naar buiten kwam. Door de etalageruiten keek ik hoe ze in de winkel uitkoos wat ze wilde kopen.</p><p style="text-align: justify;">Ik had naar binnen kunnen gaan, maar ik durfde niet. Ik wist niet wie deze vrouw was en was bang dat zij zou begrijpen waarom ik de winkel binnenging en daar aanstoot aan zou nemen. Toch dacht ik niet dat ik haar ooit zou terugzien.</p><p style="text-align: justify;">Ze was elegant gekleed. Ze droeg een mousselinen japon die rondom met volants was afgezet, een vierkante Indiase sjaal waarvan de hoeken met gouddraad en zijden bloemen waren geborduurd, een hoed van Italiaans stro en &#233;&#233;n enkele armband: een zware gouden ketting, zoals die toen net in de mode begon te komen.</p><p style="text-align: justify;">Ze stapte weer in haar rijtuig en reed weg.</p><p style="text-align: justify;">Een van de winkelbedienden bleef in de deuropening staan en volgde het rijtuig van de elegante klant met zijn ogen. Ik liep naar hem toe en vroeg hem hoe die vrouw heette.</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Dat is juffrouw Marguerite Gautier,&#8221; antwoordde hij.</p><p style="text-align: justify;">Ik durfde hem niet naar haar adres te vragen en liep weg.</p><p style="text-align: justify;">De herinnering aan die verschijning &#8212; want het was werkelijk een verschijning &#8212; verdween niet uit mijn gedachten, zoals zoveel andere beelden die ik eerder had gezien. Overal zocht ik naar die in het wit geklede, vorstelijk mooie vrouw.</p><p style="text-align: justify;">Enkele dagen later vond in de Op&#233;ra-Comique een grote galavoorstelling plaats. Ik ging erheen.</p><p style="text-align: justify;">De eerste persoon die ik in een zijloge op de galerij zag, was Marguerite Gautier.</p><p style="text-align: justify;">De jongeman die bij me was, herkende haar eveneens. Hij noemde haar naam en zei:</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Kijk eens wat een mooi meisje.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">Op dat ogenblik keek Marguerite met haar toneelkijker in onze richting. Ze zag mijn vriend, glimlachte naar hem en gebaarde dat hij haar moest komen bezoeken.</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Ik ga haar even gedag zeggen,&#8221; zei hij. &#8220;Ik ben zo terug.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">Ik kon het niet laten tegen hem te zeggen:</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Wat heb jij een geluk!&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Waarmee?&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Dat je naar die vrouw toe mag.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Ben je soms verliefd op haar?&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Nee,&#8221; zei ik blozend, want ik wist zelf werkelijk niet wat ik daarvan moest denken. &#8220;Maar ik zou haar graag willen leren kennen.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Kom dan mee. Ik zal je voorstellen.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Vraag eerst of ze het goedvindt.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Ach, in hemelsnaam! Bij haar hoef je echt niet op je manieren te letten. Kom gewoon mee.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">Wat hij zei, deed me pijn. Ik was bang zekerheid te krijgen dat Marguerite de gevoelens die ik voor haar koesterde niet waard was.</p><p style="text-align: justify;">In een boek van Alphonse Karr, getiteld Am Rauchen, komt een man voor die &#8217;s avonds een zeer elegante vrouw volgt. Vanaf het eerste ogenblik is hij vanwege haar schoonheid verliefd op haar geworden. Om de hand van die vrouw te mogen kussen, voelt hij zich in staat alles te ondernemen, alles te veroveren en iedere moeilijkheid te overwinnen.</p><p style="text-align: justify;">Hij durft nauwelijks te kijken naar het kokette stukje been dat zij laat zien om te voorkomen dat haar japon de grond raakt. Terwijl hij droomt over alles wat hij zou doen om die vrouw te bezitten, blijft ze op een straathoek staan en vraagt hem of hij met haar mee naar boven wil gaan.</p><p style="text-align: justify;">Hij wendt zijn hoofd af, steekt de straat over en gaat diepbedroefd naar huis.</p><p style="text-align: justify;">Ik herinnerde me dat verhaal. Ik, die voor deze vrouw had willen lijden, was bang dat zij mij te snel zou aanvaarden en mij zonder aarzelen een liefde zou schenken waarvoor ik liever lang had gewacht of een groot offer had gebracht.</p><p style="text-align: justify;">Zo zijn wij mannen nu eenmaal. Gelukkig laat de verbeelding de zinnen nog iets van die po&#235;zie en doen de lichamelijke verlangens deze concessie aan de dromen van de ziel.</p><p style="text-align: justify;">Wanneer iemand tegen mij had gezegd: &#8220;Vanavond zal deze vrouw de jouwe zijn, maar morgen word je gedood,&#8221; dan zou ik dat hebben aanvaard.</p><p style="text-align: justify;">Had men daarentegen gezegd: &#8220;Betaal tien louis en je wordt haar minnaar,&#8221; dan zou ik hebben geweigerd en gehuild als een kind dat bij het ontwaken het kasteel ziet verdwijnen waarvan het &#8217;s nachts heeft gedroomd.</p><p style="text-align: justify;">Toch wilde ik haar leren kennen. Dat was een manier &#8212; en zelfs de enige manier &#8212; om te ontdekken wat ik werkelijk van haar moest denken.</p><p style="text-align: justify;">Ik zei daarom tegen mijn vriend dat ik erop stond dat zij hem toestemming gaf mij voor te stellen. Ik bleef door de gangen rondlopen en stelde me voor dat zij mij vanaf dat ogenblik zou kunnen zien. Ik wist niet welke houding ik onder haar blik moest aannemen.</p><p style="text-align: justify;">Ik probeerde vooraf de woorden te formuleren die ik tegen haar zou zeggen.</p><p style="text-align: justify;">Wat een verheven kinderachtigheid is de liefde toch!</p><p style="text-align: justify;">Even later kwam mijn vriend weer naar beneden.</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Ze verwacht ons,&#8221; zei hij.</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Is ze alleen?&#8221; vroeg ik.</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Er is nog een andere vrouw bij haar.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Geen mannen?&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Nee.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Laten we gaan.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">Mijn vriend liep in de richting van de uitgang van het theater.</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Maar het is toch niet die kant op?&#8221; vroeg ik.</p><p style="text-align: justify;">&#8220;We gaan eerst snoep halen. Daar heeft ze om gevraagd.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">We gingen een banketbakkerij in de passage de l&#8217;Op&#233;ra binnen.</p><p style="text-align: justify;">Ik had de hele winkel wel willen leegkopen en keek al wat we allemaal in het zakje konden laten doen, toen mijn vriend bestelde:</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Een pond gekonfijte druiven.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Weet je zeker dat ze die lekker vindt?&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Ze eet nooit ander snoep. Dat weet iedereen.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">Toen we weer buiten stonden, vervolgde hij:</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Besef je eigenlijk aan wat voor vrouw ik je ga voorstellen? Denk vooral niet dat ze een hertogin is. Ze is gewoon een onderhouden vrouw &#8212; en wel het volmaakte voorbeeld daarvan, mijn beste. Houd je dus niet in en zeg alles wat in je opkomt.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Goed, goed,&#8221; stamelde ik.</p><p style="text-align: justify;">Ik volgde hem en hield mezelf voor dat ik nu wel van mijn verliefdheid genezen zou worden.</p><p style="text-align: justify;">Toen ik de loge binnenging, lachte Marguerite uitbundig.</p><p style="text-align: justify;">Ik had gewild dat ze verdrietig was.</p><p style="text-align: justify;">Mijn vriend stelde me voor. Marguerite boog haar hoofd heel licht en vroeg:</p><p style="text-align: justify;">&#8220;En mijn snoep?&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Hier is het.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">Terwijl zij het aannam, keek ze mij aan. Ik sloeg mijn ogen neer en bloosde.</p><p style="text-align: justify;">Ze boog zich naar het oor van haar buurvrouw, fluisterde haar iets toe en allebei barstten ze in lachen uit.</p><p style="text-align: justify;">Ik was zonder enige twijfel de oorzaak van hun vrolijkheid. Mijn verlegenheid werd er alleen maar groter door.</p><p style="text-align: justify;">In die tijd had ik een verhouding met een eenvoudig burgermeisje, dat bijzonder lief en sentimenteel was. Haar gevoelens en haar melancholische brieven maakten mij aan het lachen. Door de pijn die ik zelf op dat ogenblik voelde, begreep ik hoeveel pijn ik haar moest hebben gedaan. Vijf minuten lang hield ik meer van haar dan iemand ooit van een vrouw heeft gehouden.</p><p style="text-align: justify;">Marguerite at haar druiven zonder nog enige aandacht aan mij te schenken.</p><p style="text-align: justify;">De vriend die mij had voorgesteld, wilde me niet in deze belachelijke situatie laten zitten.</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Marguerite,&#8221; zei hij, &#8220;u moet niet verbaasd zijn dat meneer Duval niets zegt. U brengt hem zo van zijn stuk dat hij geen woord meer kan uitbrengen.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Ik denk eerder dat meneer alleen maar met u is meegekomen omdat u geen zin had hier in uw eentje naartoe te gaan.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Wanneer dat waar was,&#8221; antwoordde ik, &#8220;zou ik Ernest niet hebben gevraagd u eerst toestemming te vragen mij voor te stellen.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Misschien was dat alleen maar een manier om het fatale ogenblik uit te stellen.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">Wie enige tijd heeft doorgebracht met vrouwen van Marguerites soort, weet hoeveel plezier zij eraan beleven zich op een geforceerde manier geestig voor te doen en mensen te plagen die zij voor het eerst ontmoeten. Waarschijnlijk nemen zij zo wraak voor de vernederingen die zij vaak moeten ondergaan van de mensen die zij dagelijks zien.</p><p style="text-align: justify;">Om hun goed van repliek te dienen, moet je enigszins vertrouwd zijn met hun wereld. Die ervaring had ik niet. Bovendien zorgde het beeld dat ik mij van Marguerite had gevormd ervoor dat ik haar grap erger opvatte dan zij misschien bedoeld was.</p><p style="text-align: justify;">Niets wat deze vrouw deed, was mij onverschillig. Daarom stond ik op en zei met een verandering in mijn stem die ik niet helemaal kon verbergen:</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Wanneer u zo over mij denkt, mevrouw, kan ik alleen nog mijn excuses aanbieden voor mijn vrijpostigheid en afscheid van u nemen. Ik verzeker u dat het niet opnieuw zal gebeuren.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">Ik maakte een buiging en vertrok.</p><p style="text-align: justify;">Nauwelijks had ik de deur achter mij gesloten of ik hoorde voor de derde keer een uitbarsting van gelach.</p><p style="text-align: justify;">Op dat ogenblik had ik graag gewild dat iemand tegen mij opbotste, zodat ik mijn woede op hem kon afreageren.</p><p style="text-align: justify;">Ik keerde naar mijn zitplaats terug.</p><p style="text-align: justify;">Er werd een teken gegeven dat het doek zou opgaan.</p><p style="text-align: justify;">Ernest kwam weer naast me zitten.</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Je pakt de zaken wel grondig aan,&#8221; zei hij. &#8220;Ze denken dat je gek bent.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Wat zei Marguerite nadat ik was weggegaan?&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Ze lachte en verzekerde me dat ze nog nooit iemand had gezien die zo grappig was als jij. Maar je moet je niet meteen verslagen voelen. Je moet zulke meisjes alleen niet de eer aandoen hen serieus te nemen. Ze weten niet wat elegantie of beleefdheid is. Het zijn net honden die met parfum worden besprenkeld: ze vinden dat het stinkt en gaan zich vervolgens in de goot rollen.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Wat kan mij dat eigenlijk schelen?&#8221; zei ik, terwijl ik probeerde onverschillig te klinken. &#8220;Ik zie die vrouw nooit meer terug. Voordat ik haar kende, vond ik haar aantrekkelijk, maar nu ik haar ken, is dat volledig veranderd.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Ach, ik sluit niet uit dat ik je op een dag achter in haar loge zie zitten en hoor vertellen dat je jezelf voor haar ru&#239;neert. En dan heb je nog gelijk ook. Ze is slecht opgevoed, maar ze zou een mooie minnares zijn.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">Gelukkig ging het doek open en zweeg mijn vriend.</p><p style="text-align: justify;">Ik zou u onmogelijk kunnen vertellen wat er werd opgevoerd. Het enige wat ik me herinner, is dat ik van tijd tot tijd naar de loge keek die ik zo overhaast had verlaten. Elk ogenblik verschenen daar weer nieuwe bezoekers.</p><p style="text-align: justify;">Ik dacht dus bepaald niet minder aan Marguerite. Er maakte zich juist een ander gevoel van mij meester. Ik vond dat ik haar belediging en mijn belachelijke optreden moest uitwissen. Ik zei tegen mezelf dat ik dat meisje zou krijgen, al moest ik er alles voor uitgeven wat ik bezat. Dan zou ik met recht de plaats innemen die ik zo haastig had verlaten.</p><p style="text-align: justify;">Voordat de voorstelling was afgelopen, verlieten Marguerite en haar vriendin hun loge.</p><p style="text-align: justify;">Tegen mijn wil stond ook ik op.</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Ga je weg?&#8221; vroeg Ernest.</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Ja.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Waarom?&#8221;</p><p style="text-align: justify;">Op dat ogenblik zag hij dat de loge leeg was.</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Ga maar,&#8221; zei hij. &#8220;Veel geluk &#8212; of liever gezegd: meer geluk dan daarnet.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">Ik ging naar buiten.</p><p style="text-align: justify;">Op de trap hoorde ik het geritsel van japonnen en het geluid van stemmen. Ik ging opzij staan en zag de twee vrouwen en de twee jonge mannen die hen vergezelden voorbijkomen, zonder dat zij mij opmerkten.</p><p style="text-align: justify;">Onder de zuilengang van het theater kwam een jonge bediende naar hen toe.</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Zeg tegen de koetsier dat hij bij de ingang van Caf&#233; Anglais moet wachten,&#8221; zei Marguerite. &#8220;We lopen erheen.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">Enkele minuten later liep ik over de boulevard. In een van de grote priv&#233;salons van het restaurant zag ik Marguerite bij het raam op het balkon leunen. Ze trok een voor een de bloemblaadjes van de camelia&#8217;s uit haar boeket.</p><p style="text-align: justify;">Een van de twee mannen boog zich over haar schouder en fluisterde tegen haar.</p><p style="text-align: justify;">Ik ging in de salons op de eerste verdieping van Maison d&#8217;Or zitten en hield het bewuste raam voortdurend in het oog.</p><p style="text-align: justify;">Om &#233;&#233;n uur &#8217;s nachts stapte Marguerite met haar drie vrienden weer in haar rijtuig.</p><p style="text-align: justify;">Ik nam een cabriolet en volgde haar.</p><p style="text-align: justify;">Het rijtuig hield stil voor nummer 9 in de rue d&#8217;Antin.</p><p style="text-align: justify;">Marguerite stapte uit en ging alleen haar woning binnen.</p><p style="text-align: justify;">Waarschijnlijk was dat puur toeval, maar het maakte me bijzonder gelukkig.</p><p style="text-align: justify;">Vanaf die dag kwam ik Marguerite vaak tegen in het theater en op de Champs-&#201;lys&#233;es. Bij haar zag ik altijd dezelfde vrolijkheid; zelf voelde ik steeds dezelfde ontroering.</p><p style="text-align: justify;">Toch gingen er vijftien dagen voorbij zonder dat ik haar ergens zag. Toen ik Gaston ontmoette, vroeg ik hem hoe het met haar ging.</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Het arme meisje is ernstig ziek,&#8221; antwoordde hij.</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Wat mankeert haar?&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Ze heeft tuberculose. En omdat ze een leven leidt dat haar herstel bepaald niet bevordert, ligt ze in bed en is ze stervende.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">Het hart is vreemd: ik was bijna blij met haar ziekte.</p><p style="text-align: justify;">Ik ging iedere dag informeren hoe het met haar ging, zonder mijn naam in het bezoekersregister te zetten of mijn kaartje achter te laten. Zo hoorde ik dat zij herstelde en vervolgens naar Bagn&#232;res vertrok.</p><p style="text-align: justify;">Daarna verstreek de tijd. De indruk die zij op mij had gemaakt leek, zo niet de herinnering zelf, langzamerhand uit mijn gedachten te verdwijnen. Ik reisde. Andere relaties, gewoonten en werkzaamheden namen de plaats van die ene gedachte in.</p><p style="text-align: justify;">Wanneer ik nog aan dit eerste avontuur terugdacht, wilde ik er slechts een van die hartstochten in zien die je hebt wanneer je heel jong bent en waar je korte tijd later om lacht.</p><p style="text-align: justify;">Overigens was het geen bijzondere verdienste dat ik die herinnering had overwonnen. Sinds haar vertrek had ik Marguerite immers niet meer gezien. Zoals ik u vertelde, herkende ik haar niet toen zij in de gang van het Th&#233;&#226;tre des Vari&#233;t&#233;s langs mij liep.</p><p style="text-align: justify;">Ze droeg weliswaar een sluier, maar twee jaar eerder zou ik haar ook met een sluier niet hebben hoeven zien om haar te herkennen: ik zou haar aanwezigheid hebben aangevoeld.</p><p style="text-align: justify;">Dat verhinderde echter niet dat mijn hart opnieuw begon te kloppen toen ik hoorde dat zij het was. De twee jaren waarin ik haar niet had gezien en alles wat die scheiding bij mij teweeg leek te hebben gebracht, vervlogen als rook bij de enkele aanraking van haar japon.&#8217;</p><h2>Hoofdstuk VIII</h2><p style="text-align: justify;">&#8216;Toch,&#8217; vervolgde Armand na een korte stilte, &#8216;hoewel ik besefte dat ik nog steeds verliefd was, voelde ik me sterker dan vroeger. In mijn verlangen Marguerite opnieuw te ontmoeten lag ook de wil haar te laten zien dat ik haar de baas was geworden.</p><p style="text-align: justify;">Wat bewandelt het hart toch veel wegen, en wat verzint het veel redenen om uiteindelijk te bereiken wat het wil!</p><p style="text-align: justify;">Ik kon daarom niet lang in de gangen blijven. Ik ging terug naar mijn plaats in de parterre en wierp snel een blik door de zaal om te zien in welke loge zij zat.</p><p style="text-align: justify;">Ze zat helemaal alleen in een zijloge vlak naast het toneel, op de begane grond. Zoals ik u al vertelde, was ze veranderd. De onverschillige glimlach die vroeger om haar mond lag, was verdwenen. Ze had geleden en leed nog altijd.</p><p style="text-align: justify;">Hoewel het al april was, was ze nog als in de winter gekleed en van top tot teen in fluweel gehuld.</p><p style="text-align: justify;">Ik bleef haar zo hardnekkig aankijken dat zij mijn blik opmerkte.</p><p style="text-align: justify;">Ze bekeek me enkele ogenblikken en pakte daarna haar toneelkijker om mij beter te kunnen zien. Waarschijnlijk meende ze mij te herkennen zonder zich precies te kunnen herinneren wie ik was. Toen ze de kijker weer liet zakken, speelde er een glimlach om haar lippen &#8212; die charmante groet van vrouwen &#8212; als antwoord op de groet die ze blijkbaar van mij verwachtte.</p><p style="text-align: justify;">Maar ik groette niet terug. Ik wilde de overhand krijgen en doen alsof ik haar vergeten was, terwijl zij zich mij nog herinnerde.</p><p style="text-align: justify;">Ze dacht dat ze zich had vergist en wendde haar hoofd af.</p><p style="text-align: justify;">Het doek ging open.</p><p style="text-align: justify;">Ik heb Marguerite vaak in het theater gezien, maar nooit heb ik haar ook maar de geringste aandacht zien schenken aan wat er op het toneel gebeurde.</p><p style="text-align: justify;">Zelf interesseerde de voorstelling mij evenmin. Ik hield me alleen met haar bezig, maar deed mijn uiterste best om te voorkomen dat ze het merkte.</p><p style="text-align: justify;">Ik zag dat zij blikken uitwisselde met degene die in de loge tegenover haar zat. Toen ik naar die loge keek, herkende ik daar een vrouw met wie ik tamelijk goed bekend was.</p><p style="text-align: justify;">Het was een voormalige onderhouden vrouw. Ze had geprobeerd op het toneel carri&#232;re te maken, maar was daarin niet geslaagd. Omdat zij kon rekenen op haar contacten met de elegante vrouwen van Parijs, was ze vervolgens de handel ingegaan en had ze een modezaak geopend.</p><p style="text-align: justify;">Ik zag in haar een middel om opnieuw met Marguerite in contact te komen. Toen ze in mijn richting keek, maakte ik met mijn hand en mijn ogen een gebaar om haar goedenavond te wensen.</p><p style="text-align: justify;">Wat ik had voorzien, gebeurde: ze wenkte mij naar haar loge.</p><p style="text-align: justify;">Prudence Duvernoy &#8212; dat was de fraaie naam van de modehandelaarster &#8212; was een van die forse vrouwen van rond de veertig bij wie je niet veel diplomatie nodig hebt om te horen te krijgen wat je wilt weten, vooral wanneer het zoiets eenvoudigs betreft als wat ik haar wilde vragen.</p><p style="text-align: justify;">Toen ze opnieuw blikken met Marguerite begon uit te wisselen, vroeg ik haar:</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Wie bekijkt u zo aandachtig?&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Marguerite Gautier.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;U kent haar?&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Ja. Ze is klant bij mij en bovendien mijn buurvrouw.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;U woont dus in de rue d&#8217;Antin?&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Op nummer 7. Het raam van haar kleedkamer ligt tegenover het raam van de mijne.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Men zegt dat ze een bijzonder aantrekkelijke vrouw is.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;U kent haar niet?&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Nee, maar ik zou haar graag leren kennen.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Zal ik haar vragen naar onze loge te komen?&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Nee, ik heb liever dat u mij aan haar voorstelt.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Bij haar thuis?&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Ja.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Dat is moeilijker.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Waarom?&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Omdat ze wordt beschermd door een heel jaloerse oude hertog.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;&#8216;Beschermd&#8217; is een mooi woord.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Ja, beschermd,&#8221; herhaalde Prudence. &#8220;De arme oude man zou er grote moeite mee hebben werkelijk haar minnaar te zijn.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">Prudence vertelde mij vervolgens hoe Marguerite in Bagn&#232;res kennis met de hertog had gemaakt.</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Daarom zit ze hier dus alleen,&#8221; zei ik.</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Precies.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Maar wie brengt haar naar huis?&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Hij.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Komt hij haar zo ophalen?&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Over een ogenblik.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;En wie brengt u naar huis?&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Niemand.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Ik bied mij aan.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Maar volgens mij bent u hier met een vriend.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Dan bieden wij ons allebei aan.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Wat voor iemand is uw vriend?&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Een buitengewoon aardige en geestige jongeman, die het heerlijk zal vinden met u kennis te maken.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Goed, dan is het afgesproken. Na dit stuk vertrekken we met z&#8217;n vieren, want het laatste stuk ken ik al.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Met plezier. Ik ga het mijn vriend vertellen.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Ga maar.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Ah!&#8221; zei Prudence toen ik op het punt stond de loge te verlaten. &#8220;Daar komt de hertog de loge van Marguerite binnen.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">Ik keek.</p><p style="text-align: justify;">Een man van zeventig ging achter de jonge vrouw zitten en gaf haar een zakje snoep. Glimlachend pakte zij er onmiddellijk iets uit. Daarna hield ze het zakje naar de voorkant van haar loge en maakte een gebaar naar Prudence dat zoveel betekende als:</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Wilt u ook?&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Nee,&#8221; gebaarde Prudence.</p><p style="text-align: justify;">Marguerite trok het zakje weer terug, draaide zich om en begon met de hertog te praten.</p><p style="text-align: justify;">Het klinkt misschien kinderachtig dat ik al deze bijzonderheden vertel, maar alles wat met dat meisje te maken had staat zo scherp in mijn geheugen gegrift dat ik niet kan nalaten het nu opnieuw te beleven.</p><p style="text-align: justify;">Ik ging naar beneden om Gaston te vertellen wat ik voor ons beiden had geregeld.</p><p style="text-align: justify;">Hij stemde onmiddellijk toe.</p><p style="text-align: justify;">We verlieten onze plaatsen in de parterre en gingen naar de loge van mevrouw Duvernoy. Nauwelijks hadden we de deur naar de zaal geopend of we moesten blijven staan om Marguerite en de hertog, die het theater verlieten, door te laten.</p><p style="text-align: justify;">Ik zou tien jaar van mijn leven hebben gegeven om in de plaats van die oude man te zijn.</p><p style="text-align: justify;">Op de boulevard hielp hij haar in een open rijtuig dat hij zelf bestuurde. Een ogenblik later verdwenen zij, voortgetrokken door twee prachtige paarden.</p><p style="text-align: justify;">Wij gingen de loge van Prudence binnen.</p><p style="text-align: justify;">Toen het toneelstuk was afgelopen, namen we beneden een eenvoudige huurkoets, die ons naar nummer 7 in de rue d&#8217;Antin bracht. Bij de deur van haar woning nodigde Prudence ons uit mee naar boven te gaan om haar modezaak te bekijken. We waren daar nog nooit geweest en zij was er duidelijk bijzonder trots op.</p><p style="text-align: justify;">U begrijpt met hoeveel gretigheid ik haar uitnodiging aannam.</p><p style="text-align: justify;">Het leek mij alsof ik stap voor stap dichter bij Marguerite kwam. Al snel bracht ik het gesprek opnieuw op haar.</p><p style="text-align: justify;">&#8220;De oude hertog is zeker bij uw buurvrouw,&#8221; zei ik tegen Prudence.</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Nee, ze zal nu wel alleen zijn.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Maar dan moet ze zich verschrikkelijk vervelen,&#8221; zei Gaston.</p><p style="text-align: justify;">&#8220;We brengen bijna iedere avond samen door. Wanneer zij thuiskomt, roept ze me meestal. Ze gaat nooit v&#243;&#243;r twee uur &#8217;s nachts naar bed. Ze kan eerder niet slapen.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Waarom niet?&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Omdat ze iets aan haar longen heeft en bijna altijd koorts.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Heeft ze geen minnaars?&#8221; vroeg ik.</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Ik zie nooit iemand bij haar blijven wanneer ik vertrek. Maar ik kan er natuurlijk niet voor instaan dat er niemand komt nadat ik weg ben. &#8217;s Avonds tref ik bij haar vaak een zekere graaf de N&#8230; aan. Hij denkt dat hij meer kans bij haar maakt wanneer hij om elf uur &#8217;s avonds op bezoek komt en haar zoveel juwelen stuurt als ze maar wil. Maar ze kan hem niet uitstaan.</p><p style="text-align: justify;">Dat is dom van haar, want hij is bijzonder rijk. Ik zeg haar vaak genoeg: &#8216;Mijn lieve kind, dat is nu precies de man die je nodig hebt!&#8217; Meestal luistert ze wel naar mij, maar wanneer ik dit zeg draait ze me haar rug toe en antwoordt ze dat hij te dom is.</p><p style="text-align: justify;">Dat hij dom is, geef ik toe. Maar hij zou haar tenminste een zekere positie kunnen bezorgen. Die oude hertog kan van de ene op de andere dag sterven. Oude mannen zijn ego&#239;stisch, en zijn familie maakt hem voortdurend verwijten over zijn genegenheid voor Marguerite. Dat zijn al twee redenen waarom hij haar waarschijnlijk niets zal nalaten.</p><p style="text-align: justify;">Ik probeer haar tot verstandig gedrag te bewegen, maar zij antwoordt dat er na de dood van de hertog nog tijd genoeg zal zijn om de graaf te nemen.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Het is trouwens niet altijd even plezierig,&#8221; vervolgde Prudence, &#8220;om te leven zoals zij leeft. Ik weet heel goed dat zoiets niets voor mij zou zijn. Ik zou die oude man al snel de deur wijzen.</p><p style="text-align: justify;">Hij is vreselijk saai. Hij noemt haar zijn dochter, verzorgt haar als een kind en loopt haar voortdurend achterna. Ik weet bijna zeker dat op dit ogenblik een van zijn bedienden door de straat rondhangt om te kijken wie er naar buiten komt en vooral wie er naar binnen gaat.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Ach, arme Marguerite!&#8221; zei Gaston.</p><p style="text-align: justify;">Hij ging achter de piano zitten en begon een wals te spelen.</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Ik wist daar niets van. De laatste tijd vond ik haar inderdaad minder opgewekt dan vroeger.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Stil!&#8221; zei Prudence terwijl ze haar hoofd schuin hield om te luisteren.</p><p style="text-align: justify;">Gaston hield op met spelen.</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Volgens mij roept ze me.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">We luisterden.</p><p style="text-align: justify;">Inderdaad hoorden we een stem die Prudence riep.</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Vooruit, heren, jullie moeten vertrekken,&#8221; zei mevrouw Duvernoy.</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Dus zo vat u gastvrijheid op?&#8221; zei Gaston lachend. &#8220;We vertrekken wanneer het ons uitkomt.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Waarom zouden we eigenlijk weggaan?&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Omdat ik naar Marguerite ga.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Dan wachten we hier.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Dat kan niet.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Dan gaan we met u mee.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Dat kan nog minder.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Ik ken Marguerite,&#8221; zei Gaston. &#8220;Ik mag haar toch wel een bezoek brengen?&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Maar Armand kent haar niet.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Dan stel ik hem voor.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Dat is onmogelijk.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">Opnieuw hoorden we Marguerites stem, die Prudence bleef roepen.</p><p style="text-align: justify;">Prudence rende naar haar kleedkamer. Gaston en ik volgden haar. Ze opende het raam.</p><p style="text-align: justify;">Wij verborgen ons zo dat we van buitenaf niet zichtbaar waren.</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Ik roep u al tien minuten!&#8221; zei Marguerite vanuit haar raam, op een bijna bevelende toon.</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Wat wilt u?&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;U moet onmiddellijk hierheen komen.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Waarom?&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Omdat graaf de N&#8230; er nog altijd is en mij doodverveelt.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Ik kan nu niet komen.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Waarom niet?&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Ik heb twee jonge mannen op bezoek die weigeren weg te gaan.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Zeg dat u uit moet.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Dat heb ik al gezegd.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Laat ze dan gewoon in uw huis achter. Zodra ze zien dat u weg bent, zullen ze vanzelf vertrekken.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Nadat ze alles overhoop hebben gehaald!&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Wat willen ze dan?&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Ze willen u zien.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Hoe heten ze?&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Een van hen kent u: meneer Gaston R&#8230;&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Ach ja, die ken ik. En de andere?&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Meneer Armand Duval. Hem kent u niet.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Nee, maar breng ze toch maar mee. Alles is beter dan die graaf. Ik wacht op u, dus kom snel.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">Marguerite sloot haar raam. Prudence deed hetzelfde.</p><p style="text-align: justify;">Marguerite had zich mijn gezicht heel even herinnerd, maar mijn naam was haar ontschoten. Ik had liever gehad dat zij zich iets ongunstigs over mij herinnerde dan dat zij mij zo volledig was vergeten.</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Ik wist wel dat ze het heerlijk zou vinden ons te zien,&#8221; zei Gaston.</p><p style="text-align: justify;">&#8220;&#8216;Heerlijk&#8217; is niet bepaald het juiste woord,&#8221; antwoordde Prudence terwijl ze haar hoed opzette en haar omslagdoek omdeed. &#8220;Ze ontvangt jullie om de graaf weg te krijgen. Zorg dus dat jullie aangenamer gezelschap zijn dan hij. Anders ken ik Marguerite goed genoeg om te weten dat ze mij er de schuld van zal geven.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">We volgden Prudence naar beneden.</p><p style="text-align: justify;">Ik beefde. Het voelde alsof dit bezoek een beslissende invloed op mijn leven zou hebben.</p><p style="text-align: justify;">Ik was nog zenuwachtiger dan op de avond waarop ik in de loge van de Op&#233;ra-Comique aan haar was voorgesteld.</p><p style="text-align: justify;">Toen we bij de deur kwamen van het appartement dat u inmiddels kent, bonsde mijn hart zo hevig dat ik nauwelijks nog helder kon denken.</p><p style="text-align: justify;">Enkele pianoklanken drongen tot ons door.</p><p style="text-align: justify;">Prudence belde aan.</p><p style="text-align: justify;">De muziek hield op.</p><p style="text-align: justify;">Een vrouw die eerder op een gezelschapsdame dan op een dienstmeisje leek, opende de deur.</p><p style="text-align: justify;">We liepen door de salon naar het boudoir, dat er toen precies zo uitzag als u het later hebt gezien.</p><p style="text-align: justify;">Een jonge man leunde tegen de schoorsteenmantel.</p><p style="text-align: justify;">Marguerite zat achter de piano. Ze liet haar vingers over de toetsen glijden en begon telkens aan een muziekstuk zonder het ooit af te maken.</p><p style="text-align: justify;">Alles aan het tafereel ademde verveling. Bij de man kwam die voort uit het ongemak van zijn eigen nietszeggendheid; bij de vrouw uit het bezoek van deze sombere figuur.</p><p style="text-align: justify;">Toen ze de stem van Prudence hoorde, stond Marguerite op. Ze wierp mevrouw Duvernoy een dankbare blik toe, kwam naar ons toe en zei:</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Heren, komt u binnen. U bent van harte welkom.&#8221;&#8217;</p><h2>Hoofdstuk IX</h2><p style="text-align: justify;">&#8220;Goedenavond, beste Gaston,&#8221; zei Marguerite tegen mijn metgezel. &#8220;Ik ben blij u te zien. Waarom bent u in het Th&#233;&#226;tre des Vari&#233;t&#233;s niet naar mijn loge gekomen?&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Ik was bang dat ik me zou opdringen.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Vrienden&#8221; &#8212; Marguerite legde nadruk op dat woord, alsof ze iedereen wilde laten begrijpen dat Gaston, ondanks de vertrouwelijke manier waarop zij hem ontving, niets meer dan een vriend was en dat ook altijd was geweest &#8212; &#8220;vrienden dringen zich nooit op.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Dan geeft u mij toestemming meneer Armand Duval aan u voor te stellen?&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Ik had Prudence al toestemming gegeven dat te doen.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Overigens, mevrouw,&#8221; zei ik, terwijl ik boog en erin slaagde enkele min of meer verstaanbare klanken voort te brengen, &#8220;heb ik al eerder de eer gehad aan u te worden voorgesteld.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">Marguerites betoverende ogen leken haar geheugen te doorzoeken, maar ze herinnerde zich niets &#8212; of deed alsof.</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Mevrouw,&#8221; vervolgde ik, &#8220;ik ben u dankbaar dat u onze eerste kennismaking bent vergeten. Ik gedroeg me toen bijzonder belachelijk en moet u verschrikkelijk saai hebben geleken. Het was twee jaar geleden, in de Op&#233;ra-Comique. Ik was daar met Ernest de&#8230;&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Ach, nu herinner ik het me!&#8221; antwoordde Marguerite glimlachend. &#8220;U was niet degene die zich belachelijk gedroeg. Ik was degene die u plaagde. Dat doe ik nog steeds een beetje, maar minder dan vroeger. Hebt u het me vergeven, meneer?&#8221;</p><p style="text-align: justify;">Ze stak mij haar hand toe, die ik kuste.</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Het is waar,&#8221; vervolgde ze. &#8220;Ik heb de slechte gewoonte mensen die ik voor het eerst ontmoet in verlegenheid te willen brengen. Dat is heel dom. Volgens mijn arts komt het doordat ik zenuwachtig ben en voortdurend iets mankeer. U moet mijn arts maar geloven.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Maar u ziet er bijzonder gezond uit.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;O, ik ben heel ziek geweest.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Dat weet ik.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Wie heeft u dat verteld?&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Iedereen wist het. Ik ben vaak naar uw gezondheid komen informeren en hoorde tot mijn vreugde dat u herstelde.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Men heeft mij nooit uw kaartje gegeven.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Dat heb ik ook nooit achtergelaten.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Bent u dan die jonge man die tijdens mijn ziekte iedere dag naar mij kwam informeren, maar nooit zijn naam wilde noemen?&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Dat ben ik.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Dan bent u niet alleen vergevensgezind, maar ook grootmoedig. Dat zou u niet hebben gedaan, graaf,&#8221; voegde ze eraan toe, terwijl ze zich naar graaf de N&#8230; omdraaide en mij een van die blikken toewierp waarmee vrouwen hun oordeel over een man afronden.</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Ik ken u pas twee maanden,&#8221; antwoordde de graaf.</p><p style="text-align: justify;">&#8220;En deze meneer kent mij pas vijf minuten. U antwoordt altijd met onzin.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">Vrouwen zijn meedogenloos tegenover mensen van wie ze niet houden.</p><p style="text-align: justify;">De graaf bloosde en beet op zijn lippen.</p><p style="text-align: justify;">Ik kreeg medelijden met hem. Hij leek net als ik verliefd te zijn, en Marguerites harde openhartigheid moest hem bijzonder ongelukkig maken, vooral in het bijzijn van twee vreemden.</p><p style="text-align: justify;">&#8220;U was aan het musiceren toen wij binnenkwamen,&#8221; zei ik om het gesprek een andere richting te geven. &#8220;Wilt u mij als een oude bekende behandelen en voor ons verder spelen?&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;O!&#8221; zei ze, terwijl ze zich op de bank liet vallen en ons gebaarde naast haar plaats te nemen. &#8220;Gaston weet heel goed wat voor muziek ik maak. Dat gaat nog wanneer ik alleen met de graaf ben, maar ik zou u zo&#8217;n marteling niet willen aandoen.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Gunt u mij werkelijk die voorkeursbehandeling?&#8221; antwoordde graaf de N&#8230; met een glimlach die hij geestig en ironisch probeerde te laten lijken.</p><p style="text-align: justify;">&#8220;U moet me die niet verwijten. Het is de enige voorkeur die u van mij krijgt.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">Het leek wel vast te staan dat de arme jongen geen enkel verstandig woord zou uitbrengen. Hij wierp de jonge vrouw een werkelijk smekende blik toe.</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Zeg eens, Prudence,&#8221; vervolgde ze, &#8220;hebt u gedaan wat ik u had gevraagd?&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Ja.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Mooi. U vertelt me er later over. Wij moeten met elkaar praten, dus u gaat niet weg voordat ik u heb gesproken.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Wij dringen ons blijkbaar op,&#8221; zei ik. &#8220;Nu wij &#8212; of beter gezegd ik &#8212; een tweede keer aan u zijn voorgesteld, zodat u onze eerste kennismaking kunt vergeten, zullen Gaston en ik maar vertrekken.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Volstrekt niet. Ik had het niet over u. Ik wil juist dat u blijft.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">De graaf haalde een zeer elegant horloge tevoorschijn en keek hoe laat het was.</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Het wordt tijd dat ik naar de club ga,&#8221; zei hij.</p><p style="text-align: justify;">Marguerite antwoordde niet.</p><p style="text-align: justify;">De graaf verliet zijn plaats bij de schoorsteen en liep naar haar toe.</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Vaarwel, mevrouw.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">Marguerite stond op.</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Vaarwel, beste graaf. Gaat u nu al weg?&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Ja. Ik ben bang dat ik u verveel.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;U verveelt mij vandaag niet meer dan op andere dagen. Wanneer zien we u weer?&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Wanneer u het toestaat.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Tot ziens dan!&#8221;</p><p style="text-align: justify;">Dat was wreed, dat zult u toegeven.</p><p style="text-align: justify;">Gelukkig was de graaf bijzonder goed opgevoed en bezat hij een uitstekend karakter. Hij stelde zich tevreden met het kussen van de hand die Marguerite hem nogal achteloos toestak. Daarna groette hij ons en liep naar buiten.</p><p style="text-align: justify;">Toen hij door de deur ging, keek hij Prudence aan.</p><p style="text-align: justify;">Zij haalde haar schouders op met een gebaar dat betekende:</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Wat wilt u? Ik heb alles gedaan wat ik kon.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Nanine!&#8221; riep Marguerite. &#8220;Doe meneer de graaf uitgeleide.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">We hoorden de deur opengaan en weer dichtvallen.</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Eindelijk!&#8221; riep Marguerite toen ze terugkwam. &#8220;Die man werkt me verschrikkelijk op de zenuwen.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Mijn lieve kind,&#8221; zei Prudence, &#8220;u bent werkelijk veel te onaardig tegen hem, terwijl hij zo goed en attent voor u is. Kijk, daar op uw schoorsteenmantel ligt alweer een horloge dat hij u heeft gegeven. Het heeft hem minstens duizend &#233;cu&#8217;s gekost, daar ben ik zeker van.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">Mevrouw Duvernoy was naar de schoorsteenmantel gelopen. Ze speelde met het sieraad waarover ze sprak en keek er met onverholen begeerte naar.</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Mijn beste,&#8221; zei Marguerite terwijl ze achter de piano ging zitten, &#8220;wanneer ik aan de ene kant leg wat hij me geeft en aan de andere kant wat hij allemaal zegt, vind ik dat ik hem zijn bezoeken nog voor een spotprijs gun.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Die arme jongen is verliefd op u.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Wanneer ik naar alle mannen moest luisteren die verliefd op mij zijn, zou ik niet eens tijd hebben om te eten.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">Ze liet haar vingers over de pianotoetsen glijden, draaide zich daarna naar ons om en vroeg:</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Willen jullie iets gebruiken? Ik zou wel wat punch lusten.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;En ik zou wel wat kip lusten,&#8221; zei Prudence. &#8220;Zullen we souperen?&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Uitstekend, laten we gaan eten,&#8221; zei Gaston.</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Nee, we eten hier.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">Ze belde. Nanine verscheen.</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Laat iets te eten halen.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Wat moet ik bestellen?&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Wat je maar wilt, maar vlug. Onmiddellijk.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">Nanine ging weg.</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Ja!&#8221; zei Marguerite, terwijl ze als een kind opsprong. &#8220;We gaan eten! Wat is die idioot van een graaf toch vervelend!&#8221;</p><p style="text-align: justify;">Hoe langer ik deze vrouw bekeek, hoe meer zij mij betoverde. Ze was verrukkelijk mooi. Zelfs haar magerte maakte haar gracieus.</p><p style="text-align: justify;">Ik kon mijn ogen niet van haar afhouden.</p><p style="text-align: justify;">Wat er in mij gebeurde, kan ik nauwelijks verklaren. Ik voelde niets dan vergevingsgezindheid tegenover haar leven en bewondering voor haar schoonheid. Het bewijs van onbaatzuchtigheid dat zij leverde door een jonge, elegante en rijke man af te wijzen die bereid was zich voor haar te ru&#239;neren, maakte in mijn ogen al haar vroegere fouten goed.</p><p style="text-align: justify;">Er was iets oprechts en onschuldigs in deze vrouw.</p><p style="text-align: justify;">Je kon zien dat zelfs haar verdorvenheid nog iets maagdelijks had. Haar zelfverzekerde tred, haar soepele gestalte, haar roze, enigszins geopende neusvleugels en haar grote ogen, waarlangs een lichte blauwe schaduw liep, wezen op een van die hartstochtelijke naturen die een geur van zinnelijkheid om zich heen verspreiden. Ze deed denken aan die oosterse flesjes die, hoe goed ze ook zijn afgesloten, toch iets van de geur laten ontsnappen van de vloeistof die ze bevatten.</p><p style="text-align: justify;">Misschien kwam het door haar aard of misschien door haar ziekte, maar van tijd tot tijd flitste er een verlangen door haar ogen. Wanneer dat verlangen zich volledig had kunnen ontplooien, zou het voor de man van wie zij hield een openbaring uit de hemel zijn geweest. Maar de mannen die van Marguerite hadden gehouden, waren niet meer te tellen; de mannen van wie zij zelf had gehouden, hoefde men nog niet te tellen.</p><p style="text-align: justify;">Kortom, in dit meisje herkende je de maagd die door een kleinigheid courtisane was geworden en de courtisane die door een kleinigheid weer de meest verliefde en zuivere maagd had kunnen worden. Er leefden nog trots en onafhankelijkheid in Marguerite: twee gevoelens die, wanneer zij gekrenkt worden, dezelfde uitwerking kunnen hebben als zedigheid.</p><p style="text-align: justify;">Ik zei niets. Het leek alsof mijn hele ziel in mijn hart was overgegaan en mijn hart in mijn ogen.</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Dus,&#8221; begon ze plotseling weer, &#8220;u was degene die tijdens mijn ziekte naar mijn gezondheid kwam informeren?&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Ja.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Weet u dat ik dat bijzonder mooi van u vind? Wat kan ik doen om u te bedanken?&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Mij toestaan u van tijd tot tijd te komen bezoeken.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Zo vaak u maar wilt. Tussen vijf en zes uur, of tussen elf uur en middernacht. Zeg, Gaston, speel voor mij eens Webers<span> Uitnodiging tot de dans</span>.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Waarom?&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Om mij een plezier te doen, om te beginnen. En bovendien omdat het mij niet lukt het stuk zelf te spelen.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Waar loopt u dan op vast?&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Het derde deel, de passage met de kruisen.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">Gaston stond op, ging achter de piano zitten en begon Webers prachtige melodie te spelen. De bladmuziek stond open op de lessenaar.</p><p style="text-align: justify;">Marguerite leunde met &#233;&#233;n hand op de piano en volgde iedere noot met haar ogen. Zachtjes neuriede ze mee. Toen Gaston bij de passage kwam die zij had aangewezen, bewoog ze haar vingers over de kast van de piano en zong:</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Re, mi, re, do, re, fa, mi, re. Dat is wat mij niet lukt. Doe het nog eens.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">Gaston begon opnieuw. Daarna zei Marguerite:</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Laat mij het nu proberen.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">Ze nam zijn plaats in en begon te spelen. Maar haar weerspannige vingers gingen steeds weer de mist in bij een van de noten die ze zojuist had genoemd.</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Is het niet ongelooflijk,&#8221; zei ze met de oprechte intonatie van een kind, &#8220;dat ik deze passage maar niet kan spelen? Kunt u geloven dat ik hier soms tot twee uur &#8217;s nachts op zit te oefenen? En wanneer ik dan bedenk dat die idioot van een graaf het hele stuk uit zijn hoofd en ook nog eens prachtig speelt, word ik pas echt woedend op hem, geloof ik.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">Ze begon opnieuw, met precies hetzelfde resultaat.</p><p style="text-align: justify;">&#8220;De duivel hale Weber, de muziek en alle piano&#8217;s!&#8221; zei ze, terwijl ze de bladmuziek naar de andere kant van de kamer gooide. &#8220;Hoe is het mogelijk dat ik acht kruisen achter elkaar niet kan spelen?&#8221;</p><p style="text-align: justify;">Ze sloeg haar armen over elkaar, keek ons aan en stampte met haar voet.</p><p style="text-align: justify;">Het bloed steeg naar haar wangen en een lichte hoest deed haar lippen opengaan.</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Vooruit, vooruit,&#8221; zei Prudence, die haar hoed had afgenomen en voor de spiegel haar haar gladstreek. &#8220;U gaat zich weer kwaad maken en uzelf ziek maken. Laten we gaan eten, dat is veel verstandiger. Ik sterf van de honger.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">Marguerite belde opnieuw. Daarna ging ze weer achter de piano zitten en begon zachtjes een obsceen liedje te zingen, waarvan de begeleiding haar geen enkele moeite kostte.</p><p style="text-align: justify;">Gaston kende het lied en samen maakten ze er een soort duet van.</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Zing toch niet zulke smerigheid,&#8221; zei ik vertrouwelijk, maar op smekende toon tegen Marguerite.</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Wat bent u preuts!&#8221; zei ze glimlachend, terwijl ze mij haar hand toestak.</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Ik zeg het niet voor mezelf, maar voor u.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">Marguerite maakte een gebaar dat zoveel betekende als:</p><p style="text-align: justify;">&#8220;O, voor mij is kuisheid allang verleden tijd.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">Op dat ogenblik verscheen Nanine.</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Is het eten klaar?&#8221; vroeg Marguerite.</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Ja, mevrouw. Over een ogenblik.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Overigens,&#8221; zei Prudence tegen mij, &#8220;hebt u het appartement nog niet gezien. Kom, ik zal het u laten zien.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">Zoals u weet, was de salon een wonder.</p><p style="text-align: justify;">Marguerite liep een eindje met ons mee. Daarna riep ze Gaston en ging met hem naar de eetkamer om te kijken of het souper klaarstond.</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Kijk eens,&#8221; zei Prudence hardop, terwijl ze een Saksisch porseleinen beeldje van een plank pakte. &#8220;Dit kleine mannetje kende ik nog niet van u!&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Welk mannetje?&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Een herdertje dat een kooi met een vogel vasthoudt.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Neem het maar als u het mooi vindt.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;O, maar ik ben bang dat ik u ervan beroof.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Ik wilde het aan mijn kamermeisje geven. Ik vind het afschuwelijk. Maar wanneer u het mooi vindt, moet u het maar meenemen.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">Prudence zag alleen het geschenk en niet de manier waarop het werd gegeven. Ze zette het beeldje voor zichzelf apart en nam mij mee naar de kleedkamer. Daar wees ze mij twee miniatuurportretten die samen een paar vormden.</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Dat is graaf de G&#8230; Hij is heel verliefd op Marguerite geweest en hij heeft haar in de mondaine wereld ge&#239;ntroduceerd. Kent u hem?&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Nee. En wie is dit?&#8221; vroeg ik, terwijl ik naar het andere portret wees.</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Dat is de jonge burggraaf de L&#8230; Hij moest vertrekken.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Waarom?&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Omdat hij vrijwel geru&#239;neerd was. Dat was iemand die werkelijk van Marguerite hield.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;En zij hield ongetwijfeld ook veel van hem.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Ze is zo&#8217;n merkwaardige vrouw dat je nooit precies weet wat je van haar moet denken. Op de avond van de dag waarop hij vertrok, zat ze zoals gewoonlijk in het theater. Toch had ze gehuild toen hij afscheid nam.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">Op dat ogenblik verscheen Nanine om ons te vertellen dat het souper klaarstond.</p><p style="text-align: justify;">Toen we de eetkamer binnenkwamen, leunde Marguerite tegen de muur. Gaston hield haar handen vast en sprak zachtjes tegen haar.</p><p style="text-align: justify;">&#8220;U bent gek,&#8221; antwoordde Marguerite. &#8220;U weet heel goed dat ik u niet wil. Een vrouw als ik vraagt u niet pas nadat u haar twee jaar kent of u haar minnaar mag worden. Vrouwen zoals wij geven zich onmiddellijk of nooit. Kom, heren, aan tafel.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">Ze trok haar handen uit die van Gaston, liet hem rechts van haar plaatsnemen en mij links. Daarna zei ze tegen Nanine:</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Zeg voordat je gaat zitten tegen de mensen in de keuken dat ze de deur niet mogen opendoen wanneer er wordt aangebeld.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">Die opdracht werd om &#233;&#233;n uur &#8217;s nachts gegeven.</p><p style="text-align: justify;">Tijdens het souper werd er veel gelachen, gedronken en gegeten. Na korte tijd sloeg de vrolijkheid om in de grofste uitgelatenheid. Woorden die men in bepaalde kringen geestig vindt, maar die altijd de mond bevuilen die ze uitspreekt, klonken af en toe op en werden door Nanine, Prudence en Marguerite luid toegejuicht.</p><p style="text-align: justify;">Gaston vermaakte zich oprecht. Hij was een goedhartige jongen, maar zijn geest was enigszins misvormd door de gewoonten die hij in zijn jeugd had aangenomen.</p><p style="text-align: justify;">Aanvankelijk had ik geprobeerd mezelf te verdoven, mijn hart en mijn gedachten onverschillig te maken voor het schouwspel voor mijn ogen en deel te nemen aan de vrolijkheid, die een van de gerechten van de maaltijd leek te zijn. Maar langzamerhand had ik mij van al het lawaai afgezonderd. Mijn glas bleef vol staan en ik werd bijna verdrietig toen ik dat prachtige schepsel van twintig jaar zag drinken en praten als een sjouwer, en des te harder zag lachen naarmate wat men zei schandelijker was.</p><p style="text-align: justify;">Toch leken die vrolijkheid en die manier van praten en drinken, die bij de andere gasten voortkwamen uit losbandigheid, gewoonte of een sterk gestel, bij Marguerite het gevolg van een behoefte om te vergeten, van koorts en nerveuze prikkelbaarheid.</p><p style="text-align: justify;">Bij ieder glas champagne werden haar wangen bedekt met een koortsachtige blos. De lichte hoest waarmee ze aan het begin van de maaltijd last had gekregen, was geleidelijk zo hevig geworden dat ze bij iedere hoestbui haar hoofd tegen de rugleuning van haar stoel moest laten vallen en haar borst met beide handen moest vasthouden.</p><p style="text-align: justify;">Ik leed bij de gedachte hoeveel schade al die dagelijkse uitspattingen haar kwetsbare lichaam moesten toebrengen.</p><p style="text-align: justify;">Uiteindelijk gebeurde wat ik had voorzien en gevreesd.</p><p style="text-align: justify;">Tegen het einde van het souper kreeg Marguerite een hoestbui die heviger was dan alle vorige. Het leek alsof haar borst vanbinnen werd opengereten. Het arme meisje werd dieprood, sloot van pijn haar ogen en drukte haar servet tegen haar lippen. Een druppel bloed kleurde de stof rood.</p><p style="text-align: justify;">Toen stond ze op en rende naar haar kleedkamer.</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Wat is er met Marguerite?&#8221; vroeg Gaston.</p><p style="text-align: justify;">&#8220;Ze heeft te hard gelachen en nu spuugt ze bloed,&#8221; antwoordde Prudence. &#8220;Ach, het is niets. Dat gebeurt haar iedere dag. Ze komt zo wel terug. Laat haar maar alleen; dat heeft ze liever.&#8221;</p><p style="text-align: justify;">Maar ik hield het niet langer uit. Tot grote verbazing van Prudence en Nanine, die mij nog terugriepen, ging ik Marguerite achterna.</p><h2>Hoofdstuk X</h2><p style="text-align: justify;">De kamer waarin ze haar toevlucht had gezocht, werd slechts verlicht door &#233;&#233;n kaars die op een tafel stond. Ze lag achterover op een grote bank, haar jurk losgemaakt, met &#233;&#233;n hand op haar hart en de andere slap naar beneden hangend. Op de tafel stond een zilveren schaal die halfvol water was; door het water liepen dunne slierten bloed.</p><p style="text-align: justify;">Marguerite was doodsbleek en probeerde met halfgeopende mond weer op adem te komen. Af en toe zwol haar borstkas bij een lange zucht. Wanneer ze die uitstootte, leek dat haar wat verlichting te geven en voelde ze zich enkele seconden iets beter.</p><p style="text-align: justify;">Ik liep naar haar toe. Zonder dat ze bewoog, ging ik naast haar zitten en pakte ik de hand die op de bank rustte.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;O, bent u het?&#8217; zei ze glimlachend.</p><p style="text-align: justify;">Blijkbaar stond mijn gezicht zo bezorgd dat ze eraan toevoegde:</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Bent u soms ook ziek?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Nee. Maar hebt u nog veel pijn?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Bijna niet meer,&#8217; antwoordde ze. Ze veegde met haar zakdoek de tranen weg die door het hoesten in haar ogen waren gekomen. &#8216;Ik ben hier inmiddels aan gewend.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;U maakt uzelf kapot, mevrouw,&#8217; zei ik ge&#235;motioneerd. &#8216;Ik wou dat ik uw vriend of een familielid van u was, zodat ik kon voorkomen dat u uzelf zo schaadt.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Het is werkelijk niet nodig dat u zich zo ongerust maakt,&#8217; antwoordde ze enigszins bitter. &#8216;Kijk maar hoeveel de anderen zich om mij bekommeren. Ze weten heel goed dat er aan deze kwaal niets te doen is.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">Daarna stond ze op, pakte de kaars, zette die op de schoorsteenmantel en bekeek zichzelf in de spiegel.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Wat ben ik bleek!&#8217; zei ze terwijl ze haar jurk weer vastmaakte en met haar vingers door haar losgeraakte haar streek. &#8216;Ach, wat geeft het! Laten we weer aan tafel gaan. Gaat u mee?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">Maar ik bleef zitten en bewoog niet.</p><p style="text-align: justify;">Ze begreep welke indruk het tafereel op mij had gemaakt. Ze kwam naar me toe, stak haar hand uit en zei:</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Kom toch mee.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">Ik pakte haar hand, bracht die naar mijn lippen en maakte haar onwillekeurig nat met twee tranen die ik lange tijd had tegengehouden.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Maar wat bent u toch een kind!&#8217; zei ze terwijl ze weer naast mij ging zitten. &#8216;Nu begint u te huilen! Wat is er?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Ik zal u wel ontzettend dwaas lijken, maar wat ik zojuist heb gezien deed me verschrikkelijk veel pijn.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Wat bent u lief! Maar wat moet ik dan? Ik kan niet slapen en moet mezelf toch een beetje afleiden. En bovendien: wat maakt &#233;&#233;n vrouw zoals ik meer of minder uit? De artsen zeggen dat het bloed dat ik ophoest uit mijn bronchi&#235;n komt. Ik doe alsof ik hen geloof. Meer kan ik niet voor hen doen.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Luister, Marguerite,&#8217; zei ik met een openhartigheid die ik niet langer kon bedwingen. &#8216;Ik weet niet welke invloed u op mijn leven zult krijgen. Maar ik weet wel dat er op dit moment niemand is, zelfs mijn zus niet, om wie ik zoveel geef als om u. Dat is al zo sinds ik u voor het eerst zag. Zorg in hemelsnaam beter voor uzelf en leef niet langer zoals u nu doet.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Als ik voor mezelf zou zorgen, zou ik sterven. Juist het koortsachtige leven dat ik leid houdt mij overeind. Bovendien is voor jezelf zorgen iets voor respectabele vrouwen die familie en vrienden hebben. Maar vrouwen zoals wij worden in de steek gelaten zodra we niet langer de ijdelheid of het genot van onze minnaars kunnen dienen. Dan volgen er lange avonden op lange dagen. Ik weet waarover ik praat. Ik heb twee maanden in bed gelegen. Na drie weken kwam niemand mij meer bezoeken.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Het is waar dat ik niets voor u ben,&#8217; antwoordde ik. &#8216;Maar wanneer u dat wilde, zou ik als een broer voor u zorgen. Ik zou u niet alleen laten en u beter maken. Wanneer u daarna weer sterk genoeg was, zou u het leven dat u nu leidt kunnen hervatten, als u dat werkelijk wilde. Maar ik weet zeker dat u liever een rustig bestaan zou leiden dat u gelukkiger maakte en uw schoonheid bewaarde.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Dat denkt u vanavond omdat de wijn u sentimenteel maakt. Maar u zou nooit het geduld hebben waarover u nu zo hoog opgeeft.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Laat mij u eraan herinneren, Marguerite, dat u twee maanden ziek bent geweest en dat ik in die twee maanden iedere dag naar uw gezondheid ben komen informeren.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Dat is waar. Maar waarom kwam u niet naar boven?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Omdat ik u toen niet kende.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Maakt u zoveel omslag met een vrouw zoals ik?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Tegenover een vrouw hoort men altijd terughoudend te zijn. Tenminste, zo denk ik erover.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Dus u zou voor mij zorgen?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Ja.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;U zou iedere dag bij mij blijven?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Ja.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;En zelfs iedere nacht?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Zolang ik u niet zou vervelen.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Hoe noemt u zoiets?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Toewijding.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;En waar komt die toewijding vandaan?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Uit de onweerstaanbare genegenheid die ik voor u voel.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Dus u bent verliefd op mij? Zeg dat dan meteen, dat is veel eenvoudiger.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Misschien. Maar als ik het u ooit moet zeggen, dan niet vandaag.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;U kunt het beter helemaal nooit zeggen.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Waarom?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Omdat er maar twee dingen uit zo&#8217;n bekentenis kunnen voortkomen.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Welke?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Of ik wijs u af, en dan zult u het mij kwalijk nemen. Of ik aanvaard u, en dan krijgt u een treurige minnares: een nerveuze, zieke vrouw, die verdrietig is of vrolijk met een vrolijkheid die nog droeviger is dan verdriet; een vrouw die bloed ophoest en honderdduizend frank per jaar uitgeeft. Zo&#8217;n vrouw is geschikt voor een oude rijkaard als de hertog, maar bijzonder vermoeiend voor een jonge man als u. Het bewijs is dat alle jonge minnaars die ik heb gehad mij al snel hebben verlaten.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">Ik antwoordde niet, maar bleef luisteren. Die openhartigheid, die bijna op een bekentenis leek; dat pijnlijke leven dat ik onder de gouden sluier begon te ontwaren; en de manier waarop het arme meisje de werkelijkheid ervan probeerde te ontvluchten door losbandigheid, dronkenschap en slapeloosheid &#8212; dat alles maakte zoveel indruk op mij dat ik geen woord kon uitbrengen.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Kom,&#8217; vervolgde Marguerite. &#8216;We praten hier als kinderen. Geef me uw hand en laten we teruggaan naar de eetkamer. Niemand mag raden wat onze afwezigheid betekent.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Gaat u maar terug. Ik vraag alleen uw toestemming om hier te blijven.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Waarom?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Omdat uw vrolijkheid mij te veel pijn doet.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Dan zal ik verdrietig zijn.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Marguerite, laat mij u iets vertellen wat u ongetwijfeld al vaak hebt gehoord. Misschien gelooft u het niet meer omdat u er zo aan gewend bent geraakt, maar daarom is het niet minder waar. En misschien zal ik het u nooit meer zeggen.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;En dat is?&#8217; vroeg ze met de glimlach waarmee jonge moeders naar een dwaasheid van hun kind luisteren.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Sinds ik u heb gezien, hebt u &#8212; ik weet niet hoe of waarom &#8212; een plaats in mijn leven ingenomen. Hoe vaak ik ook geprobeerd heb uw beeld uit mijn gedachten te verdrijven, het is steeds teruggekomen. Toen ik u vandaag na twee jaar opnieuw zag, kreeg u nog meer macht over mijn hart en mijn gedachten. Nu u mij hebt ontvangen, nu ik u ken en weet wat er allemaal zo bijzonder aan u is, bent u onmisbaar voor mij geworden. Ik zal krankzinnig worden, niet alleen wanneer u niet van mij houdt, maar zelfs wanneer u mij niet toestaat van u te houden.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Maar ongelukkige, dan zal ik u antwoorden wat mevrouw D&#8230; altijd zei: u moet wel steenrijk zijn! Weet u dan niet dat ik zes- of zevenduizend frank per maand uitgeef en dat die uitgaven onmisbaar voor mijn leven zijn geworden? Weet u dan niet, arme vriend, dat ik u in een oogwenk zou ru&#239;neren en dat uw familie u onder curatele zou laten stellen om u af te leren met een vrouw als ik om te gaan?</p><p style="text-align: justify;">Houd van mij als een goede vriend, maar niet op een andere manier. Kom mij bezoeken, dan lachen en praten we samen. Maar overschat mijn waarde niet, want ik ben niet veel waard. U hebt een goed hart en wilt zelf graag bemind worden. U bent te jong en te gevoelig om in onze wereld te leven. Neem liever een getrouwde vrouw als minnares. U ziet dat ik een goed meisje ben en eerlijk tegen u praat.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Wat voeren jullie hier in hemelsnaam uit?&#8217; riep Prudence. We hadden haar niet horen aankomen. Ze stond in de deuropening met halflosgeraakt haar en een openhangende jurk. Aan die wanorde herkende ik de hand van Gaston.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;We voeren een verstandig gesprek,&#8217; zei Marguerite. &#8216;Laat ons nog even alleen. We komen zo bij jullie.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Goed, goed, praat maar verder, kinderen,&#8217; zei Prudence terwijl ze wegging. Ze sloot de deur en gaf daarmee nog een extra betekenis aan de toon waarop zij die laatste woorden had uitgesproken.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Dus we zijn het erover eens,&#8217; vervolgde Marguerite toen we weer alleen waren. &#8216;U zult niet meer van mij houden.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Dan vertrek ik.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Is het werkelijk zo ernstig?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">Ik was al te ver gegaan om nog terug te kunnen. Bovendien bracht dit meisje me volledig van mijn stuk. Die mengeling van vrolijkheid, verdriet, onschuld en prostitutie; zelfs haar ziekte, die haar ontvankelijkheid voor indrukken en de prikkelbaarheid van haar zenuwen moest versterken &#8212; alles deed mij begrijpen dat ik verloren was wanneer ik niet meteen enige invloed op haar vergeetachtige en lichtzinnige natuur wist te krijgen.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Is het dus werkelijk ernstig wat u zegt?&#8217; vroeg ze.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Heel ernstig.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Maar waarom hebt u mij dat niet eerder verteld?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Wanneer had ik dat moeten doen?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;De dag nadat u in de Op&#233;ra-Comique aan mij was voorgesteld.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Ik denk dat u mij bijzonder slecht zou hebben ontvangen als ik u was komen bezoeken.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Waarom?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Omdat ik mij de avond daarvoor zo dwaas had gedragen.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Dat is waar. Maar u hield toen dus al van mij.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Ja.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;En toch bent u na de voorstelling naar bed gegaan en hebt u rustig geslapen. We weten wat zulke grote liefdes waard zijn.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Daar vergist u zich in. Weet u wat ik op de avond van de Op&#233;ra-Comique heb gedaan?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Nee.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Ik heb bij de ingang van Caf&#233; Anglais op u gewacht. Ik heb het rijtuig gevolgd waarin u met uw drie vrienden vertrok. En toen ik u alleen zag uitstappen en alleen uw woning zag binnengaan, was ik heel gelukkig.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">Marguerite begon te lachen.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Waarom lacht u?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Nergens om.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Vertel het me, alsjeblieft. Anders denk ik dat u mij opnieuw uitlacht.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;U wordt toch niet kwaad?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Welk recht zou ik hebben om kwaad te worden?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Er was een heel goede reden waarom ik alleen thuiskwam.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Welke?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Er wachtte hier iemand op mij.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">Als ze mij met een mes had gestoken, had ze mij niet meer pijn kunnen doen. Ik stond op, stak haar mijn hand toe en zei:</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Vaarwel.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Ik wist wel dat u kwaad zou worden,&#8217; zei ze. &#8216;Mannen hebben een ziekelijke behoefte om juist datgene te weten te komen wat hun pijn zal doen.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Ik verzeker u,&#8217; antwoordde ik op koele toon, alsof ik wilde bewijzen dat ik voorgoed van mijn liefde was genezen, &#8216;dat ik niet kwaad ben. Het was volkomen natuurlijk dat er iemand op u wachtte, net zoals het volkomen natuurlijk is dat ik om drie uur &#8217;s nachts vertrek.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Wacht er bij u thuis soms ook iemand?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Nee, maar ik moet weg.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Vaarwel dan.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Stuurt u mij weg?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Helemaal niet.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Waarom doet u mij dan pijn?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Waarmee heb ik u pijn gedaan?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Door te zeggen dat hier iemand op u wachtte.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Ik kon mijn lachen niet inhouden bij het idee dat u zo gelukkig was geweest omdat u mij alleen zag thuiskomen, terwijl daar zo&#8217;n goede reden voor bestond.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Soms put iemand geluk uit iets onbeduidends. Het is wreed hem dat geluk af te nemen wanneer u hem, door het te laten bestaan, nog gelukkiger kunt maken.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Voor wie houdt u mij eigenlijk? Ik ben geen maagd en geen hertogin. Ik ken u pas sinds vandaag en ben u geen verantwoording over mijn daden verschuldigd. Zelfs als ik ooit uw minnares zou worden, moet u goed begrijpen dat ik v&#243;&#243;r u andere minnaars heb gehad. Wanneer u nu al jaloerse sc&#232;nes maakt, wat moet dat dan later worden &#8212; als er ooit een later komt? Ik heb nog nooit een man als u ontmoet.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Omdat nog nooit iemand zoveel van u heeft gehouden als ik.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Zeg eens eerlijk: houdt u werkelijk zoveel van mij?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Zoveel als een mens volgens mij van iemand kan houden.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;En hoelang al?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Sinds de dag waarop ik u uit een rijtuig zag stappen en bij Susse naar binnen zag gaan, drie jaar geleden.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Weet u dat dat bijzonder mooi klinkt? Wat moet ik doen om zo&#8217;n grote liefde te belonen?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Een beetje van mij houden,&#8217; zei ik, terwijl mijn hart zo hevig klopte dat ik bijna niet kon spreken. Ondanks de half spottende glimlachjes waarmee zij het hele gesprek had begeleid, kreeg ik het gevoel dat Marguerite mijn ontroering begon te delen en dat ik het ogenblik naderde waarop ik al zo lang had gewacht.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;En de hertog dan?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Welke hertog?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Mijn jaloerse oude man.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Hij hoeft er niets van te weten.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;En wanneer hij het toch ontdekt?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Dan vergeeft hij het u.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Nee, dan laat hij mij in de steek. En wat moet er dan van mij worden?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Voor iemand anders loopt u dat risico blijkbaar wel.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Hoe weet u dat?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Door de opdracht die u gaf om vannacht niemand binnen te laten.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Dat is waar. Maar dat is iemand met wie ik een serieuze verhouding heb.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;U kunt niet veel om hem geven wanneer u hem op dit tijdstip de toegang tot uw woning laat weigeren.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;U bent niet degene die mij dat mag verwijten. Ik liet hem immers niet binnen om u en uw vriend te kunnen ontvangen.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">Geleidelijk was ik dichter naar Marguerite toe geschoven. Ik sloeg mijn armen om haar middel en voelde haar soepele lichaam licht tegen mijn ineengeslagen handen rusten.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Als u eens wist hoeveel ik van u houd,&#8217; fluisterde ik.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Werkelijk?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Ik zweer het u.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Goed. Wanneer u mij belooft alles te doen wat ik wil, zonder iets te zeggen, zonder bezwaar te maken en zonder mij vragen te stellen, zal ik misschien van u houden.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Alles wat u maar wilt!&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Maar ik waarschuw u: ik wil vrij blijven om te doen wat mij goeddunkt, zonder u ook maar de kleinste bijzonderheid over mijn leven te hoeven geven. Ik zoek al lange tijd een jonge minnaar zonder eigen wil, die zonder wantrouwen liefheeft en zich laat beminnen zonder rechten op te eisen. Ik heb er nooit een kunnen vinden.</p><p style="text-align: justify;">In plaats van tevreden te zijn wanneer een vrouw hun lange tijd schenkt wat zij nauwelijks &#233;&#233;n keer hadden durven hopen te krijgen, eisen mannen van hun minnares verantwoording over het heden, het verleden en zelfs de toekomst. Hoe meer ze aan haar gewend raken, hoe meer ze haar willen overheersen. En hoe meer ze alles krijgen wat ze verlangen, hoe veeleisender ze worden.</p><p style="text-align: justify;">Wanneer ik nu besluit een nieuwe minnaar te nemen, wil ik dat hij drie bijzonder zeldzame eigenschappen bezit: hij moet mij vertrouwen, gehoorzaam zijn en discreet blijven.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Ik zal alles zijn wat u wilt.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Dat zullen we zien.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;En wanneer zullen we dat zien?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Later.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Waarom?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Omdat,&#8217; zei Marguerite terwijl ze zich uit mijn armen losmaakte en uit een groot boeket rode camelia&#8217;s dat die ochtend was bezorgd &#233;&#233;n bloem pakte en die in mijn knoopsgat stak, &#8216;overeenkomsten niet altijd kunnen worden uitgevoerd op de dag waarop ze worden gesloten.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">Dat was gemakkelijk te begrijpen.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;En wanneer zie ik u terug?&#8217; vroeg ik terwijl ik haar opnieuw in mijn armen drukte.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Wanneer deze camelia van kleur verandert.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;En wanneer verandert hij van kleur?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Morgen, tussen elf uur en middernacht. Bent u tevreden?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Moet u dat werkelijk vragen?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Geen woord hierover tegen uw vriend, Prudence of wie dan ook.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Dat beloof ik.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Kus me nu en laten we naar de eetkamer teruggaan.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">Ze bood mij haar lippen aan, bracht haar haar opnieuw in orde en samen verlieten we de kamer: zij zingend en ik half buiten mijzelf van geluk.</p><p style="text-align: justify;">In de salon bleef ze even staan en fluisterde:</p><p style="text-align: justify;">&#8216;U vindt het vast vreemd dat ik zo snel bereid lijk u te aanvaarden. Weet u hoe dat komt?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">Ze pakte mijn hand en legde die tegen haar hart. Ik voelde hoe hevig en snel het klopte.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Het komt doordat ik minder lang zal leven dan andere mensen. Daarom heb ik mezelf beloofd sneller te leven.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Praat alstublieft niet meer zo.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Ach, wees gerust,&#8217; vervolgde ze lachend. &#8216;Hoe weinig tijd ik ook nog heb, ik zal langer leven dan u van mij zult houden.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">Zingend liep ze de eetkamer binnen.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Waar is Nanine?&#8217; vroeg ze toen ze zag dat alleen Gaston en Prudence er waren.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Ze slaapt in uw slaapkamer totdat u naar bed gaat,&#8217; antwoordde Prudence.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Het arme kind! Ik maak haar nog dood. Vooruit, heren, jullie moeten vertrekken. Het is tijd.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">Tien minuten later stonden Gaston en ik buiten. Bij het afscheid had Marguerite mijn hand stevig vastgehouden. Zelf bleef ze met Prudence achter.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;En?&#8217; vroeg Gaston toen we buiten waren. &#8216;Wat vindt u van Marguerite?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Ze is een engel, en ik ben stapelgek op haar.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Dat vermoedde ik al. Hebt u het haar verteld?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Ja.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;En heeft ze beloofd u te geloven?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Nee.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Dat is dan anders dan bij Prudence.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Heeft zij het u wel beloofd?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Ze heeft m&#233;&#233;r gedaan, mijn beste! Je zou het niet verwachten, maar die dikke Duvernoy mag er nog best wezen.&#8217;</p><h2>Hoofdstuk XI</h2><p style="text-align: justify;">Op dit punt in zijn verhaal hield Armand op.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Wilt u het raam sluiten?&#8217; vroeg hij. &#8216;Ik begin het koud te krijgen. Dan ga ik intussen in bed liggen.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">Ik sloot het raam. Armand, die nog altijd erg zwak was, trok zijn kamerjas uit en ging naar bed. Een ogenblik liet hij zijn hoofd op het kussen rusten, als iemand die is uitgeput door een lange tocht of gekweld wordt door pijnlijke herinneringen.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Misschien hebt u te lang gesproken,&#8217; zei ik. &#8216;Zal ik weggaan en u laten slapen? U kunt het verhaal een andere keer afmaken.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Verveelt het u?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Integendeel.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Dan ga ik verder. Als u mij alleen liet, zou ik toch niet slapen.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Toen ik thuiskwam,&#8217; vervolgde hij, zonder naar zijn woorden te hoeven zoeken &#8212; zo levendig stonden alle bijzonderheden hem nog voor de geest &#8212; &#8216;ging ik niet naar bed. Ik begon na te denken over alles wat er die dag was gebeurd. De ontmoeting, de kennismaking en de belofte die Marguerite mij had gedaan: alles was zo snel en zo onverwacht verlopen dat ik soms dacht dat ik had gedroomd. Toch was het natuurlijk niet de eerste keer dat een vrouw als Marguerite zich voor de volgende dag beloofde aan een man die haar daarom had gevraagd.</p><p style="text-align: justify;">Maar hoe vaak ik mezelf dat ook voorhield, de eerste indruk die mijn aanstaande minnares op mij had gemaakt was zo sterk geweest dat die nog altijd voortduurde. Ik bleef hardnekkig weigeren haar als een vrouw zoals alle andere te beschouwen. Met de ijdelheid die vrijwel alle mannen eigen is, was ik maar al te graag bereid te geloven dat zij dezelfde onweerstaanbare aantrekkingskracht tot mij voelde als ik tot haar.</p><p style="text-align: justify;">Toch had ik voorbeelden genoeg gezien die het tegendeel bewezen. Ook had ik vaak horen zeggen dat Marguerites liefde tot handelswaar was verworden, waarvan de prijs al naargelang het seizoen steeg of daalde.</p><p style="text-align: justify;">Maar hoe viel die reputatie dan te rijmen met haar voortdurende afwijzingen van de jonge graaf die wij bij haar hadden aangetroffen? U zult zeggen dat hij haar eenvoudig niet beviel en dat zij, aangezien de hertog haar royaal onderhield, als zij dan toch een andere minnaar nam, liever iemand koos die zij aantrekkelijk vond. Maar waarom wilde zij Gaston dan niet &#8212; charmant, geestig en rijk &#8212; en leek zij wel bereid mij te aanvaarden, terwijl zij mij bij onze eerste ontmoeting zo belachelijk had gevonden?</p><p style="text-align: justify;">Het is waar dat een voorval van &#233;&#233;n minuut soms meer kan uitrichten dan een jaar lang hofmaken.</p><p style="text-align: justify;">Van iedereen die bij het souper aanwezig was geweest, was ik de enige die zich ongerust had gemaakt toen zij van tafel wegliep. Ik was haar gevolgd, ik was zo ontroerd geweest dat ik dat niet had kunnen verbergen, en ik had gehuild toen ik haar hand kuste. Samen met mijn dagelijkse bezoeken tijdens de twee maanden van haar ziekte had dit haar misschien laten zien dat ik anders was dan de mannen die zij tot dan toe had gekend. Misschien had zij gedacht dat ze voor een liefde die op die manier werd geuit best kon doen wat ze al zo vaak had gedaan dat het voor haar geen betekenis meer had.</p><p style="text-align: justify;">Al die veronderstellingen waren, zoals u ziet, heel aannemelijk. Maar wat de reden voor haar instemming ook was, &#233;&#233;n ding stond vast: ze had toegestemd.</p><p style="text-align: justify;">Ik was verliefd op Marguerite en ze zou de mijne worden. Meer kon ik niet verlangen. Toch had ik, hoewel zij een onderhouden vrouw was, misschien om mijn liefde po&#235;tischer te maken, die liefde zo lang als hopeloos beschouwd dat ik steeds meer begon te twijfelen naarmate het moment naderde waarop ik niet eens meer hoefde te hopen.</p><p style="text-align: justify;">Die hele nacht deed ik geen oog dicht.</p><p style="text-align: justify;">Ik herkende mezelf niet meer. Ik was half krankzinnig. Het ene ogenblik vond ik mezelf niet knap, rijk of elegant genoeg om een vrouw als zij te bezitten. Het volgende ogenblik zwol ik van ijdelheid bij diezelfde gedachte. Daarna werd ik bang dat ik voor Marguerite niet meer dan een bevlieging van enkele dagen zou zijn. Omdat ik al aanvoelde hoeveel pijn een snelle breuk mij zou doen, dacht ik dat ik er misschien beter aan deed die avond niet naar haar toe te gaan, maar te vertrekken en haar in een brief mijn angsten uit te leggen.</p><p style="text-align: justify;">Vervolgens verviel ik weer in grenzeloze hoop en een onwankelbaar vertrouwen. Ik droomde de ongelooflijkste dromen over de toekomst. Ik zei tegen mezelf dat dit meisje haar lichamelijke en geestelijke herstel aan mij te danken zou hebben, dat ik mijn hele leven met haar zou doorbrengen en dat haar liefde mij gelukkiger zou maken dan zelfs de zuiverste liefde ooit had kunnen doen.</p><p style="text-align: justify;">Ik zou u onmogelijk de duizenden gedachten kunnen herhalen die vanuit mijn hart naar mijn hoofd stegen en die langzamerhand verdwenen toen ik bij het aanbreken van de dag eindelijk in slaap viel.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Toen ik wakker werd, was het twee uur. Het weer was prachtig. Ik kan me niet herinneren dat het leven me ooit zo mooi en zo vol mogelijkheden had geleken. De herinneringen aan de vorige dag verschenen weer voor mijn geest, zonder schaduwen en zonder hindernissen, vrolijk omringd door mijn verwachtingen voor de avond.</p><p style="text-align: justify;">Ik kleedde me haastig aan. Ik was gelukkig en voelde me tot de edelste daden in staat. Af en toe sprong mijn hart van vreugde en liefde op in mijn borst. Een zachte koorts joeg door mijn lichaam. Ik maakte me niet langer druk om de twijfels die mij v&#243;&#243;r het inslapen hadden gekweld. Ik zag alleen nog het resultaat en dacht uitsluitend aan het uur waarop ik Marguerite zou terugzien.</p><p style="text-align: justify;">Ik kon niet thuisblijven. Mijn kamer leek te klein om mijn geluk te bevatten. Ik had de hele natuur nodig om het in kwijt te kunnen.</p><p style="text-align: justify;">Ik ging naar buiten.</p><p style="text-align: justify;">Ik liep door de rue d&#8217;Antin. Marguerites coup&#233; stond voor haar deur te wachten. Daarna ging ik in de richting van de Champs-&#201;lys&#233;es. Zonder hen zelfs maar te kennen, hield ik van alle mensen die ik tegenkwam.</p><p style="text-align: justify;">Wat maakt liefde je goed!</p><p style="text-align: justify;">Nadat ik een uur lang tussen de Paarden van Marly en de rotonde heen en weer had gelopen, zag ik in de verte Marguerites rijtuig. Ik herkende het niet; ik voelde eenvoudig dat zij het was.</p><p style="text-align: justify;">Toen het rijtuig de bocht van de Champs-&#201;lys&#233;es bereikte, liet zij het stilhouden. Een lange jonge man maakte zich los uit een groep waarin hij had staan praten en liep naar haar toe.</p><p style="text-align: justify;">Ze spraken enkele ogenblikken met elkaar. Daarna keerde de jongeman naar zijn vrienden terug en reed het rijtuig verder. Ik was dichter naar het groepje toe gelopen en herkende in de man die met Marguerite had gesproken graaf de G&#8230;, van wie ik het portret had gezien en van wie Prudence mij had verteld dat Marguerite haar maatschappelijke positie aan hem te danken had.</p><p style="text-align: justify;">Hij was de man aan wie zij de vorige avond de toegang tot haar woning had laten weigeren. Ik nam aan dat zij haar rijtuig had laten stoppen om hem de reden daarvan te geven. Tegelijk hoopte ik dat ze een nieuw excuus had bedacht om hem ook de volgende nacht niet te hoeven ontvangen.</p><p style="text-align: justify;">Hoe de rest van die dag verliep, weet ik niet. Ik wandelde, rookte en praatte, maar om tien uur &#8217;s avonds herinnerde ik me niets meer van wat ik had gezegd of van wie ik had ontmoet.</p><p style="text-align: justify;">Het enige wat ik nog weet, is dat ik naar huis ging, drie uur aan mijn uiterlijk besteedde en wel honderd keer op mijn klok en mijn horloge keek, die helaas allebei precies gelijkliepen.</p><p style="text-align: justify;">Toen het halfelf sloeg, zei ik tegen mezelf dat het tijd was om te vertrekken.</p><p style="text-align: justify;">In die tijd woonde ik in de rue de Provence. Ik volgde de rue du Mont-Blanc, stak de boulevard over en liep door de rue Louis-le-Grand, de rue de Port-Mahon en de rue d&#8217;Antin. Ik keek naar de ramen van Marguerite. Er brandde licht.</p><p style="text-align: justify;">Ik belde aan.</p><p style="text-align: justify;">Ik vroeg de conci&#235;rge of juffrouw Gautier thuis was.</p><p style="text-align: justify;">Hij antwoordde dat zij nooit v&#243;&#243;r elf uur of kwart over elf thuiskwam.</p><p style="text-align: justify;">Ik keek op mijn horloge.</p><p style="text-align: justify;">Ik had gedacht dat ik heel rustig had gelopen, maar ik had maar vijf minuten nodig gehad om van de rue de Provence naar Marguerites woning te komen.</p><p style="text-align: justify;">Daarom wandelde ik wat heen en weer door de straat, waar geen winkels waren en die op dat uur helemaal verlaten lag.</p><p style="text-align: justify;">Een halfuur later kwam Marguerite aan. Toen zij uit haar coup&#233; stapte, keek zij om zich heen alsof zij iemand zocht.</p><p style="text-align: justify;">Het rijtuig reed langzaam weg, omdat de stallen en het koetshuis zich niet in hetzelfde gebouw bevonden. Net toen Marguerite wilde aanbellen, liep ik op haar toe en zei:</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Goedenavond.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Ach, bent u het?&#8217; antwoordde ze op een toon die mij weinig geruststelde over het plezier dat mijn aanwezigheid haar deed.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Had u mij niet toegestaan u vandaag te komen bezoeken?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Dat is waar. Ik was het vergeten.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">Dat ene zinnetje maakte een einde aan al mijn overwegingen van die ochtend en aan al mijn verwachtingen van die dag. Toch begon ik inmiddels aan zulke manieren gewend te raken. Ik vertrok dus niet, wat ik vroeger ongetwijfeld wel zou hebben gedaan.</p><p style="text-align: justify;">We gingen naar binnen.</p><p style="text-align: justify;">Nanine had de deur al voor ons geopend.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Is Prudence al thuis?&#8217; vroeg Marguerite.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Nee, mevrouw.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Ga haar zeggen dat ze meteen bij me moet komen zodra ze terug is. Maar doe eerst de lamp in de salon uit. Wanneer er iemand aanbelt, zeg je dat ik nog niet thuis ben en ook niet meer thuiskom.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">Het was duidelijk dat iets haar bezighield en dat zij misschien last had van een ongewenste bezoeker. Ik wist niet hoe ik me moest houden of wat ik moest zeggen. Marguerite liep naar haar slaapkamer; ik bleef staan waar ik was.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Kom toch,&#8217; zei ze.</p><p style="text-align: justify;">Ze deed haar hoed en haar fluwelen mantel af, gooide die op het bed en liet zich in een grote leunstoel vallen bij het vuur, dat zij tot het begin van de zomer liet branden. Terwijl zij met de ketting van haar horloge speelde, vroeg ze:</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Wel, wat hebt u mij voor nieuws te vertellen?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Niets, behalve dat ik er verkeerd aan heb gedaan vanavond te komen.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Waarom?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Omdat u ge&#239;rriteerd lijkt en ik u waarschijnlijk verveel.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;U verveelt me niet. Ik ben alleen ziek. Ik heb de hele dag pijn gehad, ik heb niet geslapen en ik heb een verschrikkelijke migraine.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Zal ik weggaan, zodat u naar bed kunt?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;O, u kunt gerust blijven. Wanneer ik naar bed wil, kan ik dat ook in uw bijzijn doen.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">Op dat ogenblik werd er aangebeld.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Wie komt daar nu weer?&#8217; vroeg ze met een ongeduldig gebaar.</p><p style="text-align: justify;">Enkele ogenblikken later werd er opnieuw gebeld.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Is er dan niemand om open te doen? Straks moet ik het zelf nog doen.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">Ze stond inderdaad op en zei tegen mij:</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Wacht hier.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">Ze liep door het appartement. Ik hoorde hoe ze de voordeur opende en luisterde.</p><p style="text-align: justify;">De bezoeker bleef in de eetkamer staan. Bij zijn eerste woorden herkende ik de stem van de jonge graaf de N&#8230;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Hoe voelt u zich vanavond?&#8217; vroeg hij.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Slecht,&#8217; antwoordde Marguerite kortaf.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Kom ik ongelegen?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Misschien.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Wat ontvangt u mij onaardig! Wat heb ik u misdaan, beste Marguerite?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Beste vriend, u hebt mij niets misdaan. Ik ben ziek en moet naar bed, dus doet u mij het plezier weer te vertrekken. Ik word er doodmoe van dat ik &#8217;s avonds niet kan thuiskomen zonder dat u vijf minuten later opduikt.</p><p style="text-align: justify;">Wat wilt u eigenlijk? Dat ik uw minnares word? Ik heb u al honderd keer gezegd dat het antwoord nee is, dat u mij verschrikkelijk irriteert en dat u maar ergens anders uw geluk moet beproeven. Vandaag zeg ik het voor de laatste keer: ik wil u niet. Is dat nu duidelijk? Vaarwel.</p><p style="text-align: justify;">Daar is Nanine. Zij zal u uitlaten. Goedenavond.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">Zonder nog iets toe te voegen of te luisteren naar wat de jongeman stamelde, keerde Marguerite naar haar slaapkamer terug en sloeg de deur hard achter zich dicht. Vrijwel onmiddellijk kwam Nanine door diezelfde deur naar binnen.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Luister goed,&#8217; zei Marguerite tegen haar. &#8216;Tegen die idioot zeg je voortaan altijd dat ik niet thuis ben of dat ik hem niet wil ontvangen. Ik ben het zat voortdurend mensen te zien die mij allemaal hetzelfde komen vragen, die me betalen en denken dat ze daarmee van elke verplichting tegenover mij af zijn.</p><p style="text-align: justify;">Als de meisjes die aan ons beschamende beroep beginnen wisten wat het werkelijk inhoudt, werden ze nog liever dienstmeisje. Maar nee: de ijdelheid van mooie jurken, rijtuigen en diamanten sleept ons mee. Je gelooft de mooie verhalen die je worden verteld, want ook de prostitutie kent haar eigen geloof. Langzamerhand put je je hart, je lichaam en je schoonheid uit. Men is bang voor je als voor een wild dier en veracht je als een paria. Je wordt alleen omringd door mensen die altijd meer van je nemen dan ze je geven. En op een dag crepeer je als een hond, nadat je eerst anderen en daarna jezelf te gronde hebt gericht.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Kom, mevrouw, kalmeert u zich,&#8217; zei Nanine. &#8216;U hebt vanavond last van uw zenuwen.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Deze jurk knelt,&#8217; vervolgde Marguerite, terwijl ze de haakjes van haar lijfje losrukte. &#8216;Geef me een kamerjas. En waar blijft Prudence?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Ze was nog niet thuis, maar zodra ze terugkomt zal men haar naar u toe sturen.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Dat is er ook zo een,&#8217; ging Marguerite verder, terwijl ze haar jurk uittrok en een witte kamerjas aantrok. &#8216;Wanneer zij mij nodig heeft, weet ze me altijd te vinden. Maar mij eens zonder gemopper een dienst bewijzen kan ze niet. Ze weet dat ik vanavond op dat antwoord wacht, dat ik het nodig heb en dat ik me zorgen maak. Toch durf ik te wedden dat ze ergens aan het rondzwerven is zonder ook maar aan mij te denken.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Misschien werd ze opgehouden.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Laat punch brengen.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;U gaat uzelf weer ziek maken,&#8217; zei Nanine.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Des te beter. Breng ook wat fruit, pastei of een kippenvleugel mee. Iets, wat dan ook, maar onmiddellijk. Ik heb honger.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">Het is niet nodig u te vertellen welke indruk dit tafereel op mij maakte. Dat kunt u wel raden, nietwaar?</p><p style="text-align: justify;">&#8216;U blijft bij mij eten,&#8217; zei ze. &#8216;Pak intussen een boek. Ik ga even naar mijn kleedkamer.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">Ze stak de kaarsen van een kandelaar aan, opende een deur aan het voeteneind van haar bed en verdween.</p><p style="text-align: justify;">Ik begon na te denken over het leven van dit meisje, en mijn liefde voor haar werd nog groter door mijn medelijden.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Terwijl ik diep in gedachten met grote passen door de kamer liep, kwam Prudence binnen.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Zo, bent u hier?&#8217; vroeg ze. &#8216;Waar is Marguerite?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;In haar kleedkamer.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Dan wacht ik wel op haar. Zeg eens, ze vindt u bijzonder charmant. Wist u dat?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Nee.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Heeft ze u daar niets van laten merken?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Helemaal niets.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Hoe komt u hier dan?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Ik kom haar bezoeken.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Om middernacht?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Waarom niet?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Stouterd!&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Ze heeft me juist bijzonder slecht ontvangen.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Straks ontvangt ze u beter.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Denkt u?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Ik breng haar goed nieuws.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Dat komt dan uitstekend uit. Heeft ze dus over mij gesproken?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Gisteravond &#8212; of beter gezegd vannacht &#8212; nadat u met uw vriend was vertrokken. Hoe gaat het trouwens met die vriend van u? Gaston R&#8230;, heet hij toch?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Ja,&#8217; zei ik. Ik kon een glimlach niet onderdrukken toen ik terugdacht aan wat Gaston mij had verteld en merkte dat Prudence nauwelijks zijn naam kende.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Het is een aardige jongen. Waar leeft hij van?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Hij heeft een inkomen van vijfentwintigduizend frank per jaar.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Werkelijk? Welnu, om op u terug te komen: Marguerite heeft mij allerlei vragen over u gesteld. Wie u bent, wat u doet, welke minnaressen u hebt gehad &#8212; kortom, alles wat men over een man van uw leeftijd kan vragen. Ik heb haar alles verteld wat ik wist en eraan toegevoegd dat u een bijzonder aardige jongen bent. Dat is alles.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Dank u. Maar vertel me nu eens welke opdracht zij u gisteren had gegeven.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Geen enkele. Ze zei dat alleen maar om de graaf weg te krijgen. Maar vandaag heeft ze me wel ergens mee belast, en het antwoord daarop breng ik haar nu.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">Op dat ogenblik kwam Marguerite uit haar kleedkamer. Ze droeg een koket slaapmutsje, versierd met toefjes gele linten die in vaktaal<span> choux </span>werden genoemd.</p><p style="text-align: justify;">Zo zag ze er verrukkelijk uit.</p><p style="text-align: justify;">Haar blote voeten staken in satijnen pantoffels en ze was nog bezig haar nagels te verzorgen.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Wel?&#8217; vroeg ze toen ze Prudence zag. &#8216;Hebt u de hertog gesproken?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Natuurlijk!&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;En wat heeft hij gezegd?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Hij heeft het gegeven.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Hoeveel?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Zesduizend.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Hebt u het geld bij u?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Ja.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Leek hij boos?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Nee.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Arme man!&#8217;</p><p style="text-align: justify;">Ze zei die woorden op een toon die onmogelijk weer te geven is. Daarna nam Marguerite de zes bankbiljetten van duizend frank aan.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Net op tijd,&#8217; zei ze. &#8216;Beste Prudence, hebt u zelf geld nodig?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;U weet, mijn kind, dat het over twee dagen de vijftiende is. Wanneer u mij drie- of vierhonderd frank kon lenen, zou u mij een grote dienst bewijzen.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Stuur morgenochtend iemand langs. Het is nu te laat om een biljet te laten wisselen.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Vergeet het niet.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Maakt u zich geen zorgen. Blijft u bij ons eten?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Nee, Charles wacht thuis op me.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Bent u nog altijd zo gek op hem?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Tot over mijn oren, liefje! Tot morgen. Dag, Armand.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">Mevrouw Duvernoy vertrok.</p><p style="text-align: justify;">Marguerite opende een kastje en gooide de bankbiljetten erin.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Vindt u het goed dat ik naar bed ga?&#8217; vroeg ze glimlachend terwijl ze naar het bed liep.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Ik vind het niet alleen goed, ik smeek u er zelfs om.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">Ze sloeg de kanten sprei terug tot aan het voeteneind en ging liggen.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Kom nu naast me zitten,&#8217; zei ze. &#8216;Dan kunnen we praten.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">Prudence had gelijk gehad: het antwoord dat zij had meegebracht, had Marguerite zichtbaar opgevrolijkt.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Vergeeft u mij mijn slechte humeur van vanavond?&#8217; vroeg ze terwijl ze mijn hand pakte.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Ik ben bereid u nog heel wat meer te vergeven.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;En houdt u van mij?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Zo veel dat ik er gek van word.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Ondanks mijn slechte karakter?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Ondanks alles.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Zweert u dat?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Ja,&#8217; fluisterde ik.</p><p style="text-align: justify;">Op dat ogenblik kwam Nanine binnen met borden, een koude kip, een fles bordeaux, aardbeien en twee couverts.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Ik heb geen punch laten maken,&#8217; zei Nanine. &#8216;Bordeaux is beter voor u. Vindt u ook niet, meneer?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Zeker,&#8217; antwoordde ik. Ik was nog altijd ontroerd door Marguerites laatste woorden en kon mijn brandende blik niet van haar afhouden.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Goed,&#8217; zei Marguerite. &#8216;Zet alles maar op het tafeltje en schuif het bij het bed. We bedienen onszelf wel. Je hebt nu drie nachten achter elkaar opgezeten; je zult wel willen slapen. Ga naar bed. Ik heb niets meer nodig.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Moet ik de deur op het nachtslot doen?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Natuurlijk! En zorg er vooral voor dat er morgen v&#243;&#243;r twaalf uur niemand wordt binnengelaten.&#8217;</p><h2>Hoofdstuk XII</h2><p style="text-align: justify;">Om vijf uur &#8217;s ochtends, toen het daglicht door de gordijnen begon te dringen, zei Marguerite tegen me:</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Vergeef me dat ik je wegstuur, maar het moet. De hertog komt iedere ochtend. Wanneer hij straks komt, zullen ze hem zeggen dat ik slaap, en misschien wacht hij dan tot ik wakker word.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">Ik nam Marguerites hoofd tussen mijn handen. Haar losgeraakte haar viel golvend om haar heen. Ik gaf haar een laatste kus en vroeg:</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Wanneer zie ik je terug?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Luister,&#8217; antwoordde ze. &#8216;Pak het kleine gouden sleuteltje dat op de schoorsteenmantel ligt, doe de deur open, breng de sleutel weer hier en ga dan weg. In de loop van de dag ontvang je een brief met mijn bevelen. Je weet immers dat je blindelings moet gehoorzamen.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Ja. Maar stel dat ik nu al iets zou vragen?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Wat dan?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Dat je mij die sleutel laat houden.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Wat je nu vraagt, heb ik nog nooit voor iemand gedaan.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Doe het dan voor mij. Ik zweer je dat ik niet van je houd zoals de anderen van je hielden.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Goed, houd hem maar. Maar ik waarschuw je: ik hoef maar te willen en je hebt niets aan die sleutel.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Waarom niet?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Aan de binnenkant van de deur zitten grendels.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Wat ben je gemeen.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Ik zal ze laten verwijderen.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Dus je houdt een beetje van me?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Ik weet niet hoe het komt, maar volgens mij wel. Ga nu. Ik val om van de slaap.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">We bleven nog enkele ogenblikken in elkaars armen liggen. Daarna vertrok ik.</p><p style="text-align: justify;">De straten waren verlaten. De grote stad sliep nog. Er hing een zachte koelte in de wijken die enkele uren later door het lawaai van de mensen zouden worden overspoeld.</p><p style="text-align: justify;">Het leek alsof deze slapende stad van mij was. Ik probeerde me de namen te herinneren van de mensen wier geluk ik tot dan toe had benijd. Maar wie ik ook voor de geest haalde, ik voelde me gelukkiger dan hij.</p><p style="text-align: justify;">Bemind worden door een kuis jong meisje en de eerste zijn die haar dat wonderlijke geheim van de liefde onthult, is zonder twijfel een groot geluk. Maar het is ook de eenvoudigste zaak ter wereld. Een hart veroveren dat niet aan aanvallen gewend is, betekent een open en onverdedigde stad binnengaan.</p><p style="text-align: justify;">Opvoeding, plichtsbesef en familie zijn bijzonder waakzame bewakers. Maar geen enkele bewaking is zo streng dat een meisje van zestien haar niet kan misleiden wanneer de natuur haar, door de stem van de man van wie zij houdt, haar eerste liefdeslessen influistert &#8212; lessen die des te vuriger zijn omdat ze zo zuiver lijken.</p><p style="text-align: justify;">Hoe sterker een jong meisje in het goede gelooft, hoe gemakkelijker zij zich overgeeft, zo niet aan haar minnaar, dan toch aan de liefde. Omdat zij geen wantrouwen kent, is zij weerloos. Haar liefde winnen is een overwinning die iedere man van vijfentwintig kan behalen zodra hij dat werkelijk wil.</p><p style="text-align: justify;">Dat blijkt wel uit de bewaking en de muren waarmee men jonge meisjes omringt. De muren van de kloosters zijn niet hoog genoeg, de sloten van de moeders niet sterk genoeg en de religieuze verplichtingen niet voortdurend genoeg om al die charmante vogels in hun kooi opgesloten te houden &#8212; een kooi waarop men niet eens de moeite neemt enkele bloemen te leggen.</p><p style="text-align: justify;">Hoe sterk moeten zij dan niet verlangen naar de wereld die men voor hen verborgen houdt! Hoe verleidelijk moet die wereld hun voorkomen! Hoe aandachtig moeten zij luisteren naar de eerste stem die hun door de tralies heen haar geheimen vertelt! En hoe moeten zij de hand zegenen die voor het eerst een hoek van de geheimzinnige sluier optilt.</p><p style="text-align: justify;">Maar werkelijk bemind worden door een courtisane is een heel wat moeilijkere overwinning.</p><p style="text-align: justify;">Bij zulke vrouwen heeft het lichaam de ziel versleten, hebben de zinnen het hart verschroeid en heeft de losbandigheid de gevoelens met een pantser omgeven. De woorden die men tegen hen zegt, kennen zij al lang. De middelen die men gebruikt, kennen zij eveneens. Zelfs de liefde die zij opwekken hebben zij verkocht.</p><p style="text-align: justify;">Zij beminnen uit beroep, niet uit innerlijke aandrang. Hun berekeningen bewaken hen beter dan een moeder en een klooster een maagd kunnen bewaken. Daarom hebben zij het woord<span> bevlieging </span>uitgevonden voor de liefdes zonder handel die zij zichzelf af en toe toestaan &#8212; als rust, als excuus of als troost.</p><p style="text-align: justify;">Ze lijken op woekeraars die duizend mensen uitbuiten en vervolgens denken alles te hebben goedgemaakt omdat ze op een dag een uitgehongerde stakker twintig frank lenen, zonder rente te vragen en zonder hem een ontvangstbewijs te laten ondertekenen.</p><p style="text-align: justify;">Wanneer God een courtisane uiteindelijk toestaat lief te hebben, wordt die liefde, die aanvankelijk op vergeving lijkt, bijna altijd haar straf. Er bestaat geen vergiffenis zonder boetedoening.</p><p style="text-align: justify;">Wanneer een vrouw die zichzelf haar hele verleden verwijt plotseling wordt gegrepen door een diepe, oprechte en onweerstaanbare liefde waartoe zij zichzelf nooit in staat had geacht, en wanneer zij die liefde eenmaal heeft bekend, wat krijgt de geliefde man dan een macht over haar!</p><p style="text-align: justify;">Hoe sterk voelt hij zich door het wrede recht haar te kunnen zeggen:</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Voor de liefde doe je niets m&#233;&#233;r dan je vroeger voor geld hebt gedaan.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">Dan weten zulke vrouwen niet langer welk bewijs zij nog kunnen geven.</p><p style="text-align: justify;">In een fabel wordt verteld over een kind dat zich lange tijd vermaakte door in een veld &#8216;Help!&#8217; te roepen en zo de arbeiders van hun werk weg te lokken. Op een dag werd het werkelijk door een beer aangevallen. Maar omdat het de arbeiders al zo vaak had bedrogen, geloofden zij zijn oprechte noodkreten niet en werd het verscheurd.</p><p style="text-align: justify;">Zo vergaat het ook deze ongelukkige vrouwen wanneer zij werkelijk liefhebben. Ze hebben zo vaak gelogen dat niemand hen nog wil geloven. Midden in hun berouw worden zij door hun liefde verteerd.</p><p style="text-align: justify;">Daaruit komen de grote zelfopofferingen en de strenge afzondering voort waarvan sommigen het voorbeeld hebben gegeven.</p><p style="text-align: justify;">Maar wanneer de man die deze verlossende liefde opwekt edelmoedig genoeg is om haar te aanvaarden zonder aan het verleden te denken, wanneer hij zich eraan overgeeft en ten slotte liefheeft zoals hij zelf wordt liefgehad, dan doorleeft hij in &#233;&#233;n keer alle emoties die het aardse bestaan te bieden heeft. Na zo&#8217;n liefde zal zijn hart voor iedere andere liefde gesloten blijven.</p><p style="text-align: justify;">Die gedachten gingen die ochtend, toen ik naar huis terugkeerde, niet door mij heen. Ze zouden alleen maar een voorgevoel hebben kunnen zijn van wat mij later zou overkomen. Ondanks mijn liefde voor Marguerite kon ik zulke gevolgen toen nog niet vermoeden.</p><p style="text-align: justify;">Nu denk ik er wel zo over. Nu alles onherroepelijk voorbij is, volgen deze overwegingen vanzelf uit wat er is gebeurd.</p><p style="text-align: justify;">Maar laten we terugkeren naar de eerste dag van onze verhouding.</p><p style="text-align: justify;">Toen ik thuiskwam, was ik uitzinnig vrolijk. De hindernissen die mijn verbeelding tussen Marguerite en mij had opgeworpen, waren verdwenen. Ik bezat haar, ik nam een plaats in haar gedachten in, ik had de sleutel van haar appartement in mijn zak en het recht om die te gebruiken.</p><p style="text-align: justify;">Ik was gelukkig met het leven, trots op mezelf en dankbaar tegenover God, die dit alles mogelijk had gemaakt.</p><p style="text-align: justify;">Op een dag loopt een jonge man door een straat. Hij botst bijna tegen een vrouw op, kijkt haar aan, draait zich om en loopt verder. Hij kent die vrouw niet. Zij heeft haar eigen genoegens, verdriet en liefdes, waaraan hij geen enkel deel heeft. Voor haar bestaat hij niet. Misschien zou ze hem uitlachen wanneer hij haar aansprak, zoals Marguerite mij had uitgelachen.</p><p style="text-align: justify;">Weken, maanden en jaren gaan voorbij. Beiden volgen ieder hun eigen weg. Dan brengt de logica van het toeval hen plotseling opnieuw tegenover elkaar.</p><p style="text-align: justify;">De vrouw wordt de minnares van de man en gaat van hem houden.</p><p style="text-align: justify;">Hoe? Waarom?</p><p style="text-align: justify;">Hun twee levens worden &#233;&#233;n. Nauwelijks is de intimiteit ontstaan, of het lijkt hun alsof die altijd heeft bestaan. Alles wat eraan voorafging, verdwijnt uit hun beider herinnering.</p><p style="text-align: justify;">Het is merkwaardig, dat moeten we toegeven.</p><p style="text-align: justify;">Zelf wist ik niet meer hoe ik v&#243;&#243;r de vorige avond had geleefd. Mijn hele wezen jubelde wanneer ik terugdacht aan de woorden die we tijdens die eerste nacht hadden uitgewisseld.</p><p style="text-align: justify;">Marguerite was &#243;f bijzonder bedreven in het bedriegen, &#243;f zij voelde voor mij een van die plotselinge hartstochten die zich bij de eerste kus openbaren en soms even snel sterven als ze geboren zijn.</p><p style="text-align: justify;">Hoe langer ik erover nadacht, hoe sterker ik ervan overtuigd raakte dat Marguerite geen enkele reden had om een liefde te veinzen die ze niet werkelijk voelde.</p><p style="text-align: justify;">Ik zei ook tegen mezelf dat vrouwen op twee manieren liefhebben, en dat de ene manier uit de andere kan voortkomen: zij beminnen met hun hart of met hun zinnen.</p><p style="text-align: justify;">Vaak neemt een vrouw een minnaar omdat zij alleen aan het verlangen van haar zinnen gehoorzaamt. Zonder het te verwachten ontdekt zij daarna het geheim van de onstoffelijke liefde, en vanaf dat ogenblik leeft zij alleen nog vanuit haar hart.</p><p style="text-align: justify;">Maar soms zoekt een jong meisje in het huwelijk slechts de vereniging van twee zuivere gevoelens en ontvangt zij plotseling de openbaring van de lichamelijke liefde: de krachtige bekroning van de kuisste gevoelens van de ziel.</p><p style="text-align: justify;">Midden in deze gedachten viel ik in slaap.</p><p style="text-align: justify;">Ik werd gewekt door een briefje van Marguerite. Er stond:</p><p style="text-align: justify;"><span>Dit zijn mijn bevelen:</span><br><span>Vanavond in het Vaudeville. Kom tijdens de derde pauze.</span><br><span>M.G.</span></p><p style="text-align: justify;">Ik borg het briefje zorgvuldig op in een la. Zo zou ik het tastbare bewijs altijd bij de hand hebben wanneer ik opnieuw begon te twijfelen, wat van tijd tot tijd gebeurde.</p><p style="text-align: justify;">Ze schreef niet dat ik haar overdag moest bezoeken, en ik durfde niet zomaar bij haar langs te gaan. Maar ik verlangde er zo sterk naar haar al v&#243;&#243;r de avond te zien dat ik naar de Champs-&#201;lys&#233;es ging. Net als de vorige dag zag ik haar daar voorbijrijden en later weer terugkomen.</p><p style="text-align: justify;">Om zeven uur zat ik al in het Vaudeville.</p><p style="text-align: justify;">Nooit eerder was ik zo vroeg in een theater geweest.</p><p style="text-align: justify;">De loges liepen een voor een vol. Slechts &#233;&#233;n bleef leeg: de zijloge naast het toneel op de begane grond.</p><p style="text-align: justify;">Aan het begin van het derde bedrijf hoorde ik de deur van die loge opengaan. Ik had mijn ogen er bijna voortdurend op gericht gehouden.</p><p style="text-align: justify;">Marguerite verscheen.</p><p style="text-align: justify;">Ze liep onmiddellijk naar voren, zocht de parterre af, zag mij en bedankte me met een blik.</p><p style="text-align: justify;">Die avond was ze wonderbaarlijk mooi.</p><p style="text-align: justify;">Had ze zich voor mij zo zorgvuldig opgemaakt? Hield ze genoeg van me om te denken dat ik gelukkiger zou zijn naarmate ik haar mooier vond?</p><p style="text-align: justify;">Dat wist ik toen nog niet. Maar als dat haar bedoeling was geweest, was zij erin geslaagd. Zodra zij verscheen, ging er een golf van bewegende hoofden door de zaal. Zelfs de acteur die op dat ogenblik op het toneel stond, keek naar de vrouw die de toeschouwers alleen door haar verschijning zo van hun stuk bracht.</p><p style="text-align: justify;">En &#237;k had de sleutel van het appartement van die vrouw. Over drie of vier uur zou zij opnieuw van mij zijn.</p><p style="text-align: justify;">Men veroordeelt mannen die zich voor actrices en onderhouden vrouwen ru&#239;neren. Mij verbaast het eerder dat ze voor hen niet twintig keer zoveel dwaasheden begaan.</p><p style="text-align: justify;">Je moet, zoals ik, dat leven hebben geleid om te begrijpen hoe sterk de kleine dagelijkse strelingen van hun ijdelheid de liefde &#8212; bij gebrek aan een beter woord &#8212; in het hart van hun minnaar vasthechten.</p><p style="text-align: justify;">Daarna kwam Prudence in de loge zitten. Een man die ik als graaf de G&#8230; herkende, nam achterin plaats.</p><p style="text-align: justify;">Toen ik hem zag, werd mijn hart ijskoud.</p><p style="text-align: justify;">Marguerite merkte ongetwijfeld welke indruk zijn aanwezigheid op mij maakte. Ze glimlachte opnieuw naar me, keerde de graaf haar rug toe en deed alsof zij het toneelstuk met grote aandacht volgde.</p><p style="text-align: justify;">Tijdens de derde pauze draaide ze zich om en zei iets tegen hem. De graaf verliet de loge en Marguerite wenkte dat ik naar haar toe moest komen.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Goedenavond,&#8217; zei ze toen ik binnenkwam.</p><p style="text-align: justify;">Ze stak me haar hand toe.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Goedenavond,&#8217; antwoordde ik, zowel tegen Marguerite als tegen Prudence.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Gaat u zitten.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Maar dan neem ik de plaats van iemand anders in. Komt graaf de G&#8230; niet terug?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Jawel. Ik heb hem snoep laten halen, zodat wij even alleen kunnen praten. Mevrouw Duvernoy weet overal van.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Ja, kinderen,&#8217; zei Prudence. &#8216;Maar wees gerust, ik zal niets vertellen.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Wat is er vanavond met u?&#8217; vroeg Marguerite.</p><p style="text-align: justify;">Ze stond op, kwam naar de donkere achterkant van de loge en kuste me op mijn voorhoofd.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Ik voel me niet zo goed.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Dan moet u naar bed,&#8217; antwoordde ze met de ironische uitdrukking die zo goed bij haar fijne, levendige gezicht paste.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Waar?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Bij uzelf.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;U weet heel goed dat ik daar niet zou kunnen slapen.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Dan moet u hier niet gaan zitten mokken omdat u een man in mijn loge hebt gezien.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Daarom is het niet.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Jawel. Ik ken u inmiddels en u hebt ongelijk. Laten we er dus niet meer over praten. Na de voorstelling gaat u naar Prudence. Daar blijft u totdat ik u laat roepen. Begrepen?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Ja.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">Kon ik haar soms ongehoorzaam zijn?</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Houdt u nog steeds van me?&#8217; vroeg ze.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Dat vraagt u?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Hebt u aan me gedacht?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;De hele dag.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Weet u dat ik nu werkelijk bang begin te worden dat ik verliefd op u raak? Vraag het Prudence maar.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;O ja,&#8217; zei de forse vrouw, &#8216;het is niet om uit te houden.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Nu gaat u weer terug naar uw plaats. De graaf komt zo terug en het is niet nodig dat hij u hier aantreft.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Waarom niet?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Omdat u het onaangenaam vindt hem te zien.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Nee. Maar als u mij had verteld dat u vanavond naar het Vaudeville wilde, had ik u net zo goed een loge kunnen bezorgen als hij.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Helaas bracht hij mij deze loge zonder dat ik erom had gevraagd en bood hij aan mij te vergezellen. U begrijpt heel goed dat ik dat niet kon weigeren.</p><p style="text-align: justify;">Het enige wat ik kon doen was u schrijven waar ik naartoe ging, zodat u mij kon zien. Bovendien wilde ik u zelf graag wat eerder terugzien. Maar als dit de manier is waarop u mij daarvoor bedankt, zal ik deze les ter harte nemen.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Ik heb ongelijk. Vergeef me.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Zo is het beter. Ga nu braaf terug naar uw plaats en wees vooral niet meer jaloers.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">Ze kuste me opnieuw en ik vertrok.</p><p style="text-align: justify;">In de gang kwam ik de graaf tegen, die met het snoep terugkwam.</p><p style="text-align: justify;">Ik keerde naar mijn plaats terug.</p><p style="text-align: justify;">Uiteindelijk was de aanwezigheid van graaf de G&#8230; in Marguerites loge de gewoonste zaak ter wereld. Hij was haar minnaar geweest, hij had haar een loge aangeboden en vergezelde haar naar het theater. Dat alles was volkomen natuurlijk.</p><p style="text-align: justify;">Vanaf het ogenblik waarop ik een vrouw als Marguerite als minnares had, moest ik haar gewoonten nu eenmaal aanvaarden.</p><p style="text-align: justify;">Toch voelde ik me de rest van de avond diep ongelukkig. Toen ik na afloop zag hoe de graaf, Prudence en Marguerite in het rijtuig stapten dat bij de ingang op hen stond te wachten, liep ik verdrietig weg.</p><p style="text-align: justify;">Een kwartier later was ik bij Prudence.</p><p style="text-align: justify;">Zij was zelf nog maar net thuisgekomen.</p><h2>Hoofdstuk XIII</h2><p style="text-align: justify;">&#8216;U bent bijna even snel hierheen gekomen als wij,&#8217; zei Prudence tegen me.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Ja,&#8217; antwoordde ik verstrooid. &#8216;Waar is Marguerite?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Bij haar thuis.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Alleen?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Met graaf de G&#8230;&#8217;</p><p style="text-align: justify;">Ik begon met grote passen door de salon te lopen.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Wat is er met u?&#8217; vroeg Prudence.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Denkt u dat ik het prettig vind hier te moeten wachten tot graaf de G&#8230; bij Marguerite weggaat?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;U bent ook niet redelijk. U moet begrijpen dat Marguerite de graaf niet zomaar de deur kan wijzen. Hij is lange tijd met haar samen geweest, heeft haar altijd veel geld gegeven en doet dat nog steeds. Marguerite geeft meer dan honderdduizend frank per jaar uit en heeft een heleboel schulden. De hertog stuurt haar wat zij hem vraagt, maar ze durft hem niet altijd om alles te vragen wat ze nodig heeft.</p><p style="text-align: justify;">Ze mag dus geen ruzie krijgen met de graaf, die haar jaarlijks toch minstens tienduizend frank geeft. Marguerite mag u graag, beste vriend, maar in haar belang &#233;n in het uwe mag uw verhouding met haar niet ernstig worden. Met uw jaarlijkse toelage van zeven- of achtduizend frank kunt u de weelde waarin dat meisje leeft onmogelijk bekostigen. Dat bedrag zou nog niet eens voldoende zijn voor het onderhoud van haar rijtuig.</p><p style="text-align: justify;">Neem Marguerite zoals zij is: een goedhartig, geestig en mooi meisje. Wees een of twee maanden haar minnaar, geef haar bloemen, snoep en theaterloges, maar haal u verder niets in het hoofd en maak haar geen belachelijke sc&#232;nes uit jaloezie.</p><p style="text-align: justify;">U weet heel goed met wie u te maken hebt. Marguerite is geen toonbeeld van deugdzaamheid. Ze vindt u aantrekkelijk en u houdt van haar; bekommer u niet om de rest. Ik vind het aandoenlijk dat u zo overgevoelig doet! U hebt de aantrekkelijkste minnares van heel Parijs. Ze ontvangt u in een schitterend appartement, is van top tot teen met diamanten bedekt en hoeft u, wanneer u dat wilt, geen cent te kosten. En toch bent u niet tevreden. In hemelsnaam, u verlangt te veel.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;U hebt gelijk, maar ik kan er niets aan doen. De gedachte dat die man haar minnaar is, doet me verschrikkelijk veel pijn.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Om te beginnen,&#8217; antwoordde Prudence, &#8216;is hij eigenlijk nog wel haar minnaar? Ze heeft hem nodig, dat is alles.</p><p style="text-align: justify;">De afgelopen twee dagen liet ze hem niet binnen. Hij kwam vanochtend langs en ze kon moeilijk anders dan zijn theaterloge aannemen en toestaan dat hij haar vergezelde. Hij brengt haar naar huis, gaat even mee naar boven en blijft niet lang, omdat u hier op haar wacht. Dat lijkt me allemaal volkomen natuurlijk. De hertog aanvaardt u toch ook?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Ja, maar hij is een oude man en ik weet zeker dat Marguerite niet werkelijk zijn minnares is. Bovendien kun je misschien nog &#233;&#233;n zo&#8217;n verhouding aanvaarden, maar geen twee. Zoveel toegeeflijkheid lijkt te veel op een berekening. De man die ermee instemt, zelfs uit liefde, komt dan wel erg dicht in de buurt van de mannen die een verdieping lager van zulke instemming hun beroep maken en eraan verdienen.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Ach, beste vriend, wat bent u ouderwets! Ik heb heel wat mannen gezien &#8212; ook de voornaamste, elegantste en rijkste &#8212; die precies deden wat ik u nu aanraad. Zonder moeite, zonder schaamte en zonder berouw. Zo gaat het iedere dag.</p><p style="text-align: justify;">Hoe denkt u anders dat de onderhouden vrouwen van Parijs hun levensstijl kunnen bekostigen als ze niet drie of vier minnaars tegelijk hebben? Geen enkel vermogen, hoe groot ook, kan in zijn eentje alle uitgaven van een vrouw als Marguerite dragen.</p><p style="text-align: justify;">Een jaarlijks inkomen van vijfhonderdduizend frank is in Frankrijk een enorm vermogen. Maar zelfs een man met zo&#8217;n inkomen kan een vrouw als Marguerite niet alleen onderhouden. Ik zal u vertellen waarom. Zo&#8217;n man heeft een eigen huishouden, paarden, bedienden, rijtuigen, jachtpartijen en vrienden. Vaak is hij getrouwd, heeft hij kinderen, laat hij paarden aan wedstrijden deelnemen, gokt hij en maakt hij reizen. Wat weet ik niet allemaal?</p><p style="text-align: justify;">Al die gewoonten maken zozeer deel uit van zijn leven dat hij ze niet kan opgeven zonder de indruk te wekken dat hij geru&#239;neerd is en zonder een schandaal te veroorzaken. Alles bij elkaar kan hij van zijn jaarlijkse vijfhonderdduizend frank hoogstens veertig- of vijftigduizend aan een vrouw geven, en zelfs dat is veel. Andere liefdes moeten de rest van haar jaarlijkse uitgaven aanvullen.</p><p style="text-align: justify;">Bij Marguerite ligt het zelfs nog gemakkelijker. Door een wonder van de hemel heeft zij een oude man gevonden die vele miljoenen bezit, wiens vrouw en dochter zijn overleden en die alleen nog neven heeft die zelf rijk zijn. Hij geeft haar alles wat zij wil en verlangt daar niets voor terug. Maar ze kan hem onmogelijk om meer dan zestig- of zeventigduizend frank per jaar vragen. Ik weet zeker dat hij, ondanks zijn vermogen en zijn genegenheid voor haar, zou weigeren wanneer ze nog meer vroeg.</p><p style="text-align: justify;">Al die jonge mannen die in Parijs een jaarlijks inkomen van twintig- of dertigduizend frank hebben &#8212; nauwelijks genoeg om in hun eigen kringen van te leven &#8212; weten heel goed dat een vrouw als Marguerite met wat zij haar geven nog niet eens haar appartement en haar personeel kan betalen. Ze zeggen niet dat ze dat weten en doen alsof ze niets merken. Zodra ze er genoeg van hebben, vertrekken ze.</p><p style="text-align: justify;">Als ze zo ijdel zijn te denken dat ze alles alleen kunnen betalen, ru&#239;neren ze zich als dwazen en laten ze zich vervolgens in Afrika doodschieten, nadat ze in Parijs honderdduizend frank aan schulden hebben achtergelaten.</p><p style="text-align: justify;">Denkt u dat de vrouw hun daarvoor dankbaar is? Geen sprake van. Integendeel, ze beweert dat zij haar maatschappelijke positie voor hen heeft opgeofferd en tijdens hun verhouding geld heeft verloren.</p><p style="text-align: justify;">U vindt al deze bijzonderheden schandelijk, nietwaar? Toch zijn ze waar. U bent een charmante jongeman en ik houd oprecht van u. Ik leef al twintig jaar tussen onderhouden vrouwen. Ik weet wat ze zijn en wat ze waard zijn, en ik wil niet dat u de bevlieging die een mooi meisje voor u heeft ernstig neemt.</p><p style="text-align: justify;">En laten we bovendien eens aannemen,&#8217; vervolgde Prudence, &#8216;dat Marguerite genoeg van u houdt om de graaf op te geven en zelfs de hertog, wanneer die uw verhouding ontdekt en haar laat kiezen tussen hem en u. Dan zou ze een enorm offer voor u brengen. Dat valt niet te ontkennen.</p><p style="text-align: justify;">Maar welk even groot offer zou &#250; voor haar kunnen brengen? Wanneer de verzadiging komt en u uiteindelijk genoeg van haar hebt, hoe zou u haar dan vergoeden voor alles wat zij door u is kwijtgeraakt? Helemaal niet.</p><p style="text-align: justify;">U zou haar hebben losgemaakt van de wereld waarin haar vermogen en haar toekomst lagen. Ze zou u haar mooiste jaren hebben gegeven en daarna vergeten worden.</p><p style="text-align: justify;">Of u zou een doorsnee man zijn. Dan zou u haar verleden in haar gezicht gooien, zeggen dat u door haar te verlaten alleen maar hetzelfde doet als haar vorige minnaars, en haar aan zekere armoede overlaten.</p><p style="text-align: justify;">Of u zou een eerlijk man zijn en het gevoel krijgen dat u verplicht was haar bij u te houden. Dan zou u uzelf tot onvermijdelijk ongeluk veroordelen. Zo&#8217;n verhouding is bij een jonge man nog te verontschuldigen, maar niet meer bij een man op rijpere leeftijd. Dan wordt zij een hindernis voor alles. Ze maakt zowel een gezin als ambitie onmogelijk &#8212; die tweede en laatste liefdes van een man.</p><p style="text-align: justify;">Geloof me dus, mijn vriend: neem de dingen voor wat ze waard zijn en de vrouwen voor wat ze zijn. Geef een onderhouden vrouw nooit het recht te beweren dat u haar iets verschuldigd bent.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">Dat was verstandig geredeneerd, met een logica waartoe ik Prudence niet in staat had geacht. Ik wist niets anders te antwoorden dan dat ze gelijk had. Ik drukte haar de hand en bedankte haar voor haar raad.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Vooruit,&#8217; zei ze, &#8216;zet die sombere theorie&#235;n van u af en lach. Het leven is heerlijk; het hangt er maar vanaf door welk glas je ernaar kijkt. Vraag het maar aan uw vriend Gaston. Hij lijkt me iemand die de liefde op dezelfde manier begrijpt als ik.</p><p style="text-align: justify;">U moet van &#233;&#233;n ding overtuigd zijn, anders wordt u een onuitstaanbaar saaie jongeman: hiernaast zit een mooi meisje ongeduldig te wachten tot de man die bij haar is vertrekt. Ze denkt aan u, houdt haar nacht voor u vrij en houdt van u &#8212; daar ben ik zeker van.</p><p style="text-align: justify;">Kom nu bij mij aan het raam staan. Dan kijken we hoe de graaf vertrekt, want het zal niet lang duren voordat hij plaats voor ons maakt.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">Prudence opende een raam en samen leunden we over de balustrade van het balkon.</p><p style="text-align: justify;">Zij bekeek de weinige voorbijgangers; ik verzonk in gedachten.</p><p style="text-align: justify;">Alles wat ze had gezegd bleef door mijn hoofd gonzen. Ik kon niet anders dan toegeven dat ze gelijk had, maar de werkelijke liefde die ik voor Marguerite voelde liet zich moeilijk met zulke redelijkheid verenigen.</p><p style="text-align: justify;">Af en toe slaakte ik daarom een zucht. Prudence draaide zich dan naar mij om en haalde haar schouders op als een arts die de hoop voor zijn pati&#235;nt heeft opgegeven.</p><p style="text-align: justify;"><span>Aan de snelheid waarmee gevoelens elkaar opvolgen kun je merken dat het leven wel kort moet zijn, </span>dacht ik.<span> Ik ken Marguerite pas twee dagen. Sinds gisteren is zij mijn minnares, en toch beheerst zij mijn gedachten, mijn hart en mijn hele leven al zo volledig dat het bezoek van graaf de G&#8230; voor mij een ramp is.</span></p><p style="text-align: justify;">Eindelijk kwam de graaf naar buiten. Hij stapte in zijn rijtuig en verdween.</p><p style="text-align: justify;">Prudence sloot het raam.</p><p style="text-align: justify;">Op hetzelfde ogenblik riep Marguerite ons.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Kom snel!&#8217; zei ze. &#8216;De tafel wordt gedekt. We gaan eten.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">Zodra ik bij haar binnenkwam, rende Marguerite op me af, vloog me om de hals en kuste me uit alle macht.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Ben je nog altijd zo humeurig?&#8217; vroeg ze.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Nee, dat is voorbij,&#8217; antwoordde Prudence. &#8216;Ik heb hem eens stevig toegesproken en hij heeft beloofd zich verstandig te gedragen.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Gelukkig maar!&#8217;</p><p style="text-align: justify;">Tegen mijn wil keek ik naar het bed. Het was onaangeroerd. Marguerite droeg inmiddels een witte kamerjas.</p><p style="text-align: justify;">We gingen aan tafel.</p><p style="text-align: justify;">Marguerite bezat alles: charme, zachtheid en openhartigheid. Van tijd tot tijd moest ik wel erkennen dat ik niet het recht had m&#233;&#233;r van haar te verlangen. Heel wat mensen zouden gelukkig zijn geweest in mijn plaats. Zoals de herder van Vergilius hoefde ik alleen maar te genieten van de rust die een god &#8212; of liever gezegd een godin &#8212; mij schonk.</p><p style="text-align: justify;">Ik probeerde daarom de theorie&#235;n van Prudence in praktijk te brengen en even vrolijk te zijn als mijn twee tafelgenoten. Maar wat bij hen vanzelf ging, kostte mij moeite. Mijn zenuwachtige lach, die zij voor werkelijke vrolijkheid hielden, lag dicht bij tranen.</p><p style="text-align: justify;">Uiteindelijk was het souper afgelopen en bleef ik alleen met Marguerite achter.</p><p style="text-align: justify;">Zoals gewoonlijk ging ze op het vloerkleed voor het vuur zitten en keek met een droevige uitdrukking naar de vlammen.</p><p style="text-align: justify;">Ze zat na te denken.</p><p style="text-align: justify;">Waaraan? Dat weet ik niet.</p><p style="text-align: justify;">Zelf keek ik liefdevol en bijna angstig naar haar, terwijl ik dacht aan alles wat ik door haar zou gaan lijden.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Kom naast me zitten,&#8217; zei ze plotseling.</p><p style="text-align: justify;">Ik ging naast haar op het kleed liggen.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Weet je waar ik aan dacht?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Nee.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Aan een plan dat ik heb bedacht.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Wat voor plan?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Dat kan ik je nog niet vertellen, maar ik kan je wel zeggen wat het resultaat zal zijn. Over een maand zal ik vrij zijn, geen schulden meer hebben en kunnen we samen de zomer op het platteland doorbrengen.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;En je kunt me niet vertellen hoe je dat wilt bereiken?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Nee. Je hoeft alleen maar van mij te houden zoals ik van jou houd. Dan zal alles lukken.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Heb je dat plan helemaal alleen bedacht?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Ja.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;En ga je het ook alleen uitvoeren?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Ik alleen krijg alle zorgen,&#8217; zei Marguerite met een glimlach die ik nooit zal vergeten, &#8216;maar we delen de winst.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">Bij het woord<span> winst </span>kon ik niet voorkomen dat ik bloosde. Ik dacht aan Manon Lescaut, die samen met Des Grieux het geld van de heer de B&#8230; opmaakte.</p><p style="text-align: justify;">Ik stond op en antwoordde enigszins hard:</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Je zult me moeten toestaan, lieve Marguerite, dat ik alleen deel in de winst van ondernemingen die ik zelf heb bedacht en uitgevoerd.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Wat moet dat betekenen?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Dat betekent dat ik sterk vermoed dat graaf de G&#8230; je zakenpartner is bij dit prachtige plan. Ik wil van die onderneming noch de lasten, noch de winst aanvaarden.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Je bent een kind. Ik dacht dat je van me hield, maar ik heb me vergist. Goed dan.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">Ze stond op, opende de piano en begon opnieuw Webers<span> Uitnodiging tot de dans </span>te spelen, tot aan die beroemde passage in majeur waarop ze altijd vastliep.</p><p style="text-align: justify;">Deed ze dat uit gewoonte, of om me te herinneren aan de dag waarop we elkaar hadden leren kennen? Ik weet alleen dat bij het horen van die melodie alle herinneringen terugkeerden. Ik liep naar haar toe, nam haar hoofd tussen mijn handen en kuste haar.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Vergeef je me?&#8217; vroeg ik.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Dat merk je toch?&#8217; antwoordde ze. &#8216;Maar bedenk wel dat we nog maar op de tweede dag zijn en dat ik je nu al iets moet vergeven. Je houdt je bijzonder slecht aan je belofte van blinde gehoorzaamheid.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Wat wil je, Marguerite? Ik houd te veel van je en ben zelfs jaloers op je kleinste gedachte. Wat je me zojuist voorstelde zou me uitzinnig gelukkig maken, maar het geheim rond de uitvoering van je plan beklemt me.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Laten we eens rustig nadenken,&#8217; zei ze. Ze pakte mijn beide handen en keek me aan met die betoverende glimlach waaraan ik onmogelijk weerstand kon bieden.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Je houdt van me, nietwaar? Je zou gelukkig zijn wanneer je drie of vier maanden alleen met mij op het platteland kon doorbrengen. Ook ik zou gelukkig zijn met zo&#8217;n eenzaamheid voor ons twee&#235;n. Ik zou er niet alleen gelukkig van worden, maar heb die rust ook nodig voor mijn gezondheid.</p><p style="text-align: justify;">Ik kan Parijs niet zo lang verlaten zonder mijn zaken te regelen, en de zaken van een vrouw als ik zijn altijd bijzonder ingewikkeld. Welnu, ik heb een manier gevonden om alles met elkaar te verenigen: mijn zaken en mijn liefde voor jou. Ja, voor jou. Lach niet &#8212; ik ben dwaas genoeg om van je te houden!</p><p style="text-align: justify;">En nu neem jij een hooghartige houding aan en kom je met grote woorden. Kind! Driemaal een kind! Onthoud alleen dat ik van je houd en maak je verder nergens zorgen over. Zijn we het daarover eens?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;We zijn het eens over alles wat jij wilt. Dat weet je.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Dan wonen we binnen een maand in een dorp, wandelen we langs het water en drinken we melk. Je vindt het misschien vreemd dat &#237;k, Marguerite Gautier, zo praat.</p><p style="text-align: justify;">Dat komt doordat dit Parijse leven, dat mij zo gelukkig lijkt te maken, mij verveelt wanneer het mij niet verteert. Dan overvalt mij plotseling het verlangen naar een rustiger bestaan dat mij aan mijn jeugd zou herinneren. Iedereen heeft tenslotte een jeugd gehad, wat er later ook van hem of haar is geworden.</p><p style="text-align: justify;">Wees gerust, ik ga je niet vertellen dat ik de dochter van een gepensioneerde kolonel ben en in Saint-Denis ben opgevoed. Ik ben een arm meisje van het platteland en zes jaar geleden kon ik mijn eigen naam nog niet schrijven. Dat stelt je gerust, nietwaar?</p><p style="text-align: justify;">Waarom ben jij de eerste met wie ik de vreugde over dit verlangen wil delen? Waarschijnlijk omdat ik heb gemerkt dat jij van mij houdt om wie ik ben en niet alleen om wat je zelf aan mij hebt. De anderen hebben nooit van mij gehouden om mijzelf, maar alleen om zichzelf.</p><p style="text-align: justify;">Ik ben vaak op het platteland geweest, maar nooit zoals ik het werkelijk wilde. Voor dat eenvoudige geluk reken ik op jou. Wees dus niet onaardig en gun het me.</p><p style="text-align: justify;">Zeg tegen jezelf: &#8220;Ze zal niet oud worden. Op een dag zou ik er spijt van krijgen dat ik niet het eerste heb gedaan wat ze mij vroeg, terwijl het zo gemakkelijk was haar die wens te vervullen.&#8221;&#8217;</p><p style="text-align: justify;">Wat kon ik op zulke woorden antwoorden, vooral met de herinnering aan onze eerste liefdesnacht en in afwachting van de tweede?</p><p style="text-align: justify;">Een uur later hield ik Marguerite in mijn armen. Als ze me had gevraagd een misdaad te plegen, zou ik haar hebben gehoorzaamd.</p><p style="text-align: justify;">Om zes uur &#8217;s ochtends vertrok ik. Voordat ik wegging zei ik:</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Tot vanavond.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">Ze kuste me nog inniger, maar gaf geen antwoord.</p><p style="text-align: justify;">Overdag ontving ik een brief met de volgende woorden:</p><p style="text-align: justify;"><span>Lieve jongen,</span></p><p style="text-align: justify;">Ik voel me niet zo goed en de dokter heeft me rust voorgeschreven. Vanavond ga ik vroeg naar bed en kan ik je niet ontvangen. Maar om het goed te maken verwacht ik je morgen om twaalf uur.</p><p style="text-align: justify;">Ik houd van je.</p><p style="text-align: justify;">Mijn eerste gedachte was:</p><p style="text-align: justify;"><span>Ze bedriegt me.</span></p><p style="text-align: justify;">Het koude zweet brak me uit, want ik hield al te veel van deze vrouw om niet volledig door dat vermoeden van streek te raken.</p><p style="text-align: justify;">Toch had ik er bij Marguerite vrijwel iedere dag op bedacht moeten zijn dat zoiets kon gebeuren. Bij mijn andere minnaressen was het me vaak genoeg overkomen zonder dat ik me er bijzonder druk om maakte.</p><p style="text-align: justify;">Hoe kwam het dan dat deze vrouw zo&#8217;n macht over mijn leven kreeg?</p><p style="text-align: justify;">Omdat ik de sleutel van haar appartement bezat, bedacht ik dat ik haar zoals gewoonlijk gewoon kon gaan opzoeken. Dan zou ik de waarheid snel genoeg ontdekken. En als ik er een man aantrof, zou ik hem in het gezicht slaan.</p><p style="text-align: justify;">In afwachting daarvan ging ik naar de Champs-&#201;lys&#233;es. Ik bleef er vier uur, maar ze verscheen niet.</p><p style="text-align: justify;">&#8217;s Avonds ging ik alle theaters binnen die zij gewoonlijk bezocht. Ze was nergens.</p><p style="text-align: justify;">Om elf uur ging ik naar de rue d&#8217;Antin.</p><p style="text-align: justify;">Achter de ramen van Marguerite brandde geen licht. Toch belde ik aan.</p><p style="text-align: justify;">De conci&#235;rge vroeg waar ik naartoe wilde.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Naar juffrouw Gautier,&#8217; antwoordde ik.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Ze is nog niet thuisgekomen.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Dan ga ik boven op haar wachten.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Er is niemand in haar appartement.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">Het was duidelijk dat men de conci&#235;rge die opdracht had gegeven. Omdat ik de sleutel bezat, kon ik die instructie negeren en gewoon naar binnen gaan. Maar ik was bang een belachelijke sc&#232;ne te veroorzaken en vertrok.</p><p style="text-align: justify;">Ik ging echter niet naar huis. Ik kon de straat niet verlaten en bleef Marguerites woning onafgebroken in het oog houden. Het voelde alsof ik nog iets te weten moest komen, of in ieder geval alsof mijn vermoedens spoedig bevestigd zouden worden.</p><p style="text-align: justify;">Rond middernacht hield een coup&#233; die ik heel goed kende voor nummer 9 stil.</p><p style="text-align: justify;">Graaf de G&#8230; stapte uit, stuurde zijn rijtuig weg en ging het gebouw binnen.</p><p style="text-align: justify;">Een ogenblik hoopte ik dat men hem, net als mij, zou vertellen dat Marguerite niet thuis was en dat ik hem weer naar buiten zou zien komen.</p><p style="text-align: justify;">Maar om vier uur &#8217;s ochtends stond ik nog altijd te wachten.</p><p style="text-align: justify;">Ik heb de afgelopen drie weken veel geleden, maar vergeleken met wat ik die nacht leed, stelde dat volgens mij niets voor.&#8217;</p><h2>Hoofdstuk XIV</h2><p style="text-align: justify;">Toen ik thuiskwam, begon ik als een kind te huilen. Er bestaat geen man die niet minstens &#233;&#233;n keer is bedrogen en niet weet hoeveel pijn dat doet.</p><p style="text-align: justify;">In de greep van zo&#8217;n koortsachtig besluit waarvan je altijd denkt dat je sterk genoeg bent om het vol te houden, zei ik tegen mezelf dat ik onmiddellijk met deze liefde moest breken. Ongeduldig wachtte ik tot het ochtend werd, zodat ik een plaats in de postkoets kon reserveren en kon terugkeren naar mijn vader en mijn zus: twee liefdes waarvan ik zeker was en die mij niet zouden bedriegen.</p><p style="text-align: justify;">Toch wilde ik niet vertrekken zonder dat Marguerite precies wist waarom ik wegging. Alleen een man die beslist niet meer van zijn minnares houdt, verlaat haar zonder haar te schrijven.</p><p style="text-align: justify;">In gedachten stelde ik wel twintig brieven op, die ik telkens opnieuw herschreef.</p><p style="text-align: justify;">Ik had te maken gehad met een vrouw zoals alle andere onderhouden vrouwen. Ik had haar veel te romantisch voorgesteld. Ze had me als een schooljongen behandeld en mij bedrogen met een truc die beledigend eenvoudig was. Dat was duidelijk.</p><p style="text-align: justify;">Toen kreeg mijn eigenliefde de overhand. Ik moest deze vrouw verlaten zonder haar de voldoening te gunnen te weten hoeveel de breuk mij deed lijden. Daarom schreef ik haar, in mijn mooiste handschrift en met tranen van woede en pijn in mijn ogen:</p><p style="text-align: justify;"><span>Beste Marguerite,</span></p><p style="text-align: justify;">Ik hoop dat uw klachten van gisteren niets ernstigs waren. Om elf uur &#8217;s avonds ben ik naar uw gezondheid gaan informeren, maar men vertelde mij dat u nog niet thuis was. Graaf de G&#8230; had meer geluk dan ik: hij kwam enkele ogenblikken later en was om vier uur &#8217;s ochtends nog altijd bij u.</p><p style="text-align: justify;">Vergeef mij de paar saaie uren die ik u heb bezorgd. Wees ervan verzekerd dat ik de gelukkige ogenblikken die ik aan u te danken heb nooit zal vergeten.</p><p style="text-align: justify;">Ik zou vandaag graag opnieuw naar uw gezondheid zijn komen informeren, maar ik ben van plan naar mijn vader terug te keren.</p><p style="text-align: justify;">Vaarwel, beste Marguerite. Ik ben niet rijk genoeg om van u te houden zoals ik dat zou willen, en niet arm genoeg om van u te houden zoals u dat zou willen. Laten we dus allebei iets vergeten: u een naam die u waarschijnlijk vrijwel onverschillig laat, en ik een geluk dat voor mij onmogelijk is geworden.</p><p style="text-align: justify;">Ik stuur u uw sleutel terug. Hij is mij nooit van nut geweest en kan u nog van pas komen wanneer u vaker zo ziek bent als gisteren.</p><p style="text-align: justify;">Zoals u ziet, had ik niet de kracht gehad de brief te be&#235;indigen zonder een brutale, ironische steek onder water. Juist dat bewees hoe verliefd ik nog was.</p><p style="text-align: justify;">Ik las de brief wel tien keer. Het idee dat hij Marguerite pijn zou doen, stelde mij enigszins gerust. Ik probeerde mezelf te sterken in de koele gevoelens die ik erin voorwendde. Toen mijn bediende om acht uur mijn kamer binnenkwam, gaf ik hem de brief en beval hem die onmiddellijk te bezorgen.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Moet ik op een antwoord wachten?&#8217; vroeg Joseph. Mijn bediende heette Joseph, zoals alle bedienden.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Wanneer men u vraagt of er een antwoord moet komen, zegt u dat u het niet weet. Maar u wacht wel.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">Ik klampte me vast aan de hoop dat ze mij zou antwoorden.</p><p style="text-align: justify;">Wat zijn wij toch armzalige, zwakke wezens!</p><p style="text-align: justify;">Zolang mijn bediende wegbleef, verkeerde ik in een toestand van extreme onrust. Het ene ogenblik herinnerde ik me hoe Marguerite zich aan mij had gegeven en vroeg ik me af met welk recht ik haar zo&#8217;n brutale brief schreef. Ze had mij immers kunnen antwoorden dat niet graaf de G&#8230; m&#237;j bedroog, maar dat &#237;k graaf de G&#8230; bedroog &#8212; een redenering waarmee heel wat vrouwen het bezit van meerdere minnaars rechtvaardigen.</p><p style="text-align: justify;">Het volgende ogenblik dacht ik weer aan haar beloften. Dan probeerde ik mezelf ervan te overtuigen dat mijn brief nog veel te mild was en dat er geen woorden streng genoeg waren om een vrouw te brandmerken die de spot dreef met een liefde die zo oprecht was als de mijne.</p><p style="text-align: justify;">Daarna bedacht ik dat ik er beter aan had gedaan haar helemaal niet te schrijven. Ik had die dag naar haar toe moeten gaan. Dan had ik de tranen kunnen zien die ik haar liet vergieten en daar zelfs van kunnen genieten.</p><p style="text-align: justify;">Uiteindelijk vroeg ik mij af wat ze zou antwoorden, terwijl ik bij voorbaat al bereid was ieder excuus te geloven dat zij mij zou geven.</p><p style="text-align: justify;">Joseph kwam terug.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;En?&#8217; vroeg ik.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Meneer,&#8217; antwoordde hij, &#8216;mevrouw lag in bed en sliep nog. Maar zodra zij belt, zal men haar de brief geven. Wanneer er een antwoord komt, wordt het hier bezorgd.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">Ze sliep!</p><p style="text-align: justify;">Wel twintig keer stond ik op het punt Joseph terug te sturen om de brief terug te halen. Maar telkens dacht ik:</p><p style="text-align: justify;"><span>Misschien heeft ze hem inmiddels al gekregen. Dan lijkt het alsof ik spijt heb.</span></p><p style="text-align: justify;">Hoe dichter het tijdstip naderde waarop ik redelijkerwijs een antwoord van haar kon verwachten, hoe meer ik betreurde dat ik had geschreven.</p><p style="text-align: justify;">Het werd tien uur, elf uur en ten slotte twaalf uur.</p><p style="text-align: justify;">Om twaalf uur stond ik op het punt eenvoudig naar onze afspraak te gaan alsof er niets was gebeurd. Ik wist werkelijk niet meer wat ik moest bedenken om uit de ijzeren kring te ontsnappen die zich om mij heen had gesloten.</p><p style="text-align: justify;">Om &#233;&#233;n uur wachtte ik nog altijd.</p><p style="text-align: justify;">Toen gaf ik toe aan het bijgeloof van mensen die op iets wachten. Ik dacht dat ik bij mijn terugkeer een antwoord zou aantreffen wanneer ik een tijdje naar buiten ging. Antwoorden waarop je ongeduldig wacht, komen immers altijd wanneer je niet thuis bent.</p><p style="text-align: justify;">Ik ging dus naar buiten onder het voorwendsel dat ik wilde ontbijten.</p><p style="text-align: justify;">In plaats van zoals gewoonlijk naar Caf&#233; Foy op de hoek van de boulevard te gaan, besloot ik in het Palais-Royal te ontbijten en onderweg door de rue d&#8217;Antin te lopen. Telkens wanneer ik in de verte een vrouw zag, dacht ik dat het Nanine was, die mij een antwoord kwam brengen.</p><p style="text-align: justify;">Ik liep door de rue d&#8217;Antin zonder ook maar een loopjongen tegen te komen. In het Palais-Royal ging ik bij V&#233;ry naar binnen. De ober liet mij eten &#8212; of beter gezegd: hij zette voor mij neer wat hij zelf wilde, want ik at niets.</p><p style="text-align: justify;">Tegen mijn wil bleven mijn ogen voortdurend op de klok gericht.</p><p style="text-align: justify;">Ik ging naar huis in de vaste overtuiging dat er een brief van Marguerite op mij zou wachten.</p><p style="text-align: justify;">De conci&#235;rge had niets ontvangen. Ik vestigde mijn laatste hoop op mijn bediende, maar ook hij had sinds mijn vertrek niemand gezien.</p><p style="text-align: justify;">Als Marguerite mij had willen antwoorden, zou ze dat al lang hebben gedaan.</p><p style="text-align: justify;">Toen begon ik spijt te krijgen van de bewoordingen van mijn brief. Ik had volledig moeten zwijgen. Haar ongerustheid zou haar er dan waarschijnlijk toe hebben gebracht zelf contact met mij te zoeken. Wanneer ik niet op de afspraak van de vorige dag was verschenen, zou ze mij naar de reden van mijn afwezigheid hebben gevraagd. Pas dan had ik haar die moeten geven.</p><p style="text-align: justify;">Zo zou ze zich wel hebben m&#243;&#233;ten verdedigen, en dat was juist wat ik wilde: dat ze zichzelf zou rechtvaardigen. Ik voelde al dat ik iedere reden die zij had aangevoerd zou hebben geloofd. Ik zou alles liever hebben gehad dan haar nooit meer te zien.</p><p style="text-align: justify;">Ik begon zelfs te geloven dat zij persoonlijk naar mijn woning zou komen. Maar de uren verstreken en ze kwam niet.</p><p style="text-align: justify;">Marguerite was beslist niet zoals andere vrouwen. Er bestaan immers maar weinig vrouwen die op een brief zoals de mijne helemaal niets zouden antwoorden.</p><p style="text-align: justify;">Om vijf uur haastte ik mij naar de Champs-&#201;lys&#233;es.</p><p style="text-align: justify;"><span>Wanneer ik haar tegenkom, </span>dacht ik,<span> zal ik doen alsof het mij niets kan schelen. Dan zal ze ervan overtuigd zijn dat ik nu al niet meer aan haar denk.</span></p><p style="text-align: justify;">Bij de bocht van de rue Royale zag ik haar in haar rijtuig voorbijgaan. De ontmoeting was zo plotseling dat ik verbleekte. Ik weet niet of zij mijn ontroering zag. Zelf was ik zo van streek dat ik alleen haar rijtuig zag.</p><p style="text-align: justify;">Ik zette mijn wandeling over de Champs-&#201;lys&#233;es niet voort. In plaats daarvan bekeek ik de affiches van de theaters, want daar had ik nog een kans haar te zien.</p><p style="text-align: justify;">In het Palais-Royal vond een premi&#232;re plaats. Marguerite zou daar vanzelfsprekend aanwezig zijn.</p><p style="text-align: justify;">Om zeven uur zat ik in het theater.</p><p style="text-align: justify;">Alle loges liepen vol, maar Marguerite verscheen niet.</p><p style="text-align: justify;">Daarom verliet ik het Palais-Royal en ging ik alle theaters af die zij het vaakst bezocht: het Vaudeville, de Vari&#233;t&#233;s en de Op&#233;ra-Comique.</p><p style="text-align: justify;">Ze was nergens.</p><p style="text-align: justify;">Of mijn brief had haar zoveel pijn gedaan dat zij geen belangstelling voor een voorstelling kon opbrengen, of zij was bang mij tegen te komen en wilde een verklaring vermijden.</p><p style="text-align: justify;">Dat fluisterde mijn ijdelheid mij op de boulevard in, toen ik Gaston tegenkwam. Hij vroeg waar ik vandaan kwam.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Uit het Palais-Royal.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;En ik uit de Op&#233;ra,&#8217; zei hij. &#8216;Ik dacht zelfs dat ik u daar zou zien.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Waarom?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Omdat Marguerite er was.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;O, was ze daar?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Ja.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Alleen?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Nee, met een vriendin.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Was dat alles?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Graaf de G&#8230; heeft even in haar loge gezeten, maar ze is met de hertog vertrokken. Ieder ogenblik verwachtte ik dat u zou verschijnen. De stoel naast mij is de hele avond leeg gebleven en ik was ervan overtuigd dat u hem had gereserveerd.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Waarom zou ik gaan naar de plaats waar Marguerite zich bevindt?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Omdat u haar minnaar bent, verdomme!&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Wie heeft u dat verteld?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Prudence, die ik gisteren tegenkwam. Gefeliciteerd, beste vriend. Het is een mooie minnares die niet iedereen zomaar kan krijgen. Houd haar vast; met haar kunt u voor de dag komen.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">Die ene terloopse opmerking van Gaston liet mij zien hoe belachelijk mijn overgevoeligheid was.</p><p style="text-align: justify;">Als ik hem de vorige dag was tegengekomen en hij toen zo tegen mij had gesproken, zou ik die dwaze brief die ochtend beslist niet hebben geschreven.</p><p style="text-align: justify;">Ik stond op het punt naar Prudence te gaan en haar tegen Marguerite te laten zeggen dat ik haar moest spreken. Maar ik was bang dat Marguerite uit wraak zou antwoorden dat zij mij niet kon ontvangen. Daarom ging ik naar huis, nadat ik opnieuw door de rue d&#8217;Antin was gelopen.</p><p style="text-align: justify;">Ik vroeg mijn conci&#235;rge nogmaals of er een brief voor mij was.</p><p style="text-align: justify;">Niets!</p><p style="text-align: justify;"><span>Ze heeft willen zien of ik vandaag nog iets zou ondernemen en mijn brief zou herroepen, </span>dacht ik toen ik naar bed ging.<span> Maar nu ze merkt dat ik niet opnieuw schrijf, zal zij mij morgen schrijven.</span></p><p style="text-align: justify;">Vooral die avond had ik hevig berouw over wat ik had gedaan. Ik zat alleen thuis, kon niet slapen en werd verteerd door onrust en jaloezie. Als ik alles gewoon zijn natuurlijke gang had laten gaan, zou ik op dat ogenblik bij Marguerite zijn geweest. Dan had ik haar opnieuw de betoverende woorden horen zeggen die ik pas tweemaal uit haar mond had gehoord en die nu in mijn eenzaamheid in mijn oren brandden.</p><p style="text-align: justify;">Het afschuwelijke van mijn toestand was dat mijn verstand mij ongelijk gaf. Alles wees er immers op dat Marguerite werkelijk van mij hield.</p><p style="text-align: justify;">Om te beginnen was er haar plan de zomer alleen met mij op het platteland door te brengen. Bovendien stond vast dat niets haar dwong mijn minnares te worden, want mijn vermogen was onvoldoende voor zowel haar behoeften als haar grillen.</p><p style="text-align: justify;">Ze had dus uitsluitend gehoopt in mij een oprechte genegenheid te vinden die haar rust kon geven na alle betaalde liefdes waartussen zij leefde. Al op de tweede dag vernietigde ik die hoop. De liefde die zij mij twee nachten lang had geschonken, betaalde ik terug met brutale ironie.</p><p style="text-align: justify;">Wat ik deed was daarom niet alleen belachelijk, maar ook onkies.</p><p style="text-align: justify;">Had ik deze vrouw soms betaald, zodat ik het recht had haar leven te veroordelen? Leek ik, door mij al op de tweede dag terug te trekken, niet op een liefdesparasiet die bang is dat men hem na het eten de rekening zal voorleggen?</p><p style="text-align: justify;">Wat! Ik kende Marguerite pas zesendertig uur en was nog maar vierentwintig uur haar minnaar, en nu al gedroeg ik mij gekrenkt. In plaats van mij al gelukkig te prijzen dat zij zich &#243;&#243;k aan mij gaf, wilde ik haar helemaal voor mijzelf hebben. Ik wilde haar dwingen in &#233;&#233;n klap te breken met alle relaties uit haar verleden, terwijl juist die relaties de inkomsten voor haar toekomst vormden.</p><p style="text-align: justify;">Wat had ik haar te verwijten?</p><p style="text-align: justify;">Niets.</p><p style="text-align: justify;">Ze had mij geschreven dat ze ziek was, terwijl ze ook botweg &#8212; met de afstotelijke openhartigheid van bepaalde vrouwen &#8212; had kunnen zeggen dat ze een minnaar moest ontvangen.</p><p style="text-align: justify;">In plaats van haar brief te geloven, door alle straten van Parijs te wandelen behalve de rue d&#8217;Antin, de avond met mijn vrienden door te brengen en de volgende dag op het afgesproken tijdstip bij haar te verschijnen, had ik de Othello uitgehangen. Ik had haar bespioneerd en dacht haar te straffen door haar nooit meer te zien.</p><p style="text-align: justify;">In werkelijkheid moest zij juist verheugd zijn over onze scheiding. Ze moest mij een onvoorstelbare dwaas vinden. Haar stilzwijgen kwam niet eens voort uit wrok, maar uit minachting.</p><p style="text-align: justify;">Ik had Marguerite een geschenk moeten geven dat geen enkele twijfel over mijn vrijgevigheid liet bestaan en waarmee ik, door haar als een onderhouden vrouw te behandelen, de rekening tussen ons als vereffend had kunnen beschouwen.</p><p style="text-align: justify;">Maar zelfs de geringste schijn van handel zou in mijn ogen een belediging zijn geweest &#8212; zo niet voor haar liefde voor mij, dan toch voor mijn liefde voor haar. En omdat mijn liefde zo zuiver was dat zij geen gedeeld bezit verdroeg, kon zij het geluk dat Marguerite mij had geschonken, hoe kort dat geluk ook had geduurd, niet met een geschenk betalen, hoe kostbaar dat geschenk ook was.</p><p style="text-align: justify;">Dat alles bleef ik die nacht tegen mezelf herhalen. Ieder ogenblik stond ik op het punt naar Marguerite te gaan om het haar persoonlijk te zeggen.</p><p style="text-align: justify;">Toen het dag werd, had ik nog altijd niet geslapen. Ik had koorts en kon aan niets anders denken dan aan Marguerite.</p><p style="text-align: justify;">Zoals u begrijpt, moest ik een definitieve beslissing nemen. Ik moest &#243;f met deze vrouw breken, &#243;f met mijn bezwaren &#8212; tenminste, wanneer zij mij nog wilde ontvangen.</p><p style="text-align: justify;">Maar zoals u weet, stellen mensen definitieve beslissingen altijd uit. Ik kon niet thuisblijven, maar durfde mij evenmin bij Marguerite te vertonen. Daarom bedacht ik een manier om weer dichter bij haar te komen die mijn eigenliefde, wanneer ze succes had, aan het toeval zou kunnen toeschrijven.</p><p style="text-align: justify;">Het was negen uur. Ik haastte mij naar Prudence, die vroeg waaraan zij dit vroege bezoek te danken had.</p><p style="text-align: justify;">Ik durfde niet openlijk te zeggen wat mij bij haar bracht. Daarom antwoordde ik dat ik vroeg was uitgegaan om een plaats in de postkoets naar C&#8230; te reserveren, waar mijn vader woonde.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;U boft maar dat u met dit mooie weer Parijs kunt verlaten,&#8217; zei ze.</p><p style="text-align: justify;">Ik keek Prudence aan en vroeg me af of zij de spot met mij dreef.</p><p style="text-align: justify;">Maar haar gezicht stond ernstig.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Gaat u nog afscheid nemen van Marguerite?&#8217; vroeg ze, nog altijd even ernstig.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Nee.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Daar doet u goed aan.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Vindt u?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Natuurlijk. Nu u met haar hebt gebroken, heeft het weinig zin haar opnieuw te zien.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;U weet dus dat wij uit elkaar zijn?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Ze heeft mij uw brief laten zien.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;En wat heeft ze gezegd?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Ze zei: &#8220;Beste Prudence, uw beschermeling heeft geen manieren. Zulke brieven denk je, maar je schrijft ze niet.&#8221;&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Op welke toon zei ze dat?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Lachend. Daarna voegde ze eraan toe: &#8220;Hij heeft tweemaal bij mij gesoupeerd en komt niet eens terug om zijn eten te laten zakken.&#8221;&#8217;</p><p style="text-align: justify;">Dat was dus het effect dat mijn brief en mijn jaloezie hadden gehad. Mijn verliefde ijdelheid voelde zich diep vernederd.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Wat heeft zij gisteravond gedaan?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Ze is naar de Op&#233;ra gegaan.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Dat weet ik. En daarna?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Ze heeft thuis gesoupeerd.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Alleen?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Met graaf de G&#8230;, geloof ik.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">Mijn breuk had dus niets aan Marguerites gewoonten veranderd.</p><p style="text-align: justify;">In zulke omstandigheden zeggen sommige mensen later tegen je:</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Je had niet meer aan die vrouw moeten denken. Ze hield niet van je.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Ik ben blij te zien dat Marguerite niet om mij zit te verkommeren,&#8217; zei ik met een geforceerde glimlach.</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Daar heeft ze groot gelijk in. U hebt gedaan wat u moest doen. U bent verstandiger geweest dan zij, want dat meisje hield van u. Ze sprak voortdurend over u en zou in staat zijn geweest iets waanzinnigs te doen.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Waarom heeft ze mij dan niet geantwoord, als ze van mij houdt?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Omdat ze heeft begrepen dat ze er verkeerd aan deed van u te houden. Bovendien laat een vrouw soms toe dat haar liefde wordt bedrogen, maar nooit dat haar trots wordt gekrenkt. En de trots van een vrouw wordt altijd gekrenkt wanneer een man haar verlaat, twee dagen nadat hij haar minnaar is geworden &#8212; welke redenen hij voor die breuk ook geeft. Ik ken Marguerite. Ze zou liever sterven dan u antwoorden.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Wat moet ik dan doen?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Niets. Zij zal u vergeten, u zult haar vergeten en geen van u zal de ander iets te verwijten hebben.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Maar wat als ik haar schrijf om vergeving te vragen?&#8217;</p><p style="text-align: justify;">&#8216;Doe dat vooral niet. Dan zou ze u vergeven.&#8217;</p><p style="text-align: justify;">Ik stond op het punt Prudence om de hals te vliegen.</p><p style="text-align: justify;">Een kwartier later was ik weer thuis en schreef ik Marguerite:</p><p style="text-align: justify;">Iemand die spijt heeft van een brief die hij gisteren heeft geschreven en die morgen zal vertrekken wanneer u hem niet vergeeft, wil graag weten op welk uur hij zijn berouw aan uw voeten mag leggen.</p><p style="text-align: justify;">Wanneer treft hij u alleen? U weet immers dat een biecht zonder getuigen moet worden afgelegd.</p><p style="text-align: justify;">Ik vouwde dit galante versje in proza op en gaf het aan Joseph. Hij overhandigde de brief persoonlijk aan Marguerite, die hem antwoordde dat zij later iets zou laten weten.</p><p style="text-align: justify;">Ik ging alleen even naar buiten om te eten. Om elf uur &#8217;s avonds had ik nog altijd geen antwoord.</p><p style="text-align: justify;">Toen besloot ik niet langer zo te lijden en de volgende dag te vertrekken.</p><p style="text-align: justify;">In overeenstemming met dat besluit, en ervan overtuigd dat ik toch niet zou slapen wanneer ik naar bed ging, begon ik mijn koffers te pakken.</p>
      <p>
          <a href="https://www.diderot.nl/p/de-dame-met-de-camelias-alexandre-dumas">
              Read more
          </a>
      </p>
   ]]></content:encoded></item></channel></rss>